Vasili Grossman (1905-1964) was een Russische journalist en oorlogsverslaggever, vooral bekend door zijn romans Leven & Lot en Stalingrad, waarin hij de strijd van het Russische leger tegen de Duitsers gedurende de Tweede Wereldoorlog beschrijft. Het zijn omvangrijke boeken, elk zo’n duizend bladzijden. Dat hij ooggetuige was van de gebeurtenissen – de slag om Stalingrad, de inname van Berlijn, de bevrijding van Treblinka – vindt zijn weerslag in het rauwe realisme van veel van de scènes. Dat is ook de reden dat Grossman de boeken niet, of slechts in zwaar gekuiste vorm, mocht publiceren. Waarbij wellicht ook meespeelde dat hij van Joodse, weliswaar niet praktiserend, afkomst was. Hij schreef Alles stroomt, wat zijn laatste roman zou worden, tussen 1954 en 1961. Toen hij drie jaar later stierf aan kanker, ging hij ervan uit dat het boek nooit gepubliceerd zou worden. Dat lukte inderdaad pas tijdens Glasnost.
Alles stroomt is opgebouwd rond Ivan Grigorjevitsj. We ontmoeten hem – een vijftiger in armoedige kledij, oud voor zijn leeftijd, stilletjes – in de trein van Siberië naar Moskou. In zijn kleine houten koffertje, met afbladderende verf, draagt hij wat schamele bezittingen en een homp brood. Het is 1954, Jozef Stalin is het jaar ervoor overleden. Daaraan dankt Ivan het dat hij nu in de trein zit, richting Moskou. Vrijwel alle politieke gevangen die onder Stalins bewind waren vastgezet kregen na diens dood gratie. Ivan zat in een Siberisch werkkamp omdat hij zich als student aan de universiteit had uitgesproken tegen de dictatuur. Hij zou er dertig jaar doorbrengen, zonder enig teken van leven van zijn familie of de autoriteiten. Iedereen leek hem vergeten.In Moskou bezoekt hij als eerste zijn neef Nikolaj Andrejevitsj, vooral om bij te praten over de lotgevallen van zijn familie. Maar Nikolaj, die zich schuldig voelt omdat hij al die jaren geen contact heeft gezocht met zijn neef, of diens brieven beantwoordt, praat liever over zichzelf. Over zijn succes als wetenschapper, over zijn luxe leventje als partijlid. Wat hij Ivan niet vertelt is dat hij als zelfbescherming altijd de leiders heeft gevolgd, hun wensen ingewilligd. Bijvoorbeeld toen hij en zijn collega’s in 1938 moesten stemmen over de doodstraf voor Nikolai Boecharin, een vijand van Stalin. Hij had ingestemd. Heel bewust niet getwijfeld:
‘Want zelfs als hij in zijn hart had geweten dat Boecharin onschuldig was, zou hij toch voor de doodstraf hebben gestemd. Het stemde gemakkelijker als je niet twijfelde, daarom had hij zichzelf wijsgemaakt dat hij niet twijfelde. Niet stemmen kon hij niet, hij geloofde immers in de verheven doelstellingen van de partij van Lenin en Stalin.' Maar Ivan had ook zonder woorden ook wel begrepen dat zijn neef zichzelf had verloochend. Hij had weliswaar niemand verraadden, maar het ook voor niemand opgenomen.
Grossman laat Ivan nog doorreizen naar Leningrad en vervolgens naar een provinciestadje, waar hij een baan als slotenmaker weet te bemachtigen en een relatie krijgt met een lieve vrouw, Anna, bij wie hij een kamertje huurt. Hij wisselt Ivans verhaal af met beknopte essays waarin hij de Russische maatschappij in context beziet. Bijvoorbeeld over de politieke ontwikkelingen van de afgelopen twee eeuwen in Rusland en het Westen. Waar die in het Westen over het algemeen hebben geleid tot vrijheid, was het resultaat in Rusland juist onvrijheid. Of het nu de absolute heerschappij van de tsaren was, het systeem van lijfeigenschap, de uitkomst van de revolutie of het project van collectivisatie: onvrijheid was het gevolg, onderdrukking de gemene deler. Van die onderdrukking was het maar eens kleine stap naar de Siberische kampen, waar veel gevangenen niet werden opgesloten omdat ze iets hadden gedaan, maar omdat ze dat zouden kunnen doen.
Je voelt Ivan verloren rondlopen, in een land dat hem vreemd is, dat in dertig jaar een volkomen andere wereld is geworden. Wanneer Anna overlijdt en niets hem meer bindt, besluit hij naar de Zwarte Zee te reizen om zijn geboortehuis nog eens te zien. Op zoek naar iets dat hem vertrouwd is. Inmiddels bespeurt hij bij zichzelf ook de neiging in die termen over zijn leven in het kamp te denken.Grossman kiest in Alles stroomt een verrassend perspectief. Romans over de Goelag, die van Aleksandr Solzjenitsyn voorop, zijn er te over. Maar het verhaal van een terugkeer is nieuw voor mij. Met weinig woorden schept Grossman een sfeer, een gevoelsleven. Je hebt al snel met Ivan te doen, voorvoelt ook dat het misschien slecht zal aflopen. Ronduit prettig is de Grossman van de uitgesproken meningen, waarin je de oorlogsverslaggever herkent die net vier jaar bloedige veldslagen achter de rug heeft. Die is voor duidelijkheid.
Vasili Grossman / Alles stroomt / Vertaald uit het Russisch door Anne Stoffel / Met een nawoord van Lisa Weeda / 221 blz / Uitgeverij Balans, 2026


















