Gerbrand Bakker, die de afgelopen jaren zijn dagelijkse leven heeft ‘verliteratuurd’ in maar liefst vier delen privé-domein, is nu een zijpaadje ingeslagen om een gebeurtenis uit zijn leven uit te vergroten. In het vorig jaar verschenen Aan mij heb je niks, zijn vierde privé-domein, beschrijft hij de laatste jaren en het overlijden van zijn moeder. In het onlangs verschenen Boedel boekstaaft hij het leeghalen van haar huis. Dát is nu typisch zo’n gebeurtenis die de meesten van ons van nabij hebben meegemaakt, of nog zullen krijgen. Herkenning, dus.
Oudste broer, buurbroer, Duitse broer, jongste broer en zus: Bakker heeft vier broers en een zus. Ze moeten dus met z’n zessen de boedel verdelen en het huis leegruimen. Het huis waarin zijn moeder bijna haar hele gehuwde leven heeft gewoond staat in de Wieringerwaard, een landelijk gebied in de kop van Noord-Holland. Haar man, Bakkers vader, overleed enkele jaren geleden. Samen hebben vader en moeder meer bewaard dan weggegooid. Om de verdeling ordelijk en vooral eerlijk te laten verlopen, hebben de kinderen iets slims bedacht. Ze hebben een taxateur een lijst laten opstellen van de spullen die enige waarde hebben, en daar een taxatiewaarde aan gehangen. Wie iets heel graag wil hebben, koopt dat dan voor dat bedrag. Dat geld gaat in een pot, en na afloop delen ze de inhoud door zes. Om de erfstukken zonder bijzondere waarde wordt geloot.
Er zijn dingen die iedereen wil hebben, en dingen die niemand mee naar huis wil nemen. Voor de meubels bestaat geen interesse. Bakker neemt zijn moeders elegante mahonie cilinderbureau uit 1890 mee – door de taxateur op negentig euro geschat, IKEA is duurder -, het overige meubilair gaat voorlopig bij buurbroer in een afgeschot deel van diens schuur. Boeken gaan naar het lokale minibiebje, de postzegelverzameling van vader raken ze aan de straatstenen niet kwijt. Maar het gaat Bakker niet om de logistiek van de verdeling, of de administratie ervan. Een ouderlijk huis leegruimen is vooral geconfronteerd worden met herinneringen. Zo´n twintig objecten waar hij gevoelsmatig iets mee had, heeft hij door het boekje heen gesprokkeld, voorzien van een afbeelding en een kort bijschrift.
‘Zilveren uierprikker of uierpriem, negentiende-eeuws, met hangeroogje. Met zo’n dingetje, ook wel melkpijpje genoemd, kon een boer een door een ontsteking verstopte tepel weer vrijmaken. Het 6,4 centimeter lange, taps toelopende voorwerp met stompe punt en gaatjes werd in de tepel gestoken en er langzaam weer uitgetrokken, de vier gaatjes het vuil wegschraapten. Waarde: vijftig tot honderdzestig euro.’Boedel is zo’n boekje dat je aan vrienden geeft die net het huis van hun ouders hebben moeten leegruimen. Ik noem dat een verkapt zelfhulpboek. Maar het is meer dan dat. Bakkers nuchtere stijl en zijn gave om zoiets banaals een warm gevoel mee te geven maken het lezen ervan een feestje. En ik begrijp nu waarom hij het heeft geschreven. Het sluit, na zijn laatste twee delen privé-domein, iets in zijn leven voorgoed af. En dat is dan maar vastgelegd.
Gerbrand Bakker / Boedel / 141 blz / Cossee, 2025

