Deze kritiekloze verafgoding – ik schaam me er niet voor - kent maar één uitzondering: Feest bij de familie Van de Velde, uit 2018. Een ronduit smakeloos boekje, waarin het lijkt of er wordt gekwetst om het kwetsen. Ik snap dat het literatuur is, maar toch. Mijn bewondering liep een deukje op. Sindsdien lees ik niet langer klakkeloos bij verschijnen. Wacht recensies af, lees in de boekhandel eerst een hoofdstukje.
Zo ook met het onlangs verschenen Simpele personages. Dun, grote letter, twee uurtjes lezen. Laat ik het eens proberen, dacht ik. Het speelt ten slotte deels in een eenvoudig volkscafé, een soort natuurlijke habitat voor Brusselmans.
Ik kan kort zijn. Het leest lekker, iedere paar bladzijden staat er wel iets geestigs. Het verhaal wordt bevolkt door zo’n tien karakters wier geschiedenis én huidige leven in twee zinnen te beschrijven is. Wat Brusselmans dan ook doet. De gesprekken in het café zijn oeverloos en volstrekt oninteressant, niemand beheerst dat métier beter dan Herman. En wat er buiten het café gebeurt is niet veel beter.
Samengevat: de doorgewinterde fan zal het waarderen, maar misschien ook zien dat zijn idool dat vaker heeft gedaan, en beter. En wat Brusselmans heeft doen besluiten dit vrijwel plotloze verhaal in de laatste bladzijden toch een plotje mee te geven, maar dan een dat werkt als een anticlimax, is voor mij een raadsel. Een spelletje spelen met de lezer?
Teleurgesteld? Ja, toch wel. Maar gelukkig kan ik op ieder moment een greep doen in mijn boekenkast om een uurtje te snuffelen in een van Brusselmans meesterwerken. Want hij blijft een groot schrijver.
Herman Brusselmans / Simpele personages / 158 blz / Prometheus, 2025
