Die meesterlijke taalbeheersing vond ik tot mijn genoegen terug bij Strout, in haar beknopte roman The Things We Never Say. Evenals de gave om met weinig woorden, eigenlijk indirect, zo’n dorpsgemeenschap neer te zetten. We zijn bij haar in tijd ruim veertig jaar opgeschoven, staan aan het begin van het tijdperk Trump. Artie Dam, 57 jaar, al dertig jaar leraar geschiedenis aan een lokaal college, en zijn echtgenote Evie zijn de hoofdpersonen van The Things We Never Say. Ze wonen luxe, in een prachtig huis dat een cadeau was van haar ouders. Voor de deur ligt een baai, Artie zeilt graag in het weekeinde. Hij heeft steeds meer het gevoel dat hij en Evie langs elkaar heen leven. Ze hebben een zoon die tien jaar eerder een ongeluk veroorzaakte waarbij zijn vriendin omkwam. Dat maakte het noodzakelijk om hun leven te resetten. Dat lijkt gelukt, maar bij Evie iets beter dan bij Artie. Die kan zich ook niet onttrekken aan de indruk dat zijn relatie met zijn leerlingen – die altijd prima was, vijf jaar geleden werd hij gekozen tot beste docent in de staat – wat gaat schuren.
Er wordt in deze roman, conform de titel, tussen de personages veel niet uitgesproken. Jij als lezer krijgt het wél mee. Een mooi spanningsveld!
Elizabeth Strout / The Things We Never Say / 201 blz / Penguin Viking, 2026
