Hoog op het lijstje van Russische kunstenaars die een problematische relatie hadden met Stalin staat de filmregisseur Sergej Eisenstein (1898-1948). Je zou het een knipperlichtrelatie kunnen noemen. Minstens de helft van Eisensteins films noemde Stalin geniaal, maar een handvol andere dreven hem al bij de eerste vertoning tot uitzinnige woede. Hij verbood vervolgens de roulatie daarvan. Dat was niet uitsluitend de schuld van de filmer, al had die wel een ietwat ongemakkelijk karakter en overschreed hij voortdurend de toegekende budgetten. Ook de partijlijn, die in die beginjaren van de communistische heilstaat nogal eens werd bijgesteld, bracht Eisenstein soms in problemen. Dan voltooide hij een film waartoe hij twee jaar eerder de opdracht had gekregen, maar waren de politieke richtlijnen inmiddels gewijzigd zodat de film niet langer de officiële boodschap verkondigde. Of was Lev Trotski in ongenade gevallen, zodat hij in 1927 uit ieder shot van Oktober moest worden gesneden. Een gekmakende taak, maar weigeren was geen optie.
Onlangs verscheen Op de trappen van Odessa van Guzel Jachina (1977), een in de autonome republiek Tatarstan geboren en getogen auteur van succesvolle historische romans. Het is een op het leven en werk van Eisenstein gebaseerde roman. De titel verwijst naar de scène uit de film Pantserkruiser Potemkin (1925) die we allemaal wel eens zullen hebben gezien: tijdens een opstand in 1905 van opstandige matrozen en burgers tegen de soldaten van de tsaar in de haven van Odessa rolt een kinderwagen van een lange trap naar beneden, trede voor trede, tergend langzaam. Het lijkt één lang shot, dat toch vanuit meerdere posities is gefilmd. Het is een film vol ongewone én ongelooflijke regie en cameravoering, zoals opnamen vanuit de lucht waarvoor Eisensteins vaste cameraman Eduard Tissé zich in een tuigje door een enorme havenkraan liet ophijsen. Een film zo megalomaan dat een eskader van de Zwarte Zeevloot werd opgetrommeld. Een film met misselijkmakende massa-executies, waaraan duizenden liters kersen op sap te pas kwamen. Een film tot slot die in de gedurfde montage, die Eisenstein nooit aan medewerkers overliet, nog extra effect meekreeg. Pantserkruiser Potemkin is een van de eerste films van Eisenstein, en tevens de film die hem wereldberoemd maakte. Stalin bewonderde de gedurfde keuzes, de vooruitstrevende stijl en de heldhaftige houding van de opstandelingen, voelde aan dat die combinatie bij de Russische bevolking de juiste snaar zou raken. En hij kreeg gelijk.Het spreekt vanzelf dat Jachina aan de grote films veel aandacht besteedt. Ze komen allemaal langs, van Staking uit 1924 tot en met Alexander Njevski uit 1938. Na de film over deze legendarische Russische vorst volgt direct na de oorlog nog een deels mislukte trilogie over Ivan de Verschrikkelijke. Deze luidt de definitieve neergang van Eisenstein in, en hij raakt voorgoed gebrouilleerd met Stalin. Wanneer hij in 1948 wordt geveld door een hartaanval is dat tevens het einde van een regisseursloopbaan die nauwelijks vijfentwintig jaar duurde.
Bij Jachina komt Eisenstein naar voren als een gedreven filmer, maar tegelijk ook als een altijd ietwat onzekere kunstenaar. Bij vertoningen van een nieuwe film neemt hij vaak plaats in de coulissen van het theater om de reacties van de toeschouwers te kunnen zien. Wanneer hij in 1929 in opdracht van Stalin naar Europa vertrekt om zich daar de nieuwe uitvinding eigen te maken, de geluidsfilm, en later op verzoek van Paramount Pictures doorreist naar Hollywood, weet hij op beide locaties zijn draai niet goed te vinden. En maakt dan maar, op eigen initiatief en met een klein budget, een vreemde maar beeldschone documentaire over de kleuren van de Mexicaanse natuur. Geeft dus de voorkeur aan het doen van zijn eigen ding, geeft gehoor aan een artistieke prikkel.Tijdens het lezen begon het mij gaandeweg te dagen waarom Jachina deze kloeke roman op de titelpagina als een Roman buffo presenteert. Het Italiaanse ‘buffo’ betekent zoveel als ‘grappig’. Verwijst ze daarmee naar het nogal extraverte karakter van Eisenstein? De man die van zijn hart geen moordkuil maakte en zich als regisseur nooit liet verleiden tot compromissen? Die streefde naar het volmaakte, dat in zijn ogen uitsluitend werd bereikt wanneer iedereen precies deed wat hij ze vroeg. En dat kon hij afdwingen als het nodig was, met het nodige vertoon. Van gevloek tot gesmeek, van dreigementen tot fysiek contact. Maar altijd theatraal. Meestal effectief. Ik vermoed dat Jachina dit gedrag in haar roman in zekere mate aanzet, versterkt. Ze noemt hem een vrolijke paljas, ik denk zelf dat de term schelm nét iets beter past. Je zou een biografie van Eisenstein moeten lezen om te zien of dat klopt.
Guzel Jachina / Op de trappen van Odessa. Roman buffo / Vertaald uit het Russische door Arthur Langeveld / 541 blz / Querido, 2026






















