woensdag 12 oktober 2011

Schrijverslevens

Jeroen Brouwers is sinds jaar en dag gefascineerd door de levens van schrijvers. Hij heeft daar al talloze essays aan gewijd. Hij lijkt het best op dreef te zijn wanneer het leven van een schrijver en diens productie niet helemaal - of: helemaal niet - hebben geleid tot een plaats in het pantheon van de grote auteurs. In die gevallen weet hij heel raak de zinloosheid en treurigheid van zo'n schrijversbestaan op te roepen.
Ook in De schemer daalt, het zevende deel in de reeks Feuilletons, staan weer van die verhalen. Ze zijn niet allemaal even interessant. Waar het stuk over Freddy de Vree nog boeiend is omdat hij zelf uitgever was van bibliofiele boeken, omgang had met beroemde schrijvers als W.F. Hermans en daar over schreef, daar is het essay over de Vlaamse auteur Maria Messens voor mij veel minder interessant omdat er in haar leven hoegenaamd niets gebeurde en haar werken nauwelijks tot geen lezerspubliek hebben gevonden. Hoewel zo'n volstrekt mislukt schrijverschap op zich wel weer een fascinerend gegeven is. En omdat Brouwers dit stuk bovendien met zulk oprecht mededogen en ontroering schrijft is het een genot om te lezen.
De mooiste artikelen waren voor mij die over Bob den Uyl en Geert van Oorschot. In dit laatste geeft Brouwers, deels naar aanleiding zijn correspondentie met de uitgever, een verslag van diens pogingen een (sleutel) roman en gedichten te schrijven. Waarvan hij de voltooide manuscripten naar eigen zeggen uiteindelijk heeft versnipperd en verbrand. Ook de twee  essays waarin Brouwers de leefwereld van zijn ouders in Indië en zijn eigen jeugd in internaten beschrijft, Autobiografische suite en Heimwee, vond ik prachtig omdat ze een wezenlijke aanvulling gaven op het beeld dat ik van Brouwers heb.

zondag 9 oktober 2011

Luchtig zomerverhaal

Voor de vakantie en speciaal voor de lange reis per auto heb ik de nieuwe roman van Herman Koch, Zomerhuis met zwembad, op mijn ipod opgeladen. Net als bij zijn vorige roman Het diner leverde dit boek mij wat ik ervan verwachtte: een luchtig, onderhoudend en soms zelfs spannend verhaal dat de tijd op een plezierige manier verdrijft. De hoofdpersoon, Marc Schlosser, is een huisarts met een praktijk in Amsterdam. Een van zijn patiënten is een bekende acteur die overlijdt aan een agressieve vorm van kanker. Gaandeweg blijkt dat Schlosser daar een niet zo frisse rol bij heeft gespeeld. Koch gebruikt de bulk van de roman om ons te vertellen hoe Schlosser daar toe is gekomen. Het heeft te maken met een gezamenlijk in een huis in Frankrijk doorgebrachte vakantie, het zich aangetrokken voelen tot elkaars echtgenotes en nog wat andere zaken. Ik heb er met plezier naar geluisterd. Mijn enige kritiek is dat de formule lijkt op die van Het diner. Hebben we hier te maken met een schrijver die een succesvol format heeft ontdekt en dat nu gaat uitmelken?

vrijdag 7 oktober 2011

Moby Dick

De roman Moby Dick verscheen in 1851. Het is het verhaal van kapitein Ahab, die bij een eerdere walvisexpeditie een been is kwijtgeraakt aan een 'agressieve' potvis genaamd Moby Dick. Hij wil nu  deze vis vangen en doden. Zijn schip, de Pequod, wordt bevolkt door een kleurrijke bemanning. De verteller is Ishmael, een man die ervoor heeft gekozen met een walvisvaart mee te gaan omdat hij zich vervreemd voelt van de samenleving. De eerste stuurman, Starbuck, probeert Ahab ervan te overtuigen dat wraak een verkeerd motief is, speciaal wraak op een dier dat niet voor zijn daden verantwoordelijk kan worden gehouden. Zo vertegenwoordigen meer bemanningsleden een rol die met symboliek is geladen.
Herman Melville, de auteur, heeft zelf enkele jaren meegevaren op een walvisvaarder. Die ervaring komt tot uiting in het boek, want hij overlaadt de lezer met hoofdstukken waarin hij - voor mijn gevoel - oeverloos doorgaat met het spuien van wetenswaardigheden over alle denkbare aspecten van de walvis en de jacht erop.  Dat remt de vaart van het verhaal, maar is tegelijk wel boeiend vanwege de tijdgebonden opvattingen.
Moby Dick is een taai boek. In een groot deel van het verhaal ontbreekt iedere vorm van actie. De daadwerkelijke jacht op Moby Dick begint pas kort voor het einde van het boek. Ik las het als een luisterboek. Dat werkt goed, want de taal van Melville is ernstig, gedragen, soms zelfs bombastisch. Bij het lezen zou ik daar wellicht niet door aangemoedigd zijn. De voorlezer, de acteur William Hootkins, weet daar raad mee en maakt er een spannende belevenis van.

zondag 2 oktober 2011

Opgesloten

Jack is vijf en woont met 'Ma' in 'Room', een ruimte van vier bij vier meter. Alle onderdelen van 'Room' heeft hij een naam gegeven: Table, Bed, Shelf, Rocker, Bath, Skylight etc. Hij slaapt in 'Wardrobe', een houten hok dat is afgescheiden van 'Room'. Hij moet daar precies om 9 uur 's avonds in liggen, dan kan hij niet zien - maar wel horen - hoe zijn moeder wordt bezocht door 'Old Nick'. Dat is, dat wordt langzaam duidelijk, de man die 'Ma' op haar negentiende heeft ontvoerd en opgesloten in een berghok achter in zijn tuin. Daar is Jack geboren, 'Room' is alles wat hij van de wereld heeft gezien. Het is zijn wereld.
In de eerste helft van haar roman Room beschrijft Emma Donoghue heel nauwgezet de besloten wereld van Jack en 'Ma'. De dagindeling kent een strak schema van huishoudelijke werkzaamheden, spelletjes en maaltijden, alles exact op een bepaald uur ingeroosterd. Jack weet niet dat er een wereld bestaat buiten de wereld die hij kent, de kamer. Zijn moeder heeft ooit besloten hem dat niet te vertellen om zijn leven draaglijker te maken. Hij mag televisie kijken, maar wel uiterst beperkt. Bovendien heeft zijn moeder Jack verteld dat de televisieprogramma's een niet bestaande fantasiewereld tonen. Jack heeft het in 'Room' naar zijn zin. De kamer vormt een vertrouwde wereld waarin hij zich thuisvoelt. Het enige minpunt is dat hij wel eens wat vaker een nieuw speeltje of boek zou willen krijgen. En ook het eten dat Old Nick meebrengt zou wel eens wat gevarieerder kunnen zijn. Op de helft van het boek vindt een dramatische ontwikkeling plaats. Door Donoghue zo ijzingwekkend beschreven dat ik het boek uren lang niet weg kon leggen. Ik wijd hier verder niet uit over de plot, dat moet je zelf maar lezen.
Van Donoghue las ik nog niets. Maar daar gaat verandering in komen. Een auteur die een vijfjarige jongen zo overtuigend kan neerzetten, en die bovendien een thema als ontvoering en opsluiting van een jonge vrouw en haar kind weet te beschrijven zonder zich te laten verleiden tot voor de hand liggend effectbejag heeft mijn sympathie.

maandag 26 september 2011

Droomeiland

Wat doe je wanneer je je bedrijf hebt verkocht en van de opbrengst wilt gaan leven op een paradijselijk eiland voor de kust van Zanzibar, maar op het laatste moment hoort dat je vrouw een agressieve vorm van kanker heeft? Dan blijf je thuis voor haar behandeling. Om vervolgens te ontdekken dat je een heel slechte ziektekostenverzekering hebt en het grootste deel van de kosten van de behandeling voor je eigen rekening komt. Waardoor je spaarpot binnen een jaar leeg is. Dat overkomt Shepherd Knacker, een 'handyman' uit New York die zijn goed lopende bedrijf verkocht om zijn lang gekoesterde droom te realiseren.
In So Much For That geeft Lionel Shriver een onthullende inkijk in de slechte kanten van het systeem van ziektekosten in de Verenigde Staten. Dat alleen zou een weliswaar angstaanjagend maar toch wat plat verhaal hebben opgeleverd. Wat deze roman sterk maakt is dat Shriver heel overtuigend beschrijft welke reacties een ongeneeslijke kanker losmaakt bij de omgeving van de patient.
Shriver is een auteur die heftige situaties en emoties aandurft, er schrijfplezier aan lijkt te ontlenen. Dat was heel duidelijk in een vorig boek, We Need to Talk About Kevin, en ook dit boek profiteert ervan. Het onverwachte en vrolijke einde van het boek deed me denken aan een sprookje - ze leefden nog lang en gelukkig, maar in dit geval niet iedereen. Superboek.

zaterdag 17 september 2011

Chaos

De nieuwste roman van Ian McEwan gaat over alternatieve energie. De hoofdpersoon van Solar is Michael Beard, een natuurkundige die al enkele decennia geleden de Nobelprijs heeft gewonnen. Was de ontdekking waarmee hij die prijs won een illustratie van zijn briljante geest, sindsdien heeft hij nauwelijks wetenschappelijke resultaten afgeleverd. Hij reist de wereld rond om lezingen te geven en leent zijn naam tegen betaling aan projecten. Zo gaat hij ook in op een voorstel van de Engelse regering om het wetenschappelijke boegbeeld te zijn van een nieuw op te richten instituut dat zich gaat bezighouden met alternatieve energiebronnen. Een van de jonge post-docs die daar werkt probeert hem te overtuigen van de zin van het ontwikkelen van de techniek om zonlicht om te zetten in energie. Tegelijk krijgt deze jongeman een verhouding met de vrouw van Beard. Dat is het begin van een reeks soms bizarre ontwikkelingen die de roman enige vaart en spanning geven. McEwan bouwt het verhaal zo op dat in de laatste bladzijden van de roman alles bijeenkomt c.q. uit elkaar spat. Maximaal effect.
Romans van McEwan laten bij mij in toenemende mate een onbevredigd gevoel achter, ook ditmaal. De plot zit goed in elkaar en het thema is actueel. De hoofdpersonen werden voor mij echter geen mensen van vlees en bloed. In dit opzicht faalt McEwan. Het blijft allemaal te afstandelijk, te analytisch. Het middelste van de drie lange hoofstukken is een goed voorbeeld van dit probleem: er wordt te veel uitgelegd, het wordt een essay. De belangrijkste boodschap in dit deel lijkt te zijn dat het privéleven van Beard langzaam maar zeker in een chaos ontaard. Maar moet dit zo uitvoerig? De vaart verdwijnt daarmee uit het verhaal. De tijden van hoogtepunten als Atonement en Saturday zijn blijkbaar voorbij. Jammer. Bij de volgende McEwan ga ik eerst de recensies lezen voor ik beslis of ik daar mijn tijd aan ga besteden.

vrijdag 2 september 2011

Deerne

Een paar maanden geleden las ik Dienstreizen van een thuisblijver, de nieuwste bundel met autobiografische schetsen van Maarten 't Hart. Dat was de aanleiding om ook de vorige bundel te lezen, Een deerne in lokkend postuur. Persoonlijke kroniek 1999. In dit boek houdt 't Hart gedurende het jaar 1999 een dagboek bij. Daarin noteert hij de dagelijkse zaken in en om zijn huis in een polder bij Warmond. Ook schrijft hij over projecten waaraan hij werkt, in dit geval een biografie van Johann Sebastiaan Bach. Soms zijn die notities aardig, maar soms ook wat simpel. Zo maakt hij een reis naar plekken waar Bach gewoond en gewerkt heeft en komt dan ook in Weimar. Hij vindt het een aardige stad, vindt het jammer dat hij niet wat langer kan blijven, maar heeft geen behoefte aan het bekijken van musea die aan Goethe gewijd zijn, want .... Goethe beantwoordde de brieven die hij ontving van Schubert niet. En dat is onvergeeflijk. Tja....
Het aardigst zijn de wat langere essays die 't Hart aan het eind van iedere maand plaatst. Die gaan over onderwerpen als zijn ervaringen als televisiepresentator, zijn pogingen een rijbewijs te halen, het slikken van medicijnen, de geloofwaardigheid van filosofie, zijn lidmaatschap van een platenclub en het lezen van boeken en poëzie. Interessant zijn ook de verslagjes van zijn avonturen verkleed als vrouw. Eenmaal begeeft hij zich gedurende een periode van veertien dagen verkleed als vrouw onder de mensen. En is heel trots wanneer hij door een nietsvermoedende treinconducteur met 'mevrouw' wordt aangesproken.
In de serie privé-domein verwacht ik eigenlijk wel literatuur van (enig) formaat. Dat is dit wellicht niet. Maar het was wel onderhoudend