De nieuwste roman van Ian McEwan gaat over alternatieve energie. De hoofdpersoon van Solar is Michael Beard, een natuurkundige die al enkele decennia geleden de Nobelprijs heeft gewonnen. Was de ontdekking waarmee hij die prijs won een illustratie van zijn briljante geest, sindsdien heeft hij nauwelijks wetenschappelijke resultaten afgeleverd. Hij reist de wereld rond om lezingen te geven en leent zijn naam tegen betaling aan projecten. Zo gaat hij ook in op een voorstel van de Engelse regering om het wetenschappelijke boegbeeld te zijn van een nieuw op te richten instituut dat zich gaat bezighouden met alternatieve energiebronnen. Een van de jonge post-docs die daar werkt probeert hem te overtuigen van de zin van het ontwikkelen van de techniek om zonlicht om te zetten in energie. Tegelijk krijgt deze jongeman een verhouding met de vrouw van Beard. Dat is het begin van een reeks soms bizarre ontwikkelingen die de roman enige vaart en spanning geven. McEwan bouwt het verhaal zo op dat in de laatste bladzijden van de roman alles bijeenkomt c.q. uit elkaar spat. Maximaal effect.
Romans van McEwan laten bij mij in toenemende mate een onbevredigd gevoel achter, ook ditmaal. De plot zit goed in elkaar en het thema is actueel. De hoofdpersonen werden voor mij echter geen mensen van vlees en bloed. In dit opzicht faalt McEwan. Het blijft allemaal te afstandelijk, te analytisch. Het middelste van de drie lange hoofstukken is een goed voorbeeld van dit probleem: er wordt te veel uitgelegd, het wordt een essay. De belangrijkste boodschap in dit deel lijkt te zijn dat het privéleven van Beard langzaam maar zeker in een chaos ontaard. Maar moet dit zo uitvoerig? De vaart verdwijnt daarmee uit het verhaal. De tijden van hoogtepunten als Atonement en Saturday zijn blijkbaar voorbij. Jammer. Bij de volgende McEwan ga ik eerst de recensies lezen voor ik beslis of ik daar mijn tijd aan ga besteden.
zaterdag 17 september 2011
vrijdag 2 september 2011
Deerne
Een paar maanden geleden las ik Dienstreizen van een thuisblijver, de nieuwste bundel met autobiografische schetsen van Maarten 't Hart. Dat was de aanleiding om ook de vorige bundel te lezen, Een deerne in lokkend postuur. Persoonlijke kroniek 1999. In dit boek houdt 't Hart gedurende het jaar 1999 een dagboek bij. Daarin noteert hij de dagelijkse zaken in en om zijn huis in een polder bij Warmond. Ook schrijft hij over projecten waaraan hij werkt, in dit geval een biografie van Johann Sebastiaan Bach. Soms zijn die notities aardig, maar soms ook wat simpel. Zo maakt hij een reis naar plekken waar Bach gewoond en gewerkt heeft en komt dan ook in Weimar. Hij vindt het een aardige stad, vindt het jammer dat hij niet wat langer kan blijven, maar heeft geen behoefte aan het bekijken van musea die aan Goethe gewijd zijn, want .... Goethe beantwoordde de brieven die hij ontving van Schubert niet. En dat is onvergeeflijk. Tja....
Het aardigst zijn de wat langere essays die 't Hart aan het eind van iedere maand plaatst. Die gaan over onderwerpen als zijn ervaringen als televisiepresentator, zijn pogingen een rijbewijs te halen, het slikken van medicijnen, de geloofwaardigheid van filosofie, zijn lidmaatschap van een platenclub en het lezen van boeken en poëzie. Interessant zijn ook de verslagjes van zijn avonturen verkleed als vrouw. Eenmaal begeeft hij zich gedurende een periode van veertien dagen verkleed als vrouw onder de mensen. En is heel trots wanneer hij door een nietsvermoedende treinconducteur met 'mevrouw' wordt aangesproken.
In de serie privé-domein verwacht ik eigenlijk wel literatuur van (enig) formaat. Dat is dit wellicht niet. Maar het was wel onderhoudend
Het aardigst zijn de wat langere essays die 't Hart aan het eind van iedere maand plaatst. Die gaan over onderwerpen als zijn ervaringen als televisiepresentator, zijn pogingen een rijbewijs te halen, het slikken van medicijnen, de geloofwaardigheid van filosofie, zijn lidmaatschap van een platenclub en het lezen van boeken en poëzie. Interessant zijn ook de verslagjes van zijn avonturen verkleed als vrouw. Eenmaal begeeft hij zich gedurende een periode van veertien dagen verkleed als vrouw onder de mensen. En is heel trots wanneer hij door een nietsvermoedende treinconducteur met 'mevrouw' wordt aangesproken.
In de serie privé-domein verwacht ik eigenlijk wel literatuur van (enig) formaat. Dat is dit wellicht niet. Maar het was wel onderhoudend
zaterdag 27 augustus 2011
'Het Hele Erge'
Jarenlang was voor liefhebbers van literatuur het optreden van Martin Ros in de TROS Nieuwsshow het mooiste moment van hun zaterdagochtend. Hij besprak daar in gloedvolle taal de boeken die zojuist waren verschenen. De laatste jaren - zijn rubriek bestond maar liefst 21 jaar - volgde hij steeds meer zijn eigen voorkeuren. Boeken over de Tweede Wereldoorlog, het geloof, de Islam en de wielrennerij kregen het podium, ten koste van aandacht voor nieuwe literaire uitgaven. Dat zal de belangrijkste reden zijn geweest voor de TROS om de samenwerking met Martin te beëindigen. In december 2007 verzorgde hij voor de laatste maal zijn rubriek, volgens de overlevering in tranen. Want 'het was mijn leven', zoals hij zei.
In 2009 verscheen Martin Ros vijftig jaar op wacht: schetsen over een boekenfanaat, onder redactie van Perry Pierik, redacteur van uitgeverij Aspekt waar Ros het laatst werkte. De vijftien bijdragen zijn wisselend van kwaliteit, maar het aantal geslaagde stukken was voor mij genoeg om de bundel met plezier te lezen. Vanzelfsprekend krijgen de kwaliteiten van Ros als uitgever alle aandacht. Zijn gloriejaren lagen bij de Arbeiderspers, waar hij onder andere mede-verantwoordelijk was voor het opzetten en vullen van de reeks Privé Domein. Veel (aankomende) auteurs hebben in het pand Singel 262 de gang naar de zolder gemaakt, om daar Ros aan te treffen in een situatie als op de omslag van het boek. Maar ook typerende details als 'Het Hele Erge' (de meesten van u zullen weten waar dit naar verwijst) keren steeds weer terug in de stukken.
Kortom: een aardige bundel, die in ieder geval nog eens duidelijk maakt dat met Ros een markante persoonlijkheid van de landelijke radio is verdwenen.
In 2009 verscheen Martin Ros vijftig jaar op wacht: schetsen over een boekenfanaat, onder redactie van Perry Pierik, redacteur van uitgeverij Aspekt waar Ros het laatst werkte. De vijftien bijdragen zijn wisselend van kwaliteit, maar het aantal geslaagde stukken was voor mij genoeg om de bundel met plezier te lezen. Vanzelfsprekend krijgen de kwaliteiten van Ros als uitgever alle aandacht. Zijn gloriejaren lagen bij de Arbeiderspers, waar hij onder andere mede-verantwoordelijk was voor het opzetten en vullen van de reeks Privé Domein. Veel (aankomende) auteurs hebben in het pand Singel 262 de gang naar de zolder gemaakt, om daar Ros aan te treffen in een situatie als op de omslag van het boek. Maar ook typerende details als 'Het Hele Erge' (de meesten van u zullen weten waar dit naar verwijst) keren steeds weer terug in de stukken.
Kortom: een aardige bundel, die in ieder geval nog eens duidelijk maakt dat met Ros een markante persoonlijkheid van de landelijke radio is verdwenen.
zondag 21 augustus 2011
Avontuur in Malawi
Van 1963 tot 1965 verbleef Paul Theroux in Malawi, in dienst van het Peace Corps. Hij doceerde er Engels. De gebeurtenissen in zijn roman Jungle Lovers (1971) zijn geïnspireerd op deze jaren in Malawi.
Een Amerikaanse verzekeringsagent, Calvin Mullett, wordt er door zijn firma gestationeerd om spaarplannen en levensverzekeringen aan de man te brengen. Hij ziet al snel in dat dit niet werkt in een onderontwikkeld gebied als Malawi. Wanneer er bovendien een guerillabeweging opstaat en de toch al wankele politieke situatie verslechtert, is het afgelopen met zijn activiteiten. Inmiddels is hij wel min of meer ingeburgerd én komt hij in contact met de leider van de opstandelingen.
Theroux is een meester in het oproepen van de sfeer van de nadagen van het kolonialisme. In deze roman was dat ook het enige aspect dat mij boeide. Het warrige verloop van de guerilla-oorlog en de lotgevallen van de hoofdpersoon zijn nogal fragmentarisch beschreven, waardoor ik niet echt in het verhaal kon komen.
Een Amerikaanse verzekeringsagent, Calvin Mullett, wordt er door zijn firma gestationeerd om spaarplannen en levensverzekeringen aan de man te brengen. Hij ziet al snel in dat dit niet werkt in een onderontwikkeld gebied als Malawi. Wanneer er bovendien een guerillabeweging opstaat en de toch al wankele politieke situatie verslechtert, is het afgelopen met zijn activiteiten. Inmiddels is hij wel min of meer ingeburgerd én komt hij in contact met de leider van de opstandelingen.
Theroux is een meester in het oproepen van de sfeer van de nadagen van het kolonialisme. In deze roman was dat ook het enige aspect dat mij boeide. Het warrige verloop van de guerilla-oorlog en de lotgevallen van de hoofdpersoon zijn nogal fragmentarisch beschreven, waardoor ik niet echt in het verhaal kon komen.
zondag 14 augustus 2011
Magic World
In 1990 publiceerde Salman Rushdie Haroun and the Sea of Stories, geschreven als een cadeau aan zijn zoon. Het was zijn eerste boek na de fatwa die over hem was uitgesproken. Hij moest daarom onderduiken en zag zijn zoon niet zo vaak. Nu heeft hij voor zijn tweede zoon als geschenk voor diens twaalfde verjaardag Luka and the Fire of Life geschreven. Het verhaal beschrijft het avontuur van de eveneens twaalfjarige Luka, wiens vader plotseling in een diepe slaap raakt waaruit hij niet ontwaakt. Om hem te redden onderneemt Luka een gevaarlijke reis naar de Magic World om er de Fire of Life te bemachtigen waarmee hij zijn vader uit diens slaap kan laten ontwaken. Gaandeweg sluit zich een stoet van fantasiefiguren bij hem aan die hem helpen de verschillende opdrachten uit te voeren en te overleven.
Rushdie is een meester in het oproepen van een sfeer waarin magische elementen een volstrekt geloofwaardig onderdeel van de vertelling vormen. Zijn verhaal is deels ook een fabel, met mooie spiegelingen aan de moderne wereld. Kinderen die dit boek lezen zullen niet uitsluitend worden aangesproken door de sprookjesachtige elementen, maar zeker ook door de link met computerspelletjes die Rushdie legt. Een heel aangenaam boek.
Rushdie is een meester in het oproepen van een sfeer waarin magische elementen een volstrekt geloofwaardig onderdeel van de vertelling vormen. Zijn verhaal is deels ook een fabel, met mooie spiegelingen aan de moderne wereld. Kinderen die dit boek lezen zullen niet uitsluitend worden aangesproken door de sprookjesachtige elementen, maar zeker ook door de link met computerspelletjes die Rushdie legt. Een heel aangenaam boek.
vrijdag 5 augustus 2011
Sophie in Weimar
Sophie, de dochter van koning Willem II en de Russische tsarendochter Anna Pavlovna, is in de Nederlandse geschiedenis vrij onbekend. Maar in Saksen-Weimar-Eisenach, het Duitse groothertogdom, is zij heel beroemd. Zij werd geboren in 1824, als laatste kind van Willem II en Anna Pavlovna, en trouwde in 1842 met Carl Alexander van Saksen-Weimar-Eisenach. Coppens beschrijft uitvoerig de voorgeschiedenis, het leven aan het Haagse hof en de relatie tot het Russische hof, waar Anna Pavlovna van afkomstig was. Ook Sophie's leven in Weimar, de stad waar het groothertogelijk slot stond, komt aan de orde.
Weimar in die tijd is natuurlijk de stad waar de herinnering aan Goethe en Schiller nog leeft. Als een jong meisje, voor haar huwelijk, had Sophie al eens een bezoek gebracht aan het huis van Goethe aan het Frauenplan in Weimar. Ze heeft interesse in de literatuur. Wanneer ze in 1853 groothertogin wordt, gaat de nalatenschap van Goethe en Schiller een belangrijke rol spelen in haar leven. In 1885 laat Walther, de laatste kleinzoon van Goethe, haar de complete erfenis van Goethe na. Sophie besluit dan haar eigen vermogen te gebruiken voor het bouwen van een archief. Kort daarop wordt haar door de erfgenamen van Friedrich Schiller ook diens literaire erfenis geschonken. Daarmee wordt haar onderneming het Goethe-Schiller archief, het eerste literaire archief in Duitsland.
Thera Coppens heeft in de eerste plaats een biografie geschreven, maar dan wel een met de trekjes van een historische roman. Haar boek leest heel prettig, en voor iemand als ik die is geïnteresseerd in de geschiedenis van het huis Oranje-Nassau is het een heel spannend boek: het zit boordevol met feiten en weetjes die ik nog niet kende. Ook als een regelmatige bezoeker van Weimar en het Goethehaus - Weimar ligt dicht bij de Autobahn en is dus een heel aantrekkelijke stop - boeide de achtergrondinformatie over Goethe mij enorm.
Coppens schreef een dikke pil. Ruim 600 bladzijden, gedrukt in een kleine letter. Maar ik vond het jammer dat ik het boek uit had.
Weimar in die tijd is natuurlijk de stad waar de herinnering aan Goethe en Schiller nog leeft. Als een jong meisje, voor haar huwelijk, had Sophie al eens een bezoek gebracht aan het huis van Goethe aan het Frauenplan in Weimar. Ze heeft interesse in de literatuur. Wanneer ze in 1853 groothertogin wordt, gaat de nalatenschap van Goethe en Schiller een belangrijke rol spelen in haar leven. In 1885 laat Walther, de laatste kleinzoon van Goethe, haar de complete erfenis van Goethe na. Sophie besluit dan haar eigen vermogen te gebruiken voor het bouwen van een archief. Kort daarop wordt haar door de erfgenamen van Friedrich Schiller ook diens literaire erfenis geschonken. Daarmee wordt haar onderneming het Goethe-Schiller archief, het eerste literaire archief in Duitsland.
Thera Coppens heeft in de eerste plaats een biografie geschreven, maar dan wel een met de trekjes van een historische roman. Haar boek leest heel prettig, en voor iemand als ik die is geïnteresseerd in de geschiedenis van het huis Oranje-Nassau is het een heel spannend boek: het zit boordevol met feiten en weetjes die ik nog niet kende. Ook als een regelmatige bezoeker van Weimar en het Goethehaus - Weimar ligt dicht bij de Autobahn en is dus een heel aantrekkelijke stop - boeide de achtergrondinformatie over Goethe mij enorm.
Coppens schreef een dikke pil. Ruim 600 bladzijden, gedrukt in een kleine letter. Maar ik vond het jammer dat ik het boek uit had.
maandag 1 augustus 2011
Een verliefde componist
Na een repetitie van zijn muziekstuk 'Duisternissen' vindt de koordirigent Theo Kiers (artiestennaam: Sierk Wolffensberger) in een nis in de kerk een jong meisje dat zelfmoord wil plegen en buiten bewustzijn is. Hij brengt haar bij, gaat met haar naar het ziekenhuis en brengt haar vervolgens onder in zijn buitenhuisje. Zo begint De weldoener van P.F. Thomése. Dat is het begin van verwikkelingen die gaandeweg gecompliceerder worden en die duidelijk maken dat Kiers niet alleen verliefd is op het meisje dat hij heeft gered van de dood, maar dat hij ook flink in de war is. Thomese schets het beeld van een man die (onbewust) teleurgesteld is in zijn loopbaan als componist, die zich afsluit van zijn vrouw en zich ergert aan de amoureuze escapades van zijn tienerzoon. Een man die zonder dat hij het zelf in de gaten heeft langzaamaan de realiteit van alledag verruilt voor een eigen leefwereld.Na Wladiwostok en J. Kessels:The novel heb ik nu ook dit boek gelezen als luisterboek, door Thomése zelf voorgelezen. Die neemt er de tijd voor, met langzaam en zorgvuldig uitgesproken zinnen. Past goed bij het zorgvuldige taalgebruik. Veel zinnen klinken als doordachte one-liners.
Abonneren op:
Posts (Atom)





