Voor de hoofdpersoon in Bunker, de nieuwe roman van Richard Osinga (1971), bevindt de ultieme overlevingsplek zich niet aan de randen van de aardbol, maar op een plek waar de lokale overheid steekpenningen aanneemt en verder geen vragen stelt. Aan die eisen voldoet een dunbevolkt, bergachtig gebied in Kazachstan. Nadir, een Canadees van Indiase oorsprong, onmetelijke rijk geworden in Silicon Valley, laat daar in een berg een groot ondergronds complex aanleggen waar enkele tientallen mensen geheel zelfvoorzienend langdurig kunnen verblijven. Of anders gezegd: het einde der tijden afwachten. En dat overleven, én vervolgens vanuit die positie een nieuwe start maken. Want daar gaat het toch om. Een reboot.
Osinga houdt zijn hoofdpersoon Nadir een beetje in de luwte. Hij is dan wel de geestelijke vader van het project, en de financier, maar hij is ook een meester in delegeren. Het is vooral Cindy, de jonge vrouw die Nadirs werkzame leven organiseert, die je als lezer het meest nabij meemaakt. Dat geldt ook voor Jonas, een Nederlandse architect die zich heeft gespecialiseerd in zelfvoorzienende woningen. Hij ontwierp het ondergrondse complex. En net als Cindy koos hij ervoor mee te gaan op het avontuur. Zijn vrouw was kort ervoor overleden, dit voelde voor hem iets van een nieuwe start. En dan is er ook nog de moeder van Nadir, Inaya. Ook zij rouwde nog om haar echtgenoot, met haar zoon meegaan bezat een zekere logica. Hen drieën volg je: eerst in hun enthousiasme voor het project dat probleemloos verloopt, dan in hun beginnende twijfel en vervolgens in hun frustratie over de houding van Nadir die als een echte CEO, koel, analytisch en afstandelijk, de zaak aanstuurt. Geen inspraak toelaat.Terwijl dat toch wel wenselijk zou zijn, want onverwachte ontwikkelingen veroorzaken een neergaande spiraal. Alle deelnemers hebben ingetekend voor een experiment dat één jaar zal duren, waarna de lessons learned zullen worden doorgevoerd in de definitieve versie van de ondergrondse stad. Maar halverwege dat ene jaar laat Nadir de deelnemers weten dat de situatie bovengronds is geëscaleerd, dat een terugkeer daardoor onmogelijk is geworden en dat het experiment daarmee overgaat in the real thing. Een verdere toelichting geeft hij niet. De deelnemers tasten in het duister. Moeten ze blij zijn dat ze de dans zijn ontsprongen? Maar wat is het lot van hun familie en geliefden? En hoe desastreus is de situatie bovengronds? Een voorzichtig kijkje nemen is niet mogelijk, Nadir heeft de uitgang hermetisch laten afsluiten.
Daarmee zijn de opties voor de deelnemers eigenlijk gereduceerd tot nul. Nadir laat hen weten dat een eerste mogelijkheid om heel voorzichtig de buitenwereld te scannen op zijn vroegst over een, twee, vijf of tien jaar plaats kan vinden. Niet iedereen accepteert dit, boosheid en frustratie krijgen de overhand en het project dat eens zo vooruitstrevend was, mondt uit in onenigheid en gedoe. De onbereikbare buitenwereld, en vooral de vrijheid: het voelt aan als het paradijs. Osinga weet ieders verlangen naar die buitenwereld haarscherp te verwoorden.Bunker is meer dan een goedgeschreven roman met een spannend plot en een ijzingwekkende finale. Het verhaal past in een tijdgewricht waarin kortzichtige presidenten impulsieve beslissingen nemen, met hun militaire overwicht enorme schade laten aanrichten en pogingen tot doordachte diplomatie worden weggelachen. In een tijdsgewricht, kortom, waarin miljoenen mensen ook wel eens verlangen naar een luxe ondergrondse bunker om betere tijden af te wachten.
Richard Osinga / Bunker / 286 blz / Wereldbibliotheek, 2026





















