Ook Pauline Slot moet dat zo´n anderhalf jaar geleden hebben gedacht. Haar vader was net overleden, dat had haar diep aangegrepen. En ze was opzoek naar iets dat haar gedachten zou verzetten, iets dat haar in z´n meest optimale vorm wellicht zelfs wat houvast biedt kon bieden. Waarin ze haar tanden kon zetten. De romans van Simon Vestdijk dan maar? Dat zijn er 52, die zou ze dus in één jaar kunnen gelezen. Nadat ze op Catawiki de Verzamelde romans heeft aangeschaft – voor 345 Euro, een koopje – gaat ze aan de slag. Een roman per week lezen, en daar dan over schrijven. Moest toch te doen zijn.
In een voorwoord licht Slot nog even toe wat zij met Vestdijk heeft. Dat is, wat de romans betreft, vrij summier. Niet meer dan een handvol las zij er ooit. Haar herinneringen eraan zijn tientallen jaren later nogal vaag. Maar ze weet dat Vestdijk de reputatie heeft een ‘vergeten schrijver’ te zijn, en ze realiseert zich dat daar zeker redenen voor zullen zijn. Dat ze gedateerd zijn, bijvoorbeeld. Voor ons niet meer te genieten. Maar dat schrikt haar niet af, dat vindt ze juist spannend. Ze gaat een band opbouwen met de man, met hem ‘daten’. Misschien zelfs zijn weduwe worden. Kortom, de dood of de gladiolen. Voor zoveel moed heb ik respect.Ik heb ooit wél de complete verzamelde romans gelezen. Dat was in de jaren 1978-1985, toen die mooie editie in regenboogkleuren verscheen. Ik was werkstudent en kon die over zeven jaar gespreide uitgave daardoor wel betalen. Met Vestdijk had ik eerder kennisgemaakt op de middelbare school bij het lezen voor de lijst. En was diep onder de indruk van Terug tot Ina Damman, De kellner en de levenden, Ivoren wachters en Meneer Vissers hellevaart. De usual suspects, dus. Maar het lezen van mijn mooie set Verzamelde romans leerde me dat Vestdijk ook wel eens een tussendoortje deed. Een maandagochtend-romannetje. Een ruwe inschatting mijnerzijds: hij schreef zo’n tien werkelijk fenomenale romans, een kleine 25 van gemiddelde kwaliteit en zo’n vijftien kan ik niet meer dan het label ‘bagger’ geven. Het is fijn voor Slot dat ze dit laatste van tevoren niet wist.
De romans zijn in deze uitgave genummerd van 1 tot en met 52, in de volgorde waarin Vestdijk ze schreef. Slot houdt die volgorde aan, begint dus met Kind tussen vier vrouwen – de oerversie van de Anton Wachterromans -, Meneer Visser, Ina Damman enzovoorts. De vroege periode, midden jaren dertig, Vestdijk als jonge, uiterst ambitieuze auteur. Naast schrijver is hij dan ook als redacteur verbonden aan het tijdschrift Forum, zoals te zien op een beroemde foto waarvoor hij in deze jaren poseert tussen zijn mederedacteuren Menno ter Braak en Edgar du Perron. Slot beschrijft steeds haar leeservaring, en legt waar mogelijk een verbinding naar zichzelf, naar gebeurtenissen in haar eigen leven. Haar keuze voor deze vorm mag je creatief noemen, en zou binnen het kader van haar project kunnen werken, een meerwaarde zijn. Maar dat is voor mijn gevoel te vaak niet echt het geval. En dan lijken dergelijke verbindingen en overeenkomsten al gauw te bedacht.Wat wél goed werkt is dat Slot bij het lezen en bij het beschrijven van haar leeservaring volledig zichzelf blijft. Zij is een vrouw uit 2025, ervaren in het omgaan met teksten, en leest en analyseert romans teksten van een man van zo’n tachtig jaar geleden. Hun wereldbeeld, hun waarden en normen kunnen nogal verschillen. Bijvoorbeeld over vrouwen.
Bij de jonge Anton Wachter en zijn fascinatie voor, en onhandige omgang met, meisjes van zijn leeftijd smelten wij weg. Maar in veel van de romans, vooral in de latere, kan Vestdijk flink denigrerend zijn over vrouwen. Soms is dat zo opvallend dat Slot in actie komt, turft hoe vaak Vestdijk het woord ‘hoer’ gebruikt in een roman – bij vrouwen die dat niet beroepsmatig zijn. Ook in het echte leven verdient zijn gedrag tegenover vrouwen niet altijd de schoonheidsprijs. Zo woonde Vestdijk jarenlang samen met zijn huishoudster Ans Koster, terwijl hij tegelijk een langdurige affaire had met de schrijfster Henriëtte van Eyk. Hij schreef Henriëtte prachtige liefdesbrieven, maar de manier waarop hij daarin Henriëtte aan het lijntje hield omdat hij zijn gemakkelijke leventje met Ans niet wilde opgeven brengt Slot zelfs ertoe denkbeeldige gesprekken met hem te beginnen om hem zijn fouten in te wrijven. Dat werkt uiterst geestig. Vooral ook omdat ook nog Slot de indruk krijgt dat Vestdijk die relationele driehoek beschouwde als een mooie inspiratiebron voor een roman.
Die latere romans, waarvan de stijl bij vlagen nog virtuoos is maar waar het leven uit is, en waarin een stuitend seksisme de boventoon voert, maken de laatste meters voor Slot zwaar. Waar Vestdijk voor haar aan het begin van het project het imago had van een gerespecteerd auteur, met wellicht ook wat mindere werken, is zij na lezing van het gehele oeuvre streng: ‘Maar hier aangeland ben ik blij dat de tijd dit werk heeft ingehaald. Achteromkijkend zie ik een aantal romans die het verdienen om weer even in het licht te staan. Maar ik zie er ook die kleiner en kleiner mogen worden, tot ze helemaal verdwenen zijn. En dat beeld, ik kan het niet anders zeggen, geeft mij een duivels plezier.’ Hier worden ze bij de Vestdijkkring niet blij van…
Pauline Slot / Een jaar met Simon. Over Vestdijk, een vader en de liefde voor lezen / 416 blz / De Arbeiderspers, 2026

























