zondag 20 september 2026

Een zomer in Sanary-sur-Mer

Een groot schrijver hoeft niet altijd in zijn dagelijkse beslommeringen ook een grote geest te zijn. Thomas Mann is daar bij tijd en wijle een mooi voorbeeld van. De auteur van romans als De Buddenbrooks (1901), De toverberg (1924) en een onvergetelijke novelle als Dood in Venetië (1912), pakte begin februari 1933 zijn koffers om in Amsterdam, Brussel en Parijs een serie lezingen te geven over zijn geliefde componist Richard Wagner. Katia, zijn echtgenote, zou hem vergezellen. Het waren de weken en maanden waarin Adolf Hitler in Duitsland de macht greep, het parlement naar huis stuurde en tal van andere maatregelen nam, vaak per decreet. Met de meeste daarvan had hij de jaren ervóór al gedreigd. Maar de heer en mevrouw Mann stapten, alsof er niets aan de hand was, in München op de trein naar Amsterdam, op weg naar de lezingen. Na afloop wilden ze een korte wintervakantie houden in het Zwitserse Arosa. Om daarna huiswaarts te gaan. Naar een land waar inmiddels een exodus van schrijvers, journalisten en kunstenaars gaande was. Om maar niet te spreken van de joden die de bui zagen hangen.     

Maar van een thuiskomst zou het niet komen. Twee van hun kinderen, Erika en Klaus Mann, praatten eindeloos op hun ouders in, schetsten wat hen mogelijk zou overkomen bij een terugkeer naar het Duitsland van de nazi ‘s. Mann zelf was ervan overtuigd dat hij inmiddels een instituut was, dus onaantastbaar zou zijn. Bovendien had hij vier jaar eerder de Nobelprijs voor Literatuur gekregen, in zijn ogen nóg een bescherming. Maar Katia was Joods. Er werd besloten voorlopig in Zwitserland te blijven, tot de situatie duidelijker werd. Lang zou dat niet op zich laten wachten. Iedere avond luisterde de familie – hun vier andere kinderen druppelen de een na de ander binnen in Arosa – naar het nieuws op de Duitse radio. De nieuwe wetten, de uitsluiting van hele bevolkingsgroepen, het pathetische gebrul: langzaamaan werd het hun duidelijk dat ze ballingen waren geworden, in hun geboorteland niet meer welkom. 

Erika Mann nam het op zich het leven van haar ouders te organiseren. Zelf waren ze daar op dat moment te beduusd voor. Na wat omzwervingen in Zwitserland en Frankrijk vond ze voor hen eind april een villa in het Franse Sanary-sur-Mer, een havenstadje aan de Middellandse Zee. Daar bevond zich al een hele kolonie uit Duitsland gevluchte schrijvers en kunstenaars. In die enigszins onwerkelijke omgeving probeerden ze tot rust te komen. Het aangename klimaat en de ontspannen sfeer hielpen daarbij, er ontstond bij deze en gene zelfs een licht vakantiegevoel. Ofschoon ze dagelijks in de internationale kranten konden lezen hoe in Duitsland de dictatuur het openbare leven in z’n greep kreeg. Toch sloeg Mann in Sanary weer aan het schrijven, aan zijn megaproject Jozef en zijn broers. Maar waar het te publiceren? Bij Fischer, als vanouds? Of juist níet in Duitsland? Een van de meer interessante vragen in dit boek.

Voor Als de zon ondergaat heeft Florian Illies een grote hoeveelheid egodocumenten, zoals dagboeken en briefwisselingen, doorgeploegd, gepubliceerde dan wel ongepubliceerde. Hij gebruikt informatie daaruit in de lopende tekst zo vaak dat je van een stijl kan spreken: je weet vrijwel altijd wat Thomas Mann op een gegeven moment denkt, wat hij vindt van iemand en hoe hij een situatie beoordeelt. Dat geldt ook voor de andere personages in het boek die een dagboek bijhielden of veel brieven schreven, zoals Klaus Mann of iemand als de schrijver Lion Feuchtwanger. Het is een techniek die Illies ook in zijn eerdere boeken hanteerde. Ik vind die soms extreme nabijheid bij de personen wel aangenaam, maar ik kan me ook voorstellen dat je er na een paar honderd bladzijden de kriebels van kan krijgen.

Kunstenaars die hun land de rug toekeerden werden door de nazi’s hun paspoort ontnomen. Ze waren dan stateloos. Hun bezittingen werden verbeurd verklaard, hun bankrekeningen leeggehaald. Dat gevaar liepen ook Thomas en Katia. Het probleem met de bankrekeningen werd door hun zoon Golo opgelost, die op meerdere trips naar Duitsland, en met behulp van bevriende bankdirecteuren en diplomaten, een fors deel van hun tegoeden wist op te nemen en het land uit te smokkelen. 

Ingewikkelder – en minsten even spannend – was het veilig stellen van Thomas Manns dagboeken. Die bevonden zich nog steeds in hun woning in München, op de werkkamer van de schrijver, achter slot en grendel. Mann was in zijn dagboeken altijd heel openhartig geweest, ook over zijn verliefdheden op jonge jongens. Katia was daarvan op de hoogte, en accepteerde het. Maar wat zou er gebeuren wanneer de nazi’s het onbewaakte huis zouden plunderen en de dagboeken vinden? Ze zouden hem belachelijk maken, zijn reputatie slopen. Die gedachte ontnam Mann in het verder idyllische  Sanary zijn slaap- en eetlust. Ook hier bleek Golo weer de reddende engel. Hij reisde naar München, stopte de dagboeken in een koffer samen met andere papieren en deed die op de vrachtpost naar Zuid-Frankrijk. Het duurde weken voor de koffer daar aankwam, en hij bleek bij aankomst zelfs te zijn geopend. Maar de douanebeambte die dat had gedaan was meer geïnteresseerd geweest in de financiële boekhouding van Mann, de dagboeken liet hij onaangetast. Door het oog van de naald, heet dat. Later in zijn leven zou Mann zijn vroege dagboeken verbranden.

De zomer in Sanary werd door – bijna – alle leden van het gezin Mann heel relaxed gevonden. In de herfst verhuisden ze naar Zürich, om kort voor de oorlog uit te wijken naar de Verenigde Staten. Tussen al die verplaatsingen zou Sanary wellicht wat in de vergetelheid zijn geraakt, ware het niet dat Illies met eindeloze ijver en creativiteit die zomer daadwerkelijk tot leven heeft gebracht.

Florian Illies / Als de zon ondergaat. De familie Mann in Sanary /  Vertaald uit het Duits door Gerrit Bussink en Izaak Hilhorst / 335 blz / Alfabet Uitgevers, 2026