dinsdag 5 mei 2026

Hutsch

Een hond als onderwerp van een roman, je denkt dat dit niet al te vaak voorkomt. Maar na enig nadenken borrelen ze toch op: Rekel (2017) van Koos van Zomeren, Tikker (2018) van Jan Siebelink en misschien wel de mooiste, Uit het leven van een hond (2025) van Sander Kollaard. Het recent verschenen Zonderhond van Bert Natter mag daar nu aan worden toegevoegd. Een aanvulling die zich onderscheidt van de anderen omdat de hond bij Natter niet gewoon voor de gezelligheid is aangeschaft, maar een heel specifieke functie vervulde in het gezin: het was de hulphond van Lidewij, de jongste dochter. Bij Lidewij werd op haar vierde, in 2008, een ontwikkelingsachterstand vastgesteld. En op haar elfde bracht genetisch  onderzoek aan het licht dat ze was geboren met een spontane genmutatie, die de oorzaak is van haar gebrekkige motoriek, verstandelijke beperking en het lage sociaal-emotionele niveau waarop ze functioneert. Hutsch, een zwarte labrador, werd in de jaren daarna haar steun en toeverlaat. 

Tijdens haar tienerjaren woonde Lidewij nog thuis. Hutsch maakte het mogelijk dat ze op basaal niveau een zekere zelfstandigheid kon ontwikkelen, bijvoorbeeld door het uitlaten van haar hond. Maar ook de knuffelfactor was van belang. Niet alleen voor haar, ook voor de andere gezinsleden. Iedereen had op zijn of haar manier een band met Hutsch. Hij maakte het leven leuker en beter, vervulde daarmee een centrale rol. 

Natter schreef Zonderhond nadat Hutsch op – voor een hond – vrij jonge leeftijd was gestorven. Hij noemt de tekst een requiem, een mis voor de doden. Zonderhond is een verhaal over familie, liefde en het verlies van dierbaren, met een hoofdrol voor de hond die jarenlang een levensgezel was, zegt de achterflap. Zo is het. Mooi gedaan!

Bert Natter / Zonderhond. Requiem voor een huisdier / 127 blz / Thomas Rap, 2026