Krielaars reisde voor het eerst naar de toenmalige Sovjet-Unie in het befaamde jaar 1989. Zijn studie had hij kort daarvoor afgerond met een scriptie over de mensjewieken, de verliezers van de Russische Revolutie. Hij hoopte in Rusland onderzoek te kunnen doen voor een proefschrift. Het wetenschappelijke klimaat onder Gorbatsjov was immers vrij relaxed. Maar het liep anders, binnen twee jaar hield de Sovjet-Unie op te bestaan en brak de periode Jeltsin aan, met chaos op bijna alle gebieden.
In 2007 vroeg NRC Handelsblad Krielaars om correspondent te worden in Moskou. Hij zou dat ruim vijf jaar zijn, jaren waarin hij naast zijn reguliere werk kans zag veel door het land te reizen en stukken te schrijven over schrijvers en kunstenaars. Zijn bekendste boeken zijn Het brilletje van Tsjechov (2014), Alles voor het moederland (2017) en De klank van de heilstaat. Musici in de tijd van Stalin (2021). En dan nu Rivier van bloed. Een cultuurgeschiedenis van de Wolga.Ooit kocht Krielaars in een antiquariaat in Moskou Baedeker’s Russland. Handbuch für Reisende uit 1892, zo’n mooie reisgids in een vuurrode linnen band. Die biedt hem een schat aan informatie om tijdens zijn trips de situatie van het voormalige tsaristische Rusland te kunnen vergelijken met de huidige situatie.
Een Wolgavakantie is in Rusland net zo populair als in het verleden bij ons een reisje langs de Rijn. Jaarlijks boeken anderhalf miljoen Russen een ticket voor de hele route of een deel daarvan. Goedkoop is een all-inclusive ticket niet, en Krielaars ontdekt al snel dat de meeste passagiers waar voor hun geld willen. Zo wordt bij het ontbijt eerst even met gerookte zalm en roerei een vette bodem gelegd, zodat de wodka daar zonder probleem achteraan kan. Na de dagexcursie, meestal een rondleiding door een van de havensteden, zijn veel passagiers al behoorlijk rozig. Het Happy hour op het schip wordt gewoonlijk ingevuld met zingen waarbij Krielaars de Russen, die hem als buitenlander eerst wat op afstand hielden, verrast met zijn ruime repertoire aan traditionele liederen. Een geoefende bas. Ik kreeg een beeld voor ogen van Ivan Rebroff …..Maar de verbroedering met zijn medepassagiers en de verdere leut aan boord is niet waar Krielaars op uit is. Het gaat hem om de historie van Rusland, en om de cultuurgeschiedenis. Vrijwel geen plek langs de oevers van de Wolga waar niet in het verleden kunst is vervaardigd, boeken zijn geschreven, denkers hebben gedacht en architecten mooie gebouwen hebben neergezet. Met andere woorden: het leven werd verfraaid. Maar tegelijk geldt datzelfde op veel plekken voor afschuwelijke zaken, zoals onderdrukking door de tsaren of hun voorgangers – Ivan de Verschrikkelijke maakte zijn naam waar – en natuurlijk ook in de tijd van de Sovjet-Unie. De bloedige jaren van Stalins regime. Het verhaal van die twee polen is wat Krielaars kwijt wil. Hij praat met mensen, draagt romans aan die van de verschrikkingen verhalen, schrijft over de talloze mislukte pogingen om het leven van de Rus te verbeteren.
‘De wortels van het Rusland van nu liggen in het verleden’. En vroeger én nu kenmerkt die geschiedenis zich door de gewelddadigheid waarmee de machthebbers de bevolking eronder hielden en houden. Waarbij Poetin en zijn vrienden die geschiedenis zelfs doortrekken om de oorlog in Oekraïne te rechtvaardigen. Zij verwijzen graag naar de Tweede Wereldoorlog – die in Rusland De Grote Oorlog heet –, waarin het heldhaftige Russische leger succesvol streed tegen de nazi’s. Zo’n zelfde klus moet nu worden geklaard in Oekraïne. Dat verhaal werkt, ‘want een meerderheid van de Russen steunt die strijd, uit een misplaatst gevoel van patriottisme vermengd met slaafse gehoorzaamheid aan een leider die beweert als een tsaar voor hen te zullen zorgen.’ En zelfs de Russen die wél zelf nog nadenken, verzetten zich er meestal niet tegen. Want Poetin zorgt voor stabiliteit. Niemand wil de Jeltsin-jaren terug.
Langzaam de rivier afzakkend stelt Krielaars vast dat ondanks het verdwijnen van veel schoons in de stadjes waar ze aanleggen, veel er ook nog is, of is gerestaureerd. Met andere woorden: zijn Baedeker uit 1892 is soms nog best betrouwbaar. Genietend van het weldadige landschap langs de oevers moet Krielaars ook vaststellen dat de Wolga als bindmiddel voor een verhaal met zoveel facetten prima werkt. Zelfs in letterlijke zin want, schrijvend over de massale moordpartijen in de eerste decennia na de revolutie: ‘Dit alles terwijl de Wolga onverstoorbaar bleef stromen en hoogstens zo nu en dan rood kleurde in de buurt van een grote stad waar op de kade een executieplaats was ingericht.’Michel Krielaars / Rivier van bloed. Een cultuurgeschiedenis van de Wolga / 336 blz / Uitgeverij Pluim, 2026




















