Christiaan Huygens (1629-1695) is een van de belangrijkste Nederlandse wetenschappers. Op zijn naam staat onder andere de ontdekking van de ringen rond Saturnus, alsmede een van haar manen, door hem Titan gedoopt. Hij keek naar het heelal met door hemzelf gebouwde telescopen. Hij is de uitvinder van het slingeruurwerk, bewees dat licht een golfbeweging is en deed belangrijke ontdekkingen op het gebied van de middelpuntvliedende kracht in de mechanica. Omdat hij als eerste wiskundige formules toepaste in de natuurkunde wordt hij gezien als de grondlegger van de theoretische natuurkunde.
Gedurende bijna twintig jaar, van 1663 tot 1681, verbleef Christiaan in Parijs waar hij de onderzoeksdirecteur was van de befaamde Académie des Sciences. Zijn belang wordt verder onderstreept door het feit dat hij in de historische Canon van Nederland een van de vijftig vensters is. Hij had misschien nog wel beroemder kunnen zijn wanneer hij de discipline had gehad zijn ontdekkingen direct te publiceren en een octrooi aan te vragen. Dat liet hij vaak na, of stelde het uit. Daardoor liep hij in ieder geval veel inkomsten mis.
De laatste zeven jaar van zijn leven woonde hij op de buitenplaats Hofwijck in Voorburg, die door zijn vader Constantijn - de dichter en secretaris van de stadhouders - was aangelegd. Christiaan schreef daar aan zijn Cosmotheoros, een beschrijving van het heelal. In dat boek filosofeert hij ook over het bestaan van buitenaards leven. Een vraag die misschien wat science fictionachtig lijkt voor een serieuze wetenschapper, maar een vraag die ook nu nog velen bezighoudt.
Met Titan kan niet slapen. Een biografie van Christiaan Huygens heeft C.D. Andriesse een informatieve biografie geschreven. Als wetenschapper weet hij de wetenschappelijke prestaties van Christiaan helder uit te leggen, terwijl diens persoonlijk leven ook ruim wordt belicht.
dinsdag 15 maart 2011
maandag 7 maart 2011
Freedom
Freedom is het langverwachte boek van Jonathan Franzen, verschenen tien jaar na zijn laatste boek, The Corrections. Beide boeken werden door de critici bestempeld als een Great American Novel. In Freedom volgen we de lotgevallen van Walter en Patty Berglund, een echtpaar uit St. Paul, Minnesota, hun kinderen en vrienden. Het verhaal begint vroeg in de jaren '80 en eindigt in 2008. Zo ongeveer alle aspecten die het particuliere en openbare leven in de VS in deze jaren bepaalden komen aan bod: opgroeiende kinderen, buitenechtelijke relaties, de politiek, het milieu, wapenhandel en nog veel meer.Franzen is een goede stilist en een meester in het neerzetten van personages. Maar het kostte mij moeite de ruim 500 bladzijden uit te lezen. Gaandeweg werd me duidelijk waarom: het boek is volstrekt humorloos, ontbeert relativering en is uitsluitend serieus. Het was interessant, maar Freedom is een boek dat ik niet snel meer zal openslaan.
zaterdag 19 februari 2011
Een stugge vriendschap
Is het zinvol dat briefwisselingen van auteurs worden uitgegeven? Het antwoord daarop lijkt me een duidelijk ja. Maar de meeste brieven worden geschreven zonder de vooropgezette bedoeling ze te publiceren. Dat betekent dat ze lang niet altijd een interessante (literair-historische) inhoud hebben, of zelfs überhaupt niet al te interessant zijn. Dat is ook het geval met de briefwisseling tussen Willem Frederik Hermans en Gerard Reve, Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel. In bijna driehonderd bladzijden presenteren de bezorgers Nop Maas en Willem Otterspeer een keur aan brieven, waarvan de meeste mij niet lang bijbleven.
Maar toch heb ik de bundeling met enig plezier gelezen, want een deel van de brieven maakt heel kernachtig duidelijk hoe de relatie tussen Hermans en Reve was. Ook onthullen de brieven het karakter van de auteurs. Zo feliciteert Hermans in de eerste brief, van september 1947, Reve als volgt met zijn boek De Avonden: 'De Avonden heb ik gistermiddag achter elkaar uitgelezen. Ik feliciteer je ermee. Het boek is buitengewoon eentonig, maar ik heb mij geen ogenblik verveeld.' Hermans komt in deze brieven over als de meer serieuze auteur, voor wie de literatuur een roeping is. Reve is in deze jaren, na zijn eerste successen, onzeker en zoekende.
Halverwege de jaren '50 raakt Hermans geïrriteerd omdat Reve, die in deze jaren in het Engels publiceerde, hem ook zijn brieven in het Engels schrijft. Hij beantwoord een van die brieven dan maar in het Frans. Ze groeien langzaam maar zeker uit elkaar. In 1959 komt het tot een breuk. Daarna schrijft Reve nog enkele brieven, die door Hermans soms op afwerende, zo niet vijandige toon, worden beantwoord. Maar ook aan dat antwoorden komt een eind. Op de enveloppe van de laatste brief die hij van Reve ontving schreef Hermans: 'laat maar zitten'.
Maar toch heb ik de bundeling met enig plezier gelezen, want een deel van de brieven maakt heel kernachtig duidelijk hoe de relatie tussen Hermans en Reve was. Ook onthullen de brieven het karakter van de auteurs. Zo feliciteert Hermans in de eerste brief, van september 1947, Reve als volgt met zijn boek De Avonden: 'De Avonden heb ik gistermiddag achter elkaar uitgelezen. Ik feliciteer je ermee. Het boek is buitengewoon eentonig, maar ik heb mij geen ogenblik verveeld.' Hermans komt in deze brieven over als de meer serieuze auteur, voor wie de literatuur een roeping is. Reve is in deze jaren, na zijn eerste successen, onzeker en zoekende.
Halverwege de jaren '50 raakt Hermans geïrriteerd omdat Reve, die in deze jaren in het Engels publiceerde, hem ook zijn brieven in het Engels schrijft. Hij beantwoord een van die brieven dan maar in het Frans. Ze groeien langzaam maar zeker uit elkaar. In 1959 komt het tot een breuk. Daarna schrijft Reve nog enkele brieven, die door Hermans soms op afwerende, zo niet vijandige toon, worden beantwoord. Maar ook aan dat antwoorden komt een eind. Op de enveloppe van de laatste brief die hij van Reve ontving schreef Hermans: 'laat maar zitten'.
donderdag 10 februari 2011
Modieus liefdesverhaal
Er zijn van die boeken waarbij je het gevoel hebt dat je ze moet lezen omdat zo veel vrienden en bekenden dat al hebben gedaan. Die er dan ook nog eens heel lovend over zijn. Zout op mijn huid van Benoite Groult was zo'n boek. Ik heb er vaak in de boekwinkel mee in mijn handen gestaan, maar pas onlangs geleend in de bibliotheek. Ik wilde het boek niet kopen omdat ik bang was dat ik het niet goed zou vinden.
Mijn voorgevoel bleek juist te zijn. Groult beschrijft de liefde tussen een mevrouw uit Parijs en een visser uit Bretagne. Vanaf hun tienerjaren tot op oudere leeftijd. Het gaat over grote gevoelens, en zo is het ook opgeschreven. Voor mij is Groult er niet in geslaagd van haar hoofdpersonen mensen van vlees en bloed te maken. Ik las het plichtmatig uit, maar vond het eigenlijk zonde van de tijd.
Mijn voorgevoel bleek juist te zijn. Groult beschrijft de liefde tussen een mevrouw uit Parijs en een visser uit Bretagne. Vanaf hun tienerjaren tot op oudere leeftijd. Het gaat over grote gevoelens, en zo is het ook opgeschreven. Voor mij is Groult er niet in geslaagd van haar hoofdpersonen mensen van vlees en bloed te maken. Ik las het plichtmatig uit, maar vond het eigenlijk zonde van de tijd.
vrijdag 28 januari 2011
Twee vrouwen
In het streven om boeken waarvan ik vroeger heb genoten opnieuw te lezen als luisterboek was nu Twee vrouwen van Harry Mulisch aan de beurt. Voorgelezen door Kitty Courbois. Het verhaal draait om Laura, die na zeven jaar kinderloos huwelijk scheidt van haar man Alfred. Enkele jaren later krijgt ze een lesbische relatie met de twintigjarige Sylvia, wat in haar omgeving veel ophef geeft. Wanneer Sylvia er na een half jaar vandoor gaat, is Laura daar kapot van. Zeker wanneer ze hoort dat Sylvia haar heeft verlaten voor haar ex-man. Later blijkt dat Sylvia bewust van Alfred zwanger is geworden om Laura een kind te kunnen geven. In de aanloop naar een verzoeningsbijeenkomst schiet Alfred Sylvia dood.Zo in het kort verteld, klinkt het dramatisch als een Grieks drama. Dat is ook de diepere laag die Mulisch in het verhaal heeft ingebouwd. Hij laat Laura en Sylvia in de schouwburg een toneelstuk bezoeken naar de geschiedenis van Orpheus en Eurydice, het oerverhaal van de onbereikbare geliefde.
Ik las het boek eerder in 1976, voor mijn Nederlandse lijst. En herinner me dat ik het toen geweldig vond. Nu heb ik het wel met genoegen beluisterd, maar kwam de roman wel erg gekunsteld op me over. Herlezen kan een heel ander perspectief opleveren.
vrijdag 14 januari 2011
Verzet per postkaart
Een Berlijns echtpaar verliest in het begin van de Tweede Wereldoorlog hun zoon, een frontsoldaat. Dit zet hen aan tot een daad van verzet. Ze schrijven vrijwel dagelijks een tegen Hitler gerichte boodschap op een postkaart, die de man vervolgens achterlaat op met zorg uitgekozen plekken in Berlijn. De kaarten trekken al snel de aandacht van de politie en de Gestapo, die beide een meedogenloze jacht op de afzenders ervan op touw zetten.
Hans Fallada schreef 'Jeder sterbt für sich allein' in 1947 in slechts 24 dagen. Op basis van een Gestapo-dossier dat een vergelijkbare zaak beschreef. Fallada maakte de publicatie zelf niet mee, hij overleed kort daarvoor.
Het boek is in Duitsland inmiddels een klassieker, maar is pas een paar jaar geleden in het Engels vertaald en daardoor internationaal herontdekt. Alone in Berlin is een indrukwekkend boek. Fallada beschrijft de lotgevallen van het echtpaar en andere personen in hun omgeving zo indringend dat ik het boek nauwelijks kon wegleggen.
Hans Fallada schreef 'Jeder sterbt für sich allein' in 1947 in slechts 24 dagen. Op basis van een Gestapo-dossier dat een vergelijkbare zaak beschreef. Fallada maakte de publicatie zelf niet mee, hij overleed kort daarvoor.
Het boek is in Duitsland inmiddels een klassieker, maar is pas een paar jaar geleden in het Engels vertaald en daardoor internationaal herontdekt. Alone in Berlin is een indrukwekkend boek. Fallada beschrijft de lotgevallen van het echtpaar en andere personen in hun omgeving zo indringend dat ik het boek nauwelijks kon wegleggen.
vrijdag 7 januari 2011
Noodlot
Anton Steenwijk speelt op een winteravond in 1945 een spelletje Mens-erger-je-niet met zijn oudere broer en ouders, wanneer voor het huis van de buren een man wordt neergeschoten. Het blijkt een vooraanstaande NSB'er te zijn, die door het verzet is geliquideerd. De problemen beginnen wanneer de buurman het lijk versleept en voor het huis van Anton en zijn familie legt. Wanneer de Duitsers arriveren worden Anton, zijn broer en ouders opgepakt. Hun huis wordt in brand gestoken. Anton brengt de nacht door in een cel op het politiebureau van Haarlem. De volgende dag wordt hij opgehaald door een oom, bij wie hij ook zal opgroeien. Zijn familie blijkt die nacht te zijn geëxecuteerd. Harry Mulisch vertelt in vier volgende hoofdstukken hoe Anton in volgende fasen in zijn leven - in 1952, 1956, 1966 en 1981 - wordt geconfronteerd met deze gebeurtenissen en er zelf onderzoek naar doet. Uiteindelijk blijkt dat het lijk van de NSB'er vanwege verrassende (en noodlottige) factoren juist voor zijn huis werd gelegd en niet voor dat van de buren.
De Aanslag is al bijna dertig jaar oud, is verfilmd en als toneelstuk opgevoerd maar het verhaal is nog steeds ijzersterk. Ik herlas het als een luisterboek, ingetogen voorgelezen door Edwin de Vries.
De Aanslag is al bijna dertig jaar oud, is verfilmd en als toneelstuk opgevoerd maar het verhaal is nog steeds ijzersterk. Ik herlas het als een luisterboek, ingetogen voorgelezen door Edwin de Vries.
Abonneren op:
Posts (Atom)




