Het voorkomen van een openbare aftakeling als schrijver speelt wel mee bij Barnes’ beslissing om te stoppen. ‘Ken je schrijvers die grote romans schreven na hun tachtigste?’, zei hij onlangs tegen een journalist. Barnes is van januari 1946. Een ander schrikbeeld voor hem is te overlijden terwijl hij aan een boek werkt, en dat zijn uitgever dat onvoltooide boek dan toch maar publiceert. Of het door een collega-schrijver laat voltooien. Over deze scenario’s heeft hij de controle, die kan hij ontwijken door gewoon nu te stoppen. Wat hij niet helemaal in de hand heeft is het verloop van de ziekte die enkele jaren geleden bij hem is vastgesteld. Een vorm van bloedkanker. Niet te genezen, wel beheersbaar. Tot op zekere hoogte. De beslissing om te stoppen wordt daarmee wel begrijpelijk. Dat hij dat doet met een fonkelende roman laat zien hoe leven en schrijven bij hem zijn verweven.
Wanneer las ik mijn eerste Barnes? Dat weet ik nog wel. Dat was tijdens een reis door Madagascar, ergens midden jaren negentig. In de laatste week werd mijn vrouw, Brenda, flink ziek. Op dat moment logeerden we in een klein hotelletje in het noorden, in de bush. We besloten dat we daar zouden blijven, terwijl de groep zou doorreizen naar een strandlocatie een paar uur verderop. Na drie dagen zouden ze ons op de terugweg weer oppikken. En omdat het toch een beetje buiten het seizoen was, gaf de hoteleigenaar ons de sleutel van een houten hutje dat een kwartier lopen verderop aan een stroompje lag. Geen doorgaande route, doodse stilte, prachtige natuur. Idyllisch. Ik mocht mij twee keer per dag melden in het hotel, voor een maaltijd, en om gelijk wat mee te nemen voor Brenda. Die snel beter werd.
Maar er was één ding dat voor mijn gevoel de pret enigszins vergalde. Ik had nog maar één boek te lezen. De andere had ik al uit. Indertijd bestonden luisterboeken of e-books nog niet, evenmin als e-readers waarop honderden boeken staan. Voor vertrek van een lange reis schatte je de hoeveelheid boeken die je nodig zou hebben, waarbij het gewicht natuurlijk ook een rol speelde. Dat ene boek dat ik nog niet had gelezen was Flaubert’s Parrot, oftewel Flauberts papegaai. Van Julian Barnes, een mij op dat moment onbekende auteur. Ik las het, en was verkocht. Het beschrijft de speurtocht van een Engelsman op leeftijd die in Normandië op zoek gaat naar alles wat hij kan vinden over Gustave Flaubert (1821-1880), de schrijver van onder andere Madame Bovary. De papegaai speelt daarin een sleutelrol.Flaubert’s Parrot is van alles tegelijk: een roman, het verslag van een speurtocht, een stukje autobiografie en wat je verder maar kan bedenken, zoals beeldschone bespiegelingen over van alles en nog wat. Het was eigenlijk precies zoals het leven was. Ik las het de eerste dag in dat sprookjesachtige huisje uit. En las het de volgende dag opnieuw. En beperkte me de laatste dag tot de aangestreepte passages.
Dat was mijn ontdekking van Julian Barnes. We zijn nu dertig jaar verder. Zijn nieuwste boek, en dus ook zijn laatste boek, stelde mij niet teleur. Integendeel. De tekst is de mix waarop hij ons al zo vaak heeft getrakteerd, een hybride van verschillende stijlen. Vertrek(punt) bestaat uit vijf delen. Barnes begint, direct na zijn mededeling dat dit zijn laatste boek zal worden, met een uitvoerige, briljant-informele verkenning van het geheugen. De pijlers daaronder zijn het IAM, het Involuntary Autobiographical Memory én, haast vanzelfsprekend, de madeleines van Marcel Proust. Het tweede en vierde deel besteedt hij aan zijn vriendschap met twee medestudenten, die hij met de manipulatieve krachten van de schrijver veertig jaar na dato alsnog bij elkaar brengt.Het derde deel wijdt hij aan de beslommeringen rondom zijn ziekte. De onderzoeken, de geheimtaal van de artsen, de wetenschap dat het erger had kunnen zijn. Dat hij nog wat tijd heeft, misschien best wel veel. Aandoenlijk is hoe hij snel een koffertje inpakt wanneer de artsen hem voor het eerst naar met spoed naar het ziekenhuis ontbieden. Een appeltje en de Guardian – voor de kruiswoordpuzzel – ontbreken niet. Hij weet de situatie te relativeren. Zijn echtgenote overleed tien jaar geleden na een heel kort ziekbed aan een hersentumor, dat helpt je blijkbaar dingen in het juiste perspectief te zien.
Vertrek(punt) komt over als de ultieme hybride vertelling, persoonlijker én informeler dan voorheen. Barnes heeft het over ‘Het vertrek waarop geen aankomst zal volgen’. En schroomt niet zijn tekst in toenemende mate als ‘terloopse mijmeringen’ te kenschetsen. Hij maakt de indruk zijn afscheid serieus te nemen, er een punt achter te zetten. Daarin is hij meer dan geslaagd. Maar … mocht hij binnenkort de aandrang voelen toch nog eens iets te schrijven, dan zal ik hem die woordbreuk zeker niet kwalijk nemen.
Julian Barnes / Vertrek(punt) / Vertaald uit het Engels ‘Departure(s)’ door Jelle Noorman / Luisterboek, voorgelezen door Louis van Beek / 5 uur en 16 minuten / Atlas Contact, 2026, via Storytel




















