donderdag 22 november 2018

Op zoek naar het onbenoembare

De geschiedenis gaat steeds sneller. Dat lijkt een vreemde zin, maar in de beleving van mensen is dat zo. Ik bedoel ermee dat de ontwikkelingen in de maatschappij, of het nu op technisch of maatschappelijk gebied is, elkaar steeds sneller opvolgen en dat het voorbije daarom steeds sneller veroudert en langer geleden lijkt te zijn dan het daadwerkelijk is. Ik moest daar met enige regelmaat aan denken tijdens het lezen van De mensengenezer van de Vlaamse auteur Koen Peeters. Zijn roman vangt aan ergens in de jaren dertig en heeft een vervolg in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Maar de plekken waar het verhaal zich afspeelt zijn er niet meer in die vorm. Peeters: ‘Dit verhaal gaat over een wereld die allang vervlogen is: een boerenbestaan dat verdwenen is, een koloniaal verleden dat men nauwelijks nog kan vatten.’ De manier waarop hij die werelden vervolgens oproept, bevlogen en met liefde, maakt zijn verhaal tot een grootse roman.

De Westhoek in Vlaanderen is een leeg gebied. Dat is zelfs nu nog zo, als je er met de auto doorheen rijdt. Het vlakke land wordt beheerst door ver uit elkaar liggende boerderijen, hier en daar is het heel lichtjes heuvelachtig. De mist van de Westhoek is legendarisch. In het najaar, winter en vroege voorjaar kun je op de landweggetjes bij tijden geen hand voor ogen zien. Dat versterkt het gevoel van de bewoners dat ze in een wereld op zichzelf wonen.

Remi, de jongste zoon in een boerenfamilie, is een van de twee vertellers. Voor hem heeft de Westhoek iets magisch, wat niet alleen wordt veroorzaakt door het landschappelijke karakter van het gebied maar ook door de verhalen van zijn oom Marcel - ongetrouwd en knecht op de boerderij - over de ‘geest’ die in de streek rondwaart, een genius of daimon, en over een raadselachtige soldaat uit Belgisch Congo. Remi zuigt deze verhalen op, ze leven voor hem en worden een intrinsiek onderdeel van zijn beleving van zijn geboortestreek. Dat hij er niet voor zal kiezen zijn vader als boer op te volgen, maar in te treden in de Orde der Jezuïeten is voor zijn familie een nare verrassing maar betekent voor hem de start van iets moois. Hij geeft daarmee toe aan iets wat hij diep in zijn hart voelt.

De geschiedenis van Remi wordt door hemzelf verteld, op oudere leeftijd. Hij is dan een gepensioneerde professor in de antropologie aan de universiteit van Leuven. Hij doet zijn verhaal aan een student, de auteur, die zich tientallen jaren na zijn studie heeft voorgenomen om tóch nog zijn afstudeerscriptie te schrijven. Die heeft daarvoor een  Congolees onderwerp uitgekozen, de angstpsychose voor krokodillen bij een stam in de binnenlanden van Congo. Remi, die daar na zijn opleiding als missionaris lang heeft verbleven, is de deskundige begeleider die hij nodig heeft.

De roman is opgedeeld in twee keer veertig korte hoofstukken waarin Remi en de student elkaar afwisselen als verteller. Dat dubbele perspectief werkt zowel inhoudelijk als qua dynamiek uitstekend. Dat Peeters een heldere, vloeiende schrijfstijl hanteert draagt ook bij aan het leesplezier. Bij een bezoek aan een oorlogskerkhof in de Westhoek: ‘Witte slagroomwolken trokken schaduwen over de rijen van zerkjes. Wilde ganzen vlogen gakkend over. Soms was zo’n begraafplaats slechts een ommuurd gazonnetje met twintig graven erin. Daarnaast een zee van zwarte plastic tuinbouwtunnels, gedeukte landbouwmachines en rode kool.’ Of: ‘De boeren zagen elkaar maar één keer in de week en dan dronken ze snel en veel. Ze praatten te luid, maar dat was omdat ze al drie dagen geen woord hadden gezegd.’

In zijn beschrijving van Remi’s verblijf als missionaris in Congo, in de jaren voor het zelfstandig worden van de kolonie in 1958,  weet Peeters de denkwereld van de Congolezen én de kloof tussen hen en ons westerlingen mooi te duiden. Net als in de Westhoek is ook dat leven in de Congo zo’n inmiddels verdwenen wereld die door de auteur overtuigend wordt opgeroepen, de opmerking waarmee ik opende. Maar daarnaast is de roman ook een levensgeschiedenis, een die inzicht biedt in de dromen en ambities van een jongen en man die is gefascineerd door die zaken in het leven die wij al snel met de term ‘onbenoembaar’ aanduiden. Dat Peeters die soms complexe materie weet te verwoorden in een roman die leest als een trein toont zijn vakmanschap.       

Koen Peeters
De mensengenezer
320 blz
De Bezige Bij