zondag 5 juli 2026

'Gered' door de atoombom

Het verhaal dat Richard Flanagan vertelt in Vraag 7 is in alle opzichten een vlechtwerk. Het uitgangspunt is simpel: zijn vader heeft zijn leven te danken aan de atoombom. En daarmee Flanagan zelf ook, want zonder die bom had zijn vader de oorlog waarschijnlijk niet overleefd en was hijzelf, van 1961, dus nooit verwekt. Maar dat gegeven is slechts de - beknopte - kern van het verhaal. Vandaar uitwaaierend bespreekt Flanagan de aanloop naar de ontwikkeling van de bom, een soms lichtelijk bizarre voorgeschiedenis; heeft hij het over het leven van zijn ouders, zowel vóór de oorlog als erna; en over zijn eigen jeugd; over zijn leven als beginnend schrijver en wat al niet meer. Vraag 7 is dan ook lastig in een hokje te duwen. Het is een memoir, het is fictie én non-fictie, het zijn essays over wetenschapsgeschiedenis. Soms raak je als lezer even de weg kwijt, vraag je je af wat Flanagan wil met het nieuwe hoofdstuk waaraan je net bent begonnen. Tot het je, soms flink wat bladzijden later, daagt. En je moet erkennen dat Flanagan al die tijd precies wist wat hij aan het doen was. Voor zulke boeken heb ik een zwak.

De atoombom is bij Flanagan niet uitsluitend het resultaat van grensverleggend natuurkundig onderzoek. Integendeel, het idee voor zo’n bom traceert hij, nét iets eerder, in de literatuur. De schrijver H.G. Wells, die al vroeg in zijn loopbaan furore maakte met The War of the Worlds, beschreef hem al in zijn roman The World Set Free (1914). En nu hij toch bij Wells is aanbeland, kan Flanagan de verleiding niet weerstaan de liefdesgeschiedenis tussen de oudere Wells en de jonge Rebecca West, veelbelovend schrijver in wording, smakelijk op te dissen. Om van daaruit op behoorlijk onnavolgbare wijze uit te komen bij de natuurkundige Leo Szilard, een vriend van Albert Einstein, en de ontwikkelingen binnen de nucleaire technologie in de jaren dertig van de vorige eeuw. Szilard schreef de beroemde brief aan president Roosevelt - die Einstein mede ondertekende - hem aansporend het onderzoek naar zo´n bom in gang te zetten. En vanzelfsprekend neemt Flanagan meermaals even plaats op de jump seat bij de mannen in de Enola Gay, de B-29 Superfortress die de eerste atoombom op Hiroshima wierp. De bom die zijn vader, die na jaren Japanse dwangarbeid in een kolenmijn meer dood dan levend was, net op tijd de vrijheid zou teruggeven.

Net als in veel van zijn andere boeken komt Flanagan hier uiteindelijk ook weer uit bij Australië, zijn vaderland. In dit geval bij Tasmanië, waaruit zijn ouders afkomstig waren. Schrijven over het karakter van een landschap en de verbondenheid die je daarmee kan voelen, kan hij als geen ander. Las je nog nooit zijn spetterende roman De smalle weg naar het verre noorden, doe dat dan nu. Stop hem in de vakantiekoffer. Krijg je geen spijt van. Maar dat geldt ook voor Vraag 7. De hoofdstukken waarin Flanagan zijn vader na de oorlog laat terugkeren naar zijn geboortegrond om zijn leven weer op te pakken, zijn dan ook de mooiste van dit volstrekt eigenzinnige boek. 

Richard Flanagan / Vraag 7 Vertaald uit het Engels door Thijs van Nimwegen / 248 blz / Koppernik, 2026

Gelezen versie: Question 7