zondag 20 augustus 2023

De filosoof op zijn eiland

Cees Nooteboom, die enkele weken geleden negentig jaar werd, is een reiziger. Altijd geweest. Verreweg het grootste deel van zijn werkzame leven heeft hij doorgebracht op plekken in de wereld die iets bij hem losmaakten, of dat nu een stad was als Berlijn of het ruige en hete Spaanse binnenland. ´Wonen´ doet hij op twee plekken: aan een grachtje in Amsterdam en op Menorca, het eiland dat samen met Mallorca en Ibiza de Balearen vormt. Minder toeristisch dan haar zuster-eilanden, heeft het ook meer van haar traditionele cultuur bewaard. Nooteboom en zijn echtgenote, de fotograaf Simone Sassen, hebben er sinds 1965 een grote tuin met daarin een klein traditioneel huis en een studio waar hij kan schrijven. Ze brengen er ieder jaar de – lange - zomer door. 

Eind november vorig jaar was die thuishaven voor iedereen te zien in een van de laatste afleveringen van het helaas al verdwenen VPRO-boekenprogramma Brommer op zee. Presentator Wilfried de Jong sprak er met de schrijver, met als resultaat een heel sfeervolle, verstilde en welhaast poëtische reportage waarin met weinig woorden en veelzeggende beelden een helder portret van Nooteboom ontstond. Die aflevering, waaruit de foto hieronder is genomen, is via NPO-start nog steeds te zien. Een aanrader.

Menorca is voor Nooteboom een plek van bezinning. Hij beleeft zijn directe omgeving intens, met name zijn tuin is voor hem een soort van microkosmos waarvan hij de diepere zin probeert te doorgronden. Zijn vele zelf geplante palmen en cactussen zijn voor hem levende wezens. Hij speelt tegenwoordig zelf niet meer de tuinman, maar kijkt gebiologeerd toe wanneer zijn vaste tuinman langskomt voor herstelwerk na een storm of het behandelen van een zieke plant. In de avond, bij helder weer, ‘wandelt’ hij zittend in een gerieflijke stoel door de sterrenhemel, feilloos zijn weg daarin vindend. Het grote zien in het kleine, en het universum als één samenhangend geheel.

Maar hij is, ook op hoge leeftijd, nog steeds een publicerend schrijver. En zijn uitgever herdrukt, doet nieuwe bundelingen van Nootebooms poëzie verschijnen en kondigt voor begin september het eerste deel van de ‘Dagboeken’ aan. Ik ben heel benieuwd. 

Zijn mooiste publicatie van de laatste jaren, evenwel, is voor mij 533. Een dagenboek. Het is een kleine, handzame bundeling die, de titel zegt het al, gedurende 533 dagen ontstond. Herinneringen uit zijn schrijversleven komen erin naar boven, contacten met bevriende collega’s en passages uit gelezen teksten die hij zich herinnert. Hij leest trouwens nog heel veel. En herleest. Moet dan denken aan Harry Mulisch, die ooit aan hem vroeg: ‘Wie leest er nu nog Slauerhoff, Cees?’ Waarop hij antwoordde: ‘Ik, Harry’. Max Frisch, Bertold Brecht, Borges, de antieken, dat zijn wat van de namen die passeren. En ook zijn eigen schrijverschap komt aan bod. Bijvoorbeeld hoe hij begin jaren zestig, bescheiden want auteur van een nog bescheiden oeuvre, zich wat verloren voelde te midden van het geweld waarmee de toenmalige ‘groten’ – Reve, Hermans, Wolkers – op de trom sloegen. Nu is hij zelf een ‘grote’, niet alleen in Nederland maar ook internationaal. En bouwt, in een tempo dat hoort bij zijn leeftijd, in alle rust verder aan zijn oeuvre. 

Cees Nooteboom / 533. Een dagenboek / 266 blz / De Bezige Bij, 2016

woensdag 16 augustus 2023

Nestvlieders

Nestvlieders zijn vogels die bij hun geboorte al beschikken over een bescherming tegen kou in de vorm van donsveren, daarnaast kunnen ze zien én lopen. Dat maakt hen, in tegenstelling tot de ´nestblijvers´ die dat allemaal niet hebben, wellicht wat avontuurlijk van aard. Ze gaan al snel op stap, de wereld verkennen. De hoofdpersonen in de vier verhalen in deze bundel hebben ook allemaal iets van een nestvlieder: ze zijn jong, ze proberen zich te redden als een zelfstandig mens en ze verkeren in een wereld die vol risico’s is. En eigenlijk gaat dat ook op voor de auteur, Merijn de Boer. Nestvlieders was in 2011 zijn - opvallende - debuut.

De bundel bevat twee korte verhalen en twee langere. In het eerste korte verhaal, getiteld ‘Overal leegte’, raakt een werkeloze juriste die een appartement bewoont in een groot complex waarvan het overgrote deel leegstaat, betrokken bij de letterlijk ‘clowneske’ eigenaardigheden van een mannelijke medebewoner. In het tweede korte verhaal, ‘Kraaien in de schoorsteen’, beschrijft De Boer hoe een jonge man een bezoek aflegt aan zijn moeder, die in haar eentje een groot huis in een bosachtige omgeving bewoont. Een afwezige kat, de lieveling van de jongen, beheerst zijn gedachten. 

In het eerste lange verhaal reist de hoofdpersoon, Balthasar Tak, naar een exotische locatie om daar een baantje in de keuken aan te nemen. Omdat hij heel onhandig blijkt te zijn, wordt hij in de tuinen tewerkgesteld. Hij bewatert de godganse dag de gazons en planten. In het tweede lange verhaal, ‘Luchtkasteel’, reist een jonge vrouw na een noodkreet van een goede vriend te hebben ontvangen naar Parijs. Om daar te ontdekken dat die vriend in een schijnwereld leeft, het zicht op de werkelijkheid is verloren.

Duidelijke, om niet te zeggen stevige verhaallijnen. De korte verhalen zijn voor mijn gevoel sterker, het eerste door de absurde kantjes die verrassen en het tweede door de weemoedige sfeer die De Boer knap, met weinig woorden, weet op te roepen. Bij het lezen van de twee lange verhalen kreeg ik het gevoel dat het allemaal te bedacht is. En daarbij heel duidelijk af en toe ‘geleend’. Zo verandert Balthasar Tak tijdens het uitoefenen van zijn werk langzaamaan in een levensgroot insect! Maar de beklemming die beide lange verhalen doordesemt is mooi opgebouwd.

Merijn de Boer / Nestvlieders. Verhalen / 192 blz / Meulenhoff, 2011

zondag 13 augustus 2023

De kapperszoon

Tenerife. Het woord zal voor de meesten van ons twee associaties oproepen: een mooie vakantiebestemming en de vliegramp van 27 maart 1977. Die vliegramp staat qua slachtoffers te boek als de grootste uit de geschiedenis van de luchtvaart. Plaats van handeling was het vliegveld Los Rodeos. Daar was het die dag in maart extreem druk, omdat meerdere internationale vluchten met als bestemming Las Palmas de Gran Canaria vanwege een bommelding aldaar gedwongen waren uit te wijken naar het honderd kilometer verderop gelegen Tenerife. Toen het vliegveld op Gran Canaria na urenlang wachten eindelijk werd vrijgegeven, wilden de piloten natuurlijk zo snel mogelijk vertrekken. Een van de toestellen, de Boeing 747 ‘De Rijn’ van de KLM, denderde in dichte mist op vol vermogen over de startbaan en raakte daarbij de taxiënde ‘Clipper Victor’ van Pan Am, eveneens een 747, in de flank. 583 passagiers en bemanningsleden verloren het leven, slechts 61 inzittenden overleefden de crash, alle in het Amerikaanse toestel. Onderzoek wees uit dat mist, miscommunicatie en misschien ook ongeduld het ongeluk veroorzaakten.

Geen van de passagiers in het KLM-toestel overleefde dus de ramp. Maar..... was dit wel zo? Weten we dit wel zeker? In Gerbrand Bakkers betoverend mooie roman De kapperszoon is dat de vraag waaromheen de vertelling is opgebouwd. Het is zo’n verhaal waarover je eigenlijk niets zinvols of begrijpelijks kan melden zonder te veel van de plot prijs te geven, maar ik ga een poging wagen.

Simon is herenkapper in de Amsterdamse Jordaan. Op de winkelruit staat in grote letters de naam, CHEZ JEAN. Die naam heeft de zaak sinds de jaren zeventig, daarvoor stond er BARBIER JAN, naar Simons opa, ook kapper. De inrichting van de zaak, met ouderwetse reclameschilden en een ruime keuze uit traditionele reuk- en haarwaters, wijst op een klassieke aanpak. Simon bewoont de twee verdiepingen boven de kapperszaak, alles afbetaald en zijn eigendom. Dat maakt het mogelijk het rustig aan te doen, een handvol klanten per dag houdt de zaak wat hem betreft wel draaiende. Die kalmte is volgens Simons moeder een karaktertrek, ze noemt hem indolent. Simon is midden-veertig. Om precies te zijn is hij van 4 september 1977.

Zijn vader heeft Simon nooit gekend. Die zat, zonder dat zijn zwangere vrouw het wist, in het toestel van de KLM dat op Tenerife neerstortte. Waarom hij een ticket voor die vlucht had geboekt is onbekend, Simon en zijn moeder vragen zich dat na al die jaren ook niet meer af. Maar het feit dat zijn stoffelijk overschot nooit is geïdentificeerd, houdt de mogelijkheid van een ander, ongelooflijk scenario tóch op een kier.  

Simon valt op mannen. In zijn slaapkamer hangen boven zijn bed zorgvuldig ingelijste posters van de zwemkampioenen Aleksandr Popov, Matt Biondi en Mark Spitz, zijn helden. Ooit hoopte hij ook die status te bereiken. Door dat zwemmen ziet hij er nog goed uit voor zijn leeftijd.  Een enkele keer neemt hij een klant met wie het klikt mee naar boven. Dat hij met die voorliefde voor mannen misschien een zoon van zijn vader is, weet hij niet. Tot hij van zijn opa het familiegeheim verneemt: zijn vader zat niet alleen in het vliegtuig, hij was in het gezelschap van de toenmalige stagiair van CHEZ JEAN. Dat zet bij Simon een knop om, vanaf dat moment duikt hij in het dossier Tenerife.  

De Kapperszoon is Gerbrand Bakkers eerste roman in twaalf jaar. Na het enorme succes van zijn romans Perenbomen bloeien wit (1999), Boven is het stil (2006 en Juni (2009), die prijzen wonnen en in meer dan twintig talen werden vertaald, besloot hij tot een break. Terugkijkend op de jaren achter hem realiseerde hij zich dat het hem langzaam te veel was geworden. Hij genoot er ook niet meer van. In plaats van romans schreef hij vanaf 2016 autobiografische schetsen, die werden uitgegeven in de reeks privé-domein. In de eerste daarvan, Jasper en zijn knecht, schreef hij: ‘Een ander punt is dat ik niet gevoelig ben voor lof. Mijn borst zwelt niet als mensen zeggen dat ze mijn werk zo geweldig vinden. Ik heb er niets aan, het voedt me niet, het geeft me niet de energie die misschien nodig is om door te gaan. De conclusie is eenvoudig: Als ik nog eens een roman ga schrijven, doe ik dat voor mezelf.’ Bij deze heeft hij die belofte aan zichzelf ingevuld. 

En waarom noemde ik deze roman hierboven ‘betoverend mooi’? Omdat Bakker erin slaagt de realiteit van alledag zonder opsmuk weer te geven, maar tegelijk de dromen van zijn hoofdpersonen voelbaar weet te maken. Dat geldt voor Simon, maar ook voor zijn vader Cornelis, kapper te Amsterdam, die zijn naam veranderde in Carlos. Dat Bakker die twee werelden geloofwaardig laat samenkomen, in een open einde, tekent zijn vakmanschap.

Gerbrand Bakker / De kapperszoon / 303 blz / Cossee, 2022

vrijdag 11 augustus 2023

Moeder, na vader

Drie jaar geleden, in Knecht, alleen, het tweede deel van zijn ontboezemingen in de reeks privé-domein, schreef Gerbrand Bakker: ‘Twee jaar geleden begon ik aan iets wat een tweede Privé-domeindeel had kunnen worden. Ik hield er na een paar maanden mee op. Ik ontdekte dat ik niet zomaar een dagboek kon bijhouden, dat sloeg nergens op. Ook voor een Privé-domeindeel heb je een kapstok, noem het voor mijn part een thema, nodig. Op de een of andere manier is een rode draad belangrijk.’ Die kapstok vond hij uiteindelijk in het ziekbed en het overlijden van zijn hoogbejaarde vader, en wat dat met zijn 86-jarige moeder deed.

Bakkers vader stapte eind mei 2021 met hevige rugpijn uit een droge sloot op zijn erf in de Wieringerwaard. Dat was het begin van een proces van eerst vooral lichamelijke en vervolgens geestelijke aftakeling dat tweeënhalve maand duurde. Hij werd verzorgd door de kinderen, daarna kwamen zorgmedewerkers in beeld. Bakker en zijn partner Marcel, die een groot deel van de tijd in hun huis in de Eifel wonen, kwamen zoveel als mogelijk langs, of bleven wat dagen achtereen logeren. Om de anderen even wat lucht te geven en zijn moeder wat afleiding. Bakker schrijft wonderlijk mooi over die dagen, waarin als vanzelf ook herinneringen aan zijn vader boven komen drijven. Pas lang achteraf realiseert hij zich het bijzondere van veel momenten. Moeder wordt na het overlijden van haar man gaandeweg wat vergeetachtig, roept regelmatig dat het van haar allemaal niet meer hoeft. ‘Voortsukkelen’ is een toepasselijke term.

Naast het wel en wee van vader en moeder wordt het leven van alledag door Bakker beschreven en becommentarieerd op de wijze die we kennen uit de eerdere delen. De ´depressies´ die we geen depressies mogen noemen zijn zo goed als voorbij. Er is een man in het leven van Bakker gekomen, hij noemt hem M., wat staat voor Marcel. En er is weer een hond. Zouden alleen die laatste twee aspecten meetellen voor een meting, dan mocht je hem wellicht ´gelukkig´ noemen. Maar zo eenvoudig steekt het leven niet in elkaar, er is een veelheid aan dingen die op een mens afkomen. Zoals de ontvangst van nieuw werk. Haalt het een longlist of wellicht shortlist? En wat vinden de critici? Voor De Kapperszoon, Bakkers  eerste roman in twaalf jaar, vielen de meeste recensenten. Dat had hij gehoopt, maar niet verwacht. Toch een beetje gelukkig?

Gerbrand Bakker / Moeder, na vader / privé-domein, nr. 324 / 336 blz / De Arbeiderspers, 2023

woensdag 9 augustus 2023

De affaire Dreyfus

In de laatste jaren van de negentiende eeuw werd de Franse samenleving verscheurd door een militair schandaal, dat uitliep op een politiek schandaal: de affaire Dreyfus. Kapitein Alfred Dreyfus, officier in het Franse leger, werd eind 1894 gearresteerd op beschuldiging van spionage voor Duitsland. Het bewijs leek niet bepaald bikkelhard, maar tijdens een proces achter gesloten deuren veroordeelde een militaire krijgsraad hem tot een levenslange verbanning naar de strafkolonie Duivelseiland, een kaal, rotsachtig eiland voor de kust van Frans Guyana. Hij zou daar de enige gevangene zijn. Dat Dreyfus van Joodse afkomst was speelde in dit proces een rol, het antisemitisme tierde in het Frankrijk van die dagen welig. Begin januari 1895 werd Dreyfus  gedegradeerd, in het openbaar, op de binnenplaats van de Ecole Militaire in Parijs: zijn insignes werden hem afgenomen, zijn zwaard werd doormidden gebroken. De kranten brachten het verslag de volgende dag op sensationele toon, het publiek smulde. De legertop kon, tevreden over haar kordate optreden, achterover leunen. De minister van Oorlog profileerde zich als de held die een Duits-Joodse samenzwering tegen Frankrijk had verijdeld.

Ongeveer een jaar na deze gebeurtenissen ontdekte het nieuw aangestelde hoofd van de militaire inlichtingendienst, Georges Picquart, dat enkele bewijzen die een rol hadden gespeeld in de veroordeling van Dreyfus mogelijk vervalst waren. Toen hij op die bevindingen van zijn medewerkers slechts een lauwe reactie kreeg, en zijn superieuren het hem vervolgens afraadden nog verder te graven, zette hij zijn onderzoek zelf voort zonder hen in te lichten. Het werd zijn persoonlijke missie. Het ging hem zowel om het onrecht dat Dreyfus was aangedaan als om de eer van het Franse leger die dreigde te worden besmeurd.

De Dreyfusaffaire is een geschiedenis die al vaak is verteld. Maar Robert Harris weet, door in de huid van Picquart te kruipen en diens speurtocht meesterlijk te doseren, een bij tijd en wijle bloedstollende spanning te creëren. Harris’ tekening van de generaals van de generale staf, oudere mannen die gepokt en gemazeld zijn in het politieke machtsspel en de veel jongere inlichtingenchef onder druk zetten, is heel overtuigend. Ook wanneer zij, nadat Emile Zola hen in zijn beroemde open brief J’accuse …! aan de schandpaal had genageld en de publieke opinie en de pers aan zijn zijde kreeg, moesten vechten, tegen beter weten in, voor hun carrière, voor hun reputatie. Tevergeefs.

Jeroen Tjepkema, die van het NOS Journaal, leest het boek voor. Dat doet hij precies goed.

Robert Harris / De officier / Vertaald uit het Engels door Paul Witte / luisterboek, voorgelezen door Jeroen Tjepkema / 14 uur en 8 minuten / Cargo, via Storytel

maandag 7 augustus 2023

Knecht, alleen

Je bent als lezer nog geen tien of vijftien bladzijden ver in Knecht, alleen of een heel scala aan rotgevoelens is je al gepasseerd. Dat wat iedereen een depressie noemt, maar dat van Gerbrand Bakker zo niet mag heten, omdat een depressie gelijk staat aan de totale leegheid, een onvermogen om gevoelens te hebben. Wanneer je nog kan huilen, of rouwen, heb je gevoelens en ben je dus niet depressief. Van het een komt ook het ander. Dus je slecht voelen kan betekenen dat je daardoor seksueel tot weinig meer in staat bent, of daar sowieso helemaal geen zin in hebt. Bakker – want dat is de ‘patiënt’ - verkeert in de gelukkige omstandigheid dat hij niet te beschroomd is om specialistische hulp in te roepen. Dus de therapeut, de seksuoloog en hun collega’s komen ook voorbij. Goh, hoor ik u denken, vraag je je dan niet af of het wel leuk is om door te lezen? Het antwoord is dat ik me dat niet hoef af te vragen. Bakker is een meester in het beschrijven van het leven zoals het is. In goede tijden én in slechte tijden. Dus wanneer hij zielsgelukkig en gedachteloos klusjes uitvoert in zijn grote tuin, maar ook wanneer hij zich in totale eenzaamheid afvraagt wat de zin is van het leven. De reeks privé-domein is voor een boek als dit bij uitstek geschikt. In 2017 maakte Bakker ons voor het eerst in dit concept deelgenoot van zijn particuliere leven, in Jasper en zijn knecht. En nu, na de dood van zijn hond Jasper, doet hij dat opnieuw.

De ‘depressie’ staat ditmaal centraal. Maar daarnaast zijn er genoeg gelegenheden en momenten waarbij Bakker zich aan het rotgevoel weet te onttrekken en kan genieten. Zo leest hij al voor de vierde keer Het Bureau van J.J. Voskuil. Die reeks staat in zijn boekenkast in zijn huis in Schwarzbach, een gehucht in de Eifel. Voor hem is dat het mooiste boek ooit geschreven in de Nederlandse taal: ‘Ik heb het nodig nu: Voskuil als troostlezen, een bekende en veilige wereld waarnaar ik elke avond kan terugkeren. Boeken die feitelijk nergens over gaan maar o zo mooi zijn, en zo mooi kaal geschreven. Met humor ook.’ En: ‘Aangenaam aan Voskuil is dat hij het woord “gedeprimeerd” gebruikt en niet depressief.’

Knecht, alleen is geen dagboek in de enge zin ervan. Het is dat slechts deels. Het bevat daarnaast teksten die Bakker schreef voor zijn weblog, een enkele lezing, interviews en wat losse stukken voor speciale uitgaven. Bakker kan heerlijk eerlijk zijn. Zo was het zijn droom om nog eens een deel in de reeks privé-domein te verzorgen. Dus stapte hij op de uitgever af en wist die te overreden. Dat werd Jasper en zijn knecht. Een succes, dus een vervolg? Daarover: ‘Twee jaar geleden begon ik aan iets wat een tweede Privé-domeindeel had kunnen worden. Ik hield er na een paar maanden mee op. Ik ontdekte dat ik niet zomaar een dagboek kon bijhouden, dat sloeg nergens op. Ook voor een Privé-domeindeel heb je een kapstok, noem het voor mijn part een thema, nodig. Op de een of andere manier is een rode draad belangrijk.’

Sindsdien heeft Bakker al tweemaal een ‘rode draad’ gevonden. Zijn geestelijke gezondheid in dit boek en het overlijden van zijn vader en het ouder worden van zijn moeder in het inmiddels verschenen Moeder, na vader. Ga zo door, zou ik zeggen.

Gerbrand Bakker / Knecht, alleen / privé-domein, nr. 309 / 287 blz / De Arbeiderspers, 2020

zondag 6 augustus 2023

Met een giraffe van Marseille naar Parijs

Het moet voor veel Fransen die langs de route Marseille – Parijs wonen even slikken zijn geweest, in de weken tussen 20 mei en eind juni 1827. In die periode trekt namelijk een kleine maar opmerkelijke karavaan te voet van de kust van de Middellandse Zee naar de hoofdstad. Ze wordt aangevoerd door een zoöloog op leeftijd, Etienne Geoffroy Saint-Hilaire, de directeur van de Koninklijke tuinen en menagerie in Parijs. Hij verkeert in gezelschap van een jonge Soedanees, Atir, voormalig slaaf en op deze reis dierenverzorger.  Daarnaast is er nog een tweede oppasser, een Egyptenaar. En op veel trajecten worden ze voorafgegaan door lokale gendarmes te paard, die al te nieuwsgierig volk op afstand moeten houden. Op sommige plekken, vooral bij grotere steden, is dat geen overbodige luxe want de emoties dreigen meer dan eens op te lopen. Het hart van de karavaan is namelijk een uit de kluiten gewassen jonge giraffe. Een dier dat niemand in Frankrijk tot dan ooit in het echt heeft gezien, een dier ook waarvan niemand precies begrijpt, zelfs Saint-Hilaire niet, waarom het eruit ziet zoals het eruit ziet.

Zarafa, de giraffe, is een diplomatiek geschenk van de pasja van Egypte aan de Franse koning, Karel X. Dat dit geschenk in goede gezondheid in Parijs zal arriveren is dan ook van groot belang. Vandaar de oppassers die gewend zijn voor giraffes te zorgen, en vandaar ook de hooggeplaatste ambtenaar die de eindverantwoordelijkheid heeft. Gouverneurs van departementen en burgemeesters langs de route zijn geïnformeerd over het transport, van hen wordt verwacht dat ze een ongehinderde en veilige doortocht mogelijk maken.

Agnita de Ranitz, een Nederlandse die al lange tijd in Frankrijk woont, vertelt met Kom Atir, kom een kleurrijk verhaal. De couleur locale is daarbij niet onbelangrijk. Het imposante, nog grotendeels lege Franse landschap uit het begin van de negentiende eeuw, de verspreid liggende dorpen en stadjes die ieder weer een wereld op zich vormen, de gewichtig doende lokale notabelen en de verraste reacties van de bevolking, bij elkaar ontstaat er een sfeer waardoor je ongewild wordt meegesleept. In dat opzicht heeft het iets weg van het hedendaagse kijken naar de reportages  van de Tour de France: gaat het niet vooral om het landschap? 

Ik hou van dit soort boeken, vederlicht en heerlijk amusant. Voor tussendoor. Leesplezier, heet dat. Dat De Ranitz wat minder sterk is op het punt van de interactie, de dialogen tussen haar personages soms wat houterig overkomen, zij haar in dit geval vergeven. Een plusje noteer ik voor de smaakvolle vormgeving van het boek, en het juweel van een omslag. En voor de verantwoording, waarin ze keurig haar bronnen presenteert.

Twee jaar na verschijnen van Kom Atir, kom en net vóór de Vermeertentoonstelling organiseerde het Rijksmuseum een mooie tentoonstelling over Clara, het nijlpaard dat in 1740 door een kapitein van de VOC van Bengalen naar Amsterdam werd verscheept, en waar hij vervolgens jarenlang Europa mee rondtrok. Een kermisattractie, kijken tegen betaling. De Ranitz, vermoedelijk enthousiast geworden door het succes van haar eersteling, wijdde ook aan Clara een documentaire roman. Die is niet onaardig om te lezen, maar de spontaniteit van haar eerste boek ontbreekt daarin voor mijn gevoel. Bovendien heeft ze, wellicht om de wat monotone herhaling van het steeds weer tentoonstellen te doorbreken, een liefdesgeschiedenis door het verhaal geweven: de VOC-kapitein wordt verliefd op een mooie Groningse adellijke dame, de vrouw van wie hij de nog jonge Clara ooit kocht in Bengalen – toen zij nog de echtgenote was van de lokale gouverneur van de VOC. Dat mag een speelse toevoeging zijn, maar overtuigt mij niet.

En voor wie het allemaal eens zelf wil beleven? De route van de giraffe volgen? Daarvoor heeft De Ranitz inmiddels een tour opgezet, genaamd In de voetsporen van Zarafa. Je reist dan, met de auto, langs de wegen die Zarafa aflegde, logeert in chambres d’hôtes van voornamelijk Nederlanders en Vlamingen en treft bij de avondmaaltijd misschien wel gelijkgestemden. Een mooi initiatief, maar ik betwijfel of Napoleon Bonaparte, met zijn befaamde Route Napoleon, het straks moet afleggen tegen een giraffe.

Agnita de Ranitz / Kom Atir, kom / 348 blz / Uitgeverij De Brouwerij, 2020

Agnita de Ranitz / Clara. De eerste neushoorn in Nederland / 250 blz / Uitgeverij De Brouwerij, 2022