Life of Pi was de tweede roman van Martel (1963). Hij verscheen op de dag na 9/11. Die dag waarop velen zich realiseerden dat de wereld was veranderd. Dat gold ook voor Martel, maar dan in iets positievere zin. Hij was nu niet langer een beginnende schrijver die iets te vaak door uitgevers werd afgewezen. Integendeel, de uitgevers zaten nu achter hem aan. Maar hun hoge verwachtingen zouden niet helemaal worden ingelost. In de twee romans die volgden, Beatrice en Vergilius (2010) en De hoge bergen van Portugal (2016) koos Martel weliswaar opnieuw voor vrij absurde verhaallijnen, maar lezers én de meeste recensenten waren niet enthousiast. Die twee romans nog eens doorbladerend bekruipt me het gevoel dat Martel een meester is in het bedenken van een krankzinnig plot, maar dan in de uitwerking zichzelf in de weg zit.
Moet het verse succes dan komen van Zoon van niemand, zijn nieuwste roman? Trouw aan zijn werkwijze bedacht hij opnieuw een hoogst origineel verhaal. Harlow Donne, een Canadese wetenschapper, weet een onderzoekbeurs voor Oxford te bemachtigen. Hij wordt geacht daar in oude teksten op zoek te gaan naar vermeldingen over economische activiteiten. Zijn echtgenote Gail en dochtertje Helen blijven thuis, hen zal hij schrijven en bellen. In Oxford legt hij weinig contacten, wat hem voor zijn speurtocht goed uitkomt; de hoeveelheid tekstfragmenten in Oud-Grieks die hij moet doorploegen is overweldigend, en vaak ook nog eens op uiterst broze snippers (letterlijk!) papyrus die hij tot grotere gehelen probeert te puzzelen. En dan komt er een doorbraak, ofschoon die buiten zijn opdracht valt: herhaaldelijk komt hij vermeldingen tegen van 'Psoas, de zoon van niemand’. Gericht daarop zoeken levert al snel een duidelijker beeld. Het zijn fragmenten van een verloren gegaan epos over de Trojaanse Oorlog. Een tegenvoeter van de Ilias. Een sensatie, denkt Harlow. Zijn wetenschappelijke doorbraak, dat waar hij al niet meer op had gehoopt.Vanaf dat moment bestaat zijn gezin eigenlijk niet meer voor Harlow. En ook de adviezen van de professor voor wie hij het project uitvoert slaat hij in de wind. Martel weet de trance waarin Harlow langzaamaan raakt subtiel te verwoorden. Hij doet dat op twee manieren: eerst presenteert hij je de door Harlow gevonden en tot een eenheid samengevoegde fragmenten, om die stukken vervolgens van een (wetenschappelijk) commentaar te voorzien, door Harlow zelf. Daar tussendoor dringt zich steeds sterker de communicatie met het thuisfront, met vrouw en dochter die niet helemaal kunnen vatten waar hun echtgenoot en vader mee bezig is. En mocht je denken dat dit voor een lezer nogal onoverzichtelijk moet zijn, dan ken je Martel nog niet. Hij bedacht iets slims, en tegelijk heel simpels. De fragmenten uit de Psoas vullen de bovenste helft van de bladzijden en, na het einde van een fragment, Harlows commentaar de onderste helft. Waarbij dus, voor het goede begrip, steeds één helft van de pagina leeg is. Het is even wennen, maar leest dan heel soepeltjes.
Ik heb geen klassieke opleiding, maar ken wel het werk van Homerus. En zie wat Martel met dat concept uitvoert: hij geeft er een twist aan. Bij Homerus zijn de personages, of het nu (half)goden, adel of stervelingen zijn, bijna altijd ‘de zoon van iemand’. Zo zat die maatschappij in elkaar, zo komt dat in de geschriften uit die tijd terug. Maar bij Martel is niet bekend wie de vader van Psoas was. Hij is niet afkomstig uit de kringen waar dat wordt bijgehouden of genoemd. Hij komt uit het volk. En alleen door zijn succesvolle betrokkenheid bij de Trojaanse Oorlog is zijn naam op traditionele wijze bewaard gebleven, in die geschriften terechtgekomen: Psoas, ‘de zoon van niemand’.Heb ik deze roman met plezier gelezen? Ja, eigenlijk wel. Maar misschien is het eerder bewondering die ik voel. Dat Martel erin is geslaagd een toch vrij uitgekauwd verhaal nieuw leven in te blazen. De fragmenten van de Psoas lezen heel vloeiend, hebben soms iets zangerigs. En Harlows commentaren en toelichtingen daarop zijn vaak to-the-point, snedig is misschien het juiste woord. En tussen de regels door roert hij ook nog eens van alles aan waarover hij iets te zeggen heeft, van zinloos geweld en de verheerlijking daarvan tot aan de vraag wat belangrijker is, vriendschap of wetenschap. Hij zal met betrekking tot dit laatste een keuze maken, maar of hij daar gelukkig van zal worden …?
Yann Martel / Zoon van niemand / Vertaald uit het Engels ‘Son of Nobody’ door Hilje Papma, Marlies Weyergang Arwin van der Zwan / 336 blz / Prometheus, 2026


