zondag 27 september 2026

Cicero en de kunst der welsprekendheid

Vorig jaar verschenen de verzamelde, bewaard gebleven brieven van de Romeinse staatsman Cicero in een nieuwe Nederlandse vertaling. Bijna 2.100 jaar na zijn gewelddadige dood. In onze huidige maatschappij is daar dus een zekere vraag naar, anders zouden tekstbezorgers, fondsen en de uitgever niet hun tijd en geld in het project investeren. Wat is het dat ons nu nog fascineert in Marcus Tullius Cicero, die leefde van 106 tot 43 voor onze jaartelling? Wie dat als geen ander heeft begrepen is Robert Harris, de Britse auteur van historische romans. Tussen 2006 en 2015 publiceerde hij in drie delen de trilogie Imperium – Lustrum – Dictator. Voor mij is dat een van de mooiste en meest indrukwekkende historische romans die ik ooit las. Maar ook een literair monument dat heeft bijgedragen aan Cicero’s huidige populariteit. 

Op het eerste oog is Cicero namelijk niet een van de meest belangrijke Romeinse staatsmannen. Het militaire genie van een Julius Caesar of het bestuurlijk gewicht van de latere keizer Augustus bezat hij niet. Bovendien was hij - in het Rome van zijn tijd geen pluspunt - van relatief eenvoudige afkomst. Hij was weliswaar gedurende een jaar consul, in het pré-keizerlijke Rome de hoogste functie, maar die periode werd ontsierd door list en bedrog van zijn politieke tegenstanders. Maar toch staat hij opgesteld in wat wij het ‘Pantheon der groten’ noemen. Waarom? Als je één doorslaggevend argument mag noemen, is het dat hij als geen ander de kunst der welsprekendheid beheerste. En dat veel van zijn redevoeringen in uitgeschreven vorm bewaard zijn gebleven. Daardoor hebben wij moderne mensen het gevoel dat we hem kennen, dat hij in zekere zin naast ons staat.  

Ooit moet er een biografie van Cicero hebben bestaan, al tijdens en kort na zijn leven opgetekend door Tiro, zijn secretaris. Die tekst is vermoedelijk verloren gegaan. Gedurende Cicero´s gehele loopbaan, van zijn praktijk als jurist en zijn politieke carrière tot aan zijn ballingschap en dood, week Tiro niet van de zijde van zijn meester. Dat kon hij trouwens ook niet, want hij was een slaaf. Later gaf Cicero hem zijn vrijheid terug. Tiro verzorgde Cicero´s agenda, notuleerde gesprekken, stelde contracten op en voerde talloze andere klussen uit. Om zijn snelsprekende baas te kunnen bijhouden ontwikkelde hij een uit notaties bestaand snelschrift, een voorloper van wat wij kennen als steno. Hij moet ook de brieven, een enorme schat, voor het nageslacht hebben bewaard. 

Redenaar is niet de eerste biografie van Cicero, wel de meest recente in een lange, de eeuwen overspannende reeks. Wat Catherine Edwards (1963) toevoegt aan de reeds bestaande biografieën is een prettige toegankelijkheid. Zij doceert oude geschiedenis aan de University of London en weet daardoor dat je verhaal alleen overkomt wanneer je je gehoor – of lezers – blijft boeien. In 21 hecht opgebouwde hoofdstukken neemt ze je mee naar het Rome van de laatste eeuw v.Chr., licht ze helder de soms wat ingewikkelde bestuursstructuur toe, laat ze je kennismaken met illustere mannen als Julius Ceasar en Pompeius de Grote en dompelt ze je bovenal onder in de kille en potentieel gevaarlijke plek die Rome óók was. De samenleving die levensgevaarlijk kon zijn voor ieder die anders over dingen dacht dan de machthebbers van het moment. 

Maar tegelijk voelt het boek, zeker wanneer Cicero in het middelpunt staat, als een warme deken. Edwards beschrijft uitvoerig de opkomst van de jonge Cicero, dan nog advocaat. Mooi zijn de passages waarin hij zich in bekwaamt in de kunst van de welsprekendheid. Hij is ervoor afgereisd naar Athene en de Griekse eilanden. Het zal gedurende zijn gehele loopbaan zijn machtigste en meest effectieve wapen blijven. Cicero’s pogingen een consulaat te bemachtigen vormen voor de lezer een soms onthutsende kennismaking met de Romeinse politieke arena. Een slangenkuil. Daarin als oprecht en principieel man overeind blijven en je tegenstanders verslaan vergt het uiterste van je doorzettingsvermogen en durf. Cicero’s loopbaan wordt enigszins overschaduwd door de pogingen van de legeraanvoerders Caesar, Crassus en Pompeius om het regeringssysteem met twee consuls en de senaat om te vormen tot een zogenoemd triumviraat waarin zij alle macht in zich verenigen. Dat zal er in 60 voor v.Chr. ook komen. Voor Cicero, zijn familie en vrienden betekent dit een totale omwenteling in hun leven. En de voorbode van het einde van Rome als republiek, want enkele decennia later zou de jonge Octavianus, vanaf 27 v.Chr. beter bekend als Augustus, als keizer alle macht naar zich toe trekken. 

Aan Cicero’s legendarische welsprekendheid biedt Edwards door het boek heen ruim aandacht. Die passages zijn een genot om te lezen. Je realiseert je dan eens te meer dat een spreker die een publiek weet mee te slepen overtuigend overkomt, of hij nu de waarheid wat oppoetst of niet. Cicero behaalde er successen mee als pleiter, als consul en ook als privépersoon. Of dat nu in de Senaat was of bij vergaderingen in de buitenlucht, waarbij de Romeinen in grote getale kwam opdagen wanneer hij werd aangekondigd. Omdat Cicero bij zo’n laatste bijeenkomst, sprekend voor het volk, nog wel eens de aristocratie op de korrel wilde nemen, kreeg hij van die edelen geregeld het verwijt dat hij er een ‘anti-aristocratische theaterproductie op het Forum’ van maakte. Maar misschien liet hij zich gewoon meeslepen door het plezier dat hij beleefde aan zijn eigen kunstje, denk ik dan…

 Catharine Edwards / Redenaar. Het leven van Cicero en het einde van de Romeinse Republiek / Vertaald uit het Engels 'Orator' door Brenda Mudde en Maarten van der Werf / 432 blz /  Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2026