zondag 4 oktober 2026

Victoria & Lord M.

Speels, dat is misschien de beste benaming voor Lord M., de nieuwe roman van Arthur Japin. En dat begint al op het omslag. Dat toont een geschilderd portret van een jonge vrouw, gekleed in historiserend kostuum. Of is het een elegante jongeman? De kortgeknipte krullen brengen je even aan het twijfelen. De hoofdpersoon van de roman is zij vast niet want de titel, Lord M., verwijst nadrukkelijk naar een man, in dit geval William Lamb, Lord Melbourne, van 1834 tot en met 1841 premier van het Verenigd Koninklijk. En dat waren de jaren waarin de nog jonge, onervaren Victoria de Britse troon besteeg. De verstandhouding tussen de nog wat schuchtere vorstin en haar ervaren eerste minister, dat is ditmaal Japins speelveld. Met in de dug-out, zo je wilt, de vrouw van het omslag: Lady Caroline Lamb, de voormalige echtgenote van Lord M. Overleden in 1828, maar niet nadat zij een gigantisch schandaal had veroorzaakt dat Lamb politiek maar nét overleefde, en hem emotioneel voor altijd zou tekenen.

Ofschoon Victoria bij haar aantreden regeerde over een groot deel van de wereld, had ze daarvan op dat moment nog nauwelijks iets gezien. Ze had een beschermde opvoeding genoten, grotendeels binnen de muren van paleizen. Als koningin moest dat zo snel mogelijk veranderen, en Lord Melbourne was de aangewezen persoon om die rol van mentor op zich te nemen. Victoria resideerde in Windsor Castle, per koets of paard een kleine twee uur van het centrum van Londen. Ze liet daarom voor Melbourne een appartement inrichten in het kasteel, waardoor hij na het diner niet in de late avond nog terug hoefde naar huis. Vrijwel dagelijks brachten ze enige uren samen door. Voor de buitenwacht moet het de indruk hebben gewekt van een vader-dochter relatie, en dat was in zekere zin ook zo. Maar Victoria stoorde zich daar niet aan, zij realiseerde zich terdege dat de lessen van de premier essentieel waren voor een succesvol koningschap.

Er is één onderwerp dat Victoria lange tijd voor zich uitschuift: een huwelijk. Melbourne begint daar telkens weer over, maar zij wimpelt hem steevast af. Heeft vermoedelijk in haar familie al teveel slechte voorbeelden meegemaakt om naar zo’n verbintenis uit te zien. Maar nieuwsgierig raakt zij toch. Dus geeft zij haar mentor als kerstcadeau een mooi notitieboek, en vraagt hem daarin zijn eigen gedachten over de liefde, en zijn ervaringen met het huwelijk te beschrijven. Hij doet dat. Eerst met frisse tegenzin, maar gaandeweg ervaart hij het terugkijken als een weldaad, maakt het iets bij hem los dat lange tijd heeft vastgezeten. Ieder voltooid deel levert hij in bij Victoria, die dan haar staatszaken resoluut terzijde schuift en in het voorbije liefdesleven van haar eerste minister duikt. Dat het lezen daarover verslavend werkt begrijp je wanneer je weet dat Melbourne getrouwd was met zijn jeugdliefde, de extraverte Caroline Lamb, dat deze verlieft raakt op Lord Byron en, omdat die hun affaire op een zeker moment beëindigt, die relatie publiekelijk opblaast. In 1812 was dat in Londen hét gesprek.

Het leven en koningschap van Victoria moet welhaast een van de meest uitgemolken historische onderwerpen zijn: boeken, toneelstukken, tentoonstellingen, documentaires, speelfilms, televisieseries, noem het maar op. Alles is al eens gedaan, denk ik dan. Maar dat Japin kiest voor een structuur waarin hij drie levens en twee verhaallijnen subtiel verweeft, en daarnaast lopende tekst afwisselt met dagboeknotities, is een vondst die werkt. 

Ik ben niet iemand die alles van Japin leest. Maar omdat ik een voorliefde heb voor historische romans lees ik hem wel heel regelmatig. Vooral de wat ingetogen romans bekoren mij, zoals het uit 2022 daterende Wat stilte wil, over de geknotte loopbaan van de klassieke zangeres Anna Witsen. Maar ook Lord M. krijgt van mij een plekje hoog op de lijst. Ik las het trouwens als luisterboek, wat ik kan aanraden. Waarom? Nu, niemand is zo enthousiast over het werk van Japin als de auteur zelf. En dat straalt hij uit. Zeker bij het voorlezen ervan. Beslist een meerwaarde.

Arthur Japin / Lord M. / 333 blz / De Arbeiderspers, 2026 // Luisterboek, voorgelezen door de auteur / 8 uur en 38 minuten / De Arbeiderspers, via Storytel

vrijdag 2 oktober 2026

50 Klimaatspeeches

Vermoeiend, die klimaatconferenties. Er komt meestal weinig uit. Goede bedoelingen, gesmoord in halfbakken compromissen. En dan worden ze ook nog eens gehouden op exotische locaties, waardoor ze deels de geur hebben van een door de baas betaalde vakantie. En wat dacht u van de luchtvervuiling? Want echt niemand komt op de fiets. Ziedaar de beeldvorming van deze bijeenkomsten. Theatermaker Anouk Nuyens, artistiek leider van theatergezelschap Bureau Vergezicht, maakte er in 2024 een voorstelling over: Beste mensen. De opvallendste klimaatspeeches van de afgelopen 50 jaar. Die onlangs verscheen als boek.

Waarom deze exercitie? Waarom, vanuit een club die de mooie naam Bureau Vergezicht draagt, niet vóóruitkijken maar juist terúgkijken? Daartoe haalt Nuyens in haar voorwoord de cultuurcriticus Mark Fisher aan. Deze heeft het in zijn werk, wanneer hij de geschiedenis van de klimaatdiscussie bekijkt, over ‘een gevoel van onvervulde beloftes die de westerse mens permanent achtervolgt. Hij noemt dit de ‘slow cancellation of the future’. Doordat de beloofde toekomst uitblijft, beweegt de westerse cultuur niet vooruit, maar herhaalt die zichzelf, waardoor we niet vooruitkomen.’ Nuyens hoopt door het terugkijken voor zichzelf de factoren te kunnen duiden die de voortdurende hapering van het proces veroorzaken. De klimaatspeeches vormen daarbij een heel toegankelijke, behapbare én min of meer officiële bron; ze werden immers vaak uitgesproken bij die klimaatconferenties. Nuygens las er honderden, vijftig daarvan vonden een plek in haar project.

Het besef dat de mens bezig was het milieu langzaam maar zeker te beschadigen en zelfs vernietigen kreeg omstreeks 1970 een enorme boost door de oprichting van de Club van Rome (1968) en haar rapport Grenzen aan de groei (1972), waarin een link werd gelegd tussen economische groei en de gevolgen daarvan voor het milieu. Ineens was er wereldwijd het besef dat de mensheid wellicht op de verkeerde weg was, ergens een afslag over het hoofd had gezien. Het onderwerp was ineens hot. En modieus, wereldleiders poseerden graag als redder van de mensheid: Richard Nixon (1972), Jimmy Carter (1979) en Ronald Reagan (1984) openen met statements de selectie van Nuygens. Opvallend aan hun bijdragen is het geloof dat de gebundelde kracht van wetenschap en techniek in staat zou moeten zijn de ontwikkelingen te lijf te gaan dan wel af te remmen. Margaret Thatcher (1989) en Koningin Beatrix, in haar Kersttoespraak van 1988, volgen in hun voetspoor, maar zijn meer persoonlijk bevlogen, en noemen man en paard. 

Het aardige van Beste mensen is de chronologische presentatie, waardoor een ontwikkeling zichtbaar wordt in de manier waarop met het probleem is omgegaan. Ook wordt helder dat met het verstrijken van de tijd de oproepen en acties van individuele personen meer effect gaan sorteren dan die van overheden. Denk aan Al Gore, Greta Thunberg en Naomi Klein. Of heel onverwachte bijdragen, zoals die van Leonardo DiCaprio, die was uitgenodigd een openingsspeech te geven bij een VN klimaattop: ‘Als acteur doe ik net alsof ik iemand ander ben. Ik speel fictieve personages en los fictieve problemen op. En ik geloof dat de mens ook zo naar klimaatverandering heeft gekeken: alsof het fictie is, alsof het op een andere planeet gebeurt. […] Dit is een tijd van grote urgentie en een boodschap van grote urgentie. Geachte vertegenwoordigers, leiders van de wereld, mijn leven bestaat uit doen alsof. Het uwe niet. En het is aan u.’(2014)  

Optreden op een klimaatconferentie levert vanzelfsprekend aandacht op. Dat realiseren zowel actievoerder als het organisatiecomité zich. Deze dertienjarige jongen wist in 1992 namens een jeugdbeweging het spreekgestoelte te beklimmen: ‘Ik ben nog maar een kind en ik heb ook niet alle oplossingen, maar ik wil dat u zich realiseert dat u ze ook niet heeft. U weet niet hoe u de zalm kunt terugbrengen naar een opgedroogde rivier, u weet niet hoe u een dier kunt terugbrengen dat inmiddels is uitgestorven, en u kunt geen bossen terugbrengen die ooit groeiden waar nu een woestijn is. Als u niet weet hoe u iets kunt herstellen, hou dan alstublieft op met het kapot te maken.’

De Canadese journalist Naomi Klein, bekend om haar publicaties over multinationals, kwam in 2015 met een te vaak over het hoofd geziene constatering: ‘De harde waarheid in antwoord op de vraag “Wat kan ik, als individu, doen om klimaatverandering te stoppen” is: niets. […] Het gewicht van de wereld rust niet op de schouders van één persoon. Het rust in de kracht van het transitieproces waar miljoenen mensen al deel van uitmaken.’

Maar misschien was de bekende astronoom en presentator van onder andere de serie Cosmos, Carl Sagan, wel de enige echte visionair die zich publiekelijk over het onderwerp uitsprak. In 1990, op een congres van de North Carolina State University, voor een gehoor van duizenden wetenschappers en studenten, vergeleek hij de aanpak van het klimaatprobleem door de Verenigde Staten met de aanpak van de wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog. Er was toen een Russische dreiging, wat de Amerikaanse politiek ertoe bracht uit te gaan van een worst case scenario: een massale Russische aanval met kernwapens. Daarop bereidde men zich voor. En gaf daartoe decennialang werkelijk astronomische bedragen uit. En op dezelfde wijze, sprak Sagan zijn gehoor toe, moeten we vandaag beginnen met het aanpakken van het klimaatprobleem. Uitgaan van het slechtste scenario. Maatregelen nemen. Budget reserveren. Dat was 36 jaar geleden. Velen vonden dat hij overdreef.

Anouk Nuyens / Beste mensen. De opvallendste klimaatspeeches van de afgelopen 50 jaar / Vertaling buitenlandse fragmenten Goya van den Berg / 126 blz / De Geus, 2026