Mensenwerk speelt tijdens de militaire dictatuur die in Zuid-Korea duurde tot halverwege de jaren tachtig. In 1980 werd dictator Park Chung Hee vermoordt waarna zijn opvolger, eveneens een hoge militair, het gruwelijke bewind nog een standje sterker aanzette. Critici van de junta, met studenten voorop, werden zonder enige vorm van proces uit de weg geruimd. Hun lijken werden niet eens begraven, mensen die bij razzia’s werden opgepakt kregen een nekschot en werden gedumpt in pakhuizen of scholen die vervolgens werden afgesloten. In die chaotische situatie gaat de 14-jarige Dong-ho op zoek naar zijn vriendje Jeong-dae, die na een razzia spoorloos is. Door Dongs ogen krijg je als lezer een indringend beeld van de slachtingen die worden begaan.
De nawerking van dergelijke excessen kan voor wie ze heeft meegemaakt intens en langdurig zijn. Dat is de inhoudelijke én stilistische motor in Mensenwerk, maar ook in het tien jaar later verschenen Ik zeg geen vaarwel, dat als een twee-eenheid met Mensenwerk kan worden gelezen. In beide romans weet Han Kang haar complexe vertelling in een gelaagde en indrukwekkende structuur te verpakken. Compleet met de droombeelden en hallucinaties die het lezen van haar werk zo’n bijzondere ervaring maakt.
Hank Kang / Mensenwerk / 235 blz / Nijgh & Van Ditmar, 2016
