Wie veel leest kent de belangrijkste hobbels: boeken zijn best prijzig, en na jaren lezen raken je boekenkasten ook best wel vol. Zelf los ik dat op door de laatste jaren niet meer dan één boek per week te kopen en de rest te lenen uit de Openbare Bibliotheek – wat moest ik zonder haar? Aangevuld met een abonnement op Storytel voor de luisterboeken kom ik dan een eind. Witteman heeft een warme band met de mini-bieb. Ze loopt of fietst vaak de route langs die dingen in het centrum van Amsterdam en komt dan zielsgelukkig thuis met de mooiste en volstrekt onverwachte aanwinsten. Een mini-biebje siert dan ook de omslag van haar boek. Of ze grasduint een uurtje op DBNL, de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren, waar voornamelijk oudere literatuur gratis kan worden gedownload. Kortom, de gemiddeld vijf boeken die ze wekelijks grondig dan wel proevend leest haalt ze overal en nergens vandaan. Nog daargelaten de boeken die haar worden aangereikt door de lezers van haar column.
Ik luisterde dit boek. Het wordt voorgelezen door Miryanna van Rooden, die qua stem en dictie – vrolijk, blij, sprankelend, vlot - wel iets weg heeft van Witteman. Daarmee voelt dit luisterboek meteen een stuk authentieker. Het zijn columns, dus de ruimte is beperkt, en Witteman heeft haar stijl daaraan aangepast: situaties worden heel beknopt geschetst, opvattingen bij voorkeur in één niet al te lange zin in de groep gegooid. Met de opgewekte toon en vol overtuiging werkt dat prima.
Eén voorbeeldje van zo’n column, in telegramstijl: Witteman (1965) introduceert Louis Paul Boon; vertelt in twee zinnen hoe ze al als jong meisje kennismaakte met zijn werk door het in de schoolbibliotheek te lenen, te beginnen met Menuet (ik bleef verward achter); De Kapellekensbaan (ik nam me voor mijn dochter later Ondineke te noemen, is niets van gekomen) om via Mieke Maaike’s obscene jeugd een draai te maken naar haar favoriete boek van Louis Paul, Eten op z’n Vlaams; dan volgt een ode aan de eenvoudige Vlaamse werkmanskeuken (een stoverij, Vlaamse gehaktballen van opa, gekookte lever enz) om te eindigen met de mededeling dat je met dit prachtige, goudeerlijke kookboek die hele Ottolenghi niet meer nodig hebt. We noemen het gewoon Nouvelles Normaal of Nouveau Ruig. En dan is het na 3,5 minuut over. Komt de achtbaan tot stilstand.Meesterkok Louis Paul geprezen, Ottolenghi in een bijzin weggezet, wie volgt? Het naturalisme in de Nederlandse literatuur dan maar, met Jacob Israël de Haan en zijn homo-roman Pijpelijntjes (1904). Wat schrijft die een prachtige zinnen: ‘Een grijze zwijging loomde in de kamer …’. Dostojevski is kortaf ‘een stuk verdriet’. Louis Couperus vond ze ooit een ‘ijdele, bespottelijke mooischrijver van geparfumeerd trutnichtenproza, maar waar wel Gods zegen op rust’. Tegenwoordig is hij een van haar literaire helden, en moet ze niets hebben van die moderne hertalingen van zijn werk, die de ziel eruit rukken. Smaken kunnen zich ontwikkelen. Ze heeft haar jongste zoon trouwens naar de schrijver genoemd, maar deze Louis houdt tot verdriet van zijn moeder niet van lezen. Waarom niet? Het duurt te lang, antwoordde hij desgevraagd. Waarna Witteman een poosje met haar hoofd tegen de muur heeft gebonkt en daarna besloot de literaire opvoeding van haar zoons aan de school te laten.
Voor Maarten ’t Hart heeft ze een zwak. Hoe in Magdalena (2015), de roman over zijn moeder, toch iedere keer wordt verteld dat je hier op aarde niet lekker hoeft te eten omdat dat in de hemel wel komt. En de verhalen over de doodgekookte andijvie, of de vader die voor het hele gezin als traktatie één ons biefstuk bakt. Maar dan wel in de margarine. Sylvia labelt het ‘refo-keuken’.Ik kan nog uren doorgaan, het boek is dik en uitermate rijk gevuld. Mooi zijn ook de columns over boeken waarin meisjes door griezels in kelders worden opgesloten en pas na jaren kunnen ontsnappen, de zogenoemde survivalverhalen. Hoe meer waargebeurd, hoe slechter geschreven. Witteman leest ze meestal in één ruk uit.
En over herlezen, of dat nou zonde is van de tijd. Ja natuurlijk! Maar niet bij Couperus, Simon Vestdijk en dat schatje van een Oblomov. Zo’n lieve man, die Ilja! Zo’n typische Rus van goede huize, uit wiens handen werkelijk niets komt. Dat gedrag, die stroperige lethargie, kreeg mede door dit boek uit1858 al snel de benaming Oblomovisme. In het Nederlands zoiets als extreme lamlendigheid. Opmerkelijk genoeg zou het tijdens de USSR voor grote groepen van de bevolking, vaak door omstandigheden gedwongen, de standaardhouding worden. Je vraagt je af of Vladimir Lenin, had hij het boek gelezen, ooit aan die USSR was begonnen ….
Sylvia Witteman / Léés dat boek! Stukjes over boeken, van de smakelijkste romans tot de smerigste pulp / 384 blz / Nijgh & van Ditmar, 2025
Luisterboek, voorgelezen door Miryanna van Rooden / 10 uur en 58 minuten / Nijgh & van Ditmar, 2025, via Storytel
Foto Sylvia Witteman: Els Zweerink


