zondag 19 april 2026

Lieselot Mariën - SHORTLIST Libris Literatuurprijs 2026

Het lezen van een ongemakkelijke roman kan zwaar zijn. Bij Als de dieren van Lieselot Mariën had ik beslist dat gevoel. Het is een verhaal over een vrouw die te maken krijgt met een postnatale depressie. De overgang van vrouw naar moeder is voor haar een proces waar ze niet, of in ieder geval heel moeilijk, mee kan omgaan. Dat haar kind een huilbaby is, maakt het er niet gemakkelijker op. Mariën lijkt alle registers van deze aandoening open te trekken, als lezer wordt je ondergedompeld in de ellende. En ik zal eerlijk zijn, en het is misschien omdat ik een man ben, en dan ook nog een zonder kind, maar de gedachte om het boek weg te leggen kwam meer dan eens bij me op. Wat me aan boord hield was de superieure vertelkunst. In dat opzicht is Mariëns romandebuut een grootse prestatie.

Wie de roman vluchtig doorbladert ziet in plaats van de gebruikelijke, min of meer uniforme blokken tekst, een wirwar van blokken, kolommen, een enkele regel tekst of geheel witte pagina’s. Die wirwar wordt overzichtelijker en begrijpelijker wanneer je begint te lezen: het is de door Mariën gekozen structuur die de romantekst ondersteunt. Veel van de terugkerende elementen van het verhaal hebben hun eigen plek of vorm. En het wit, of het nu een regel of langer is, lijkt heel bewust te zijn gebruikt om plek te bieden aan gedachten en overpeinzingen. Op een kwart van het verhaal ben je eraan gewend, weet je niet beter, ervaar je het zelfs als prettig, een handige tool.

In onze huidige verzorgingsmaatschappij kan een vrouw met een postnatale depressie op allerlei manieren en van allerlei instanties hulp krijgen. Voor die variant heeft Mariën niet gekozen. Bij haar moet de vrouw zelf maar uitvogelen hoe ze de aandoening te lijf gaat. Dat gaat haar dan ook uiterst moeizaam af. Allerlei inzichten, zoals het dubbele schuldgevoel van de vrouw, iets dat hulpverleners hadden kunnen detecteren en behandelen, moet ze zelf ontdekken en ermee in het reine komen. In haar eentje voelt ze zich dan ook nog eens heel eenzaam, wat haar situatie niet ten goede komt. Het kan zijn dat Mariën er bewust voor heeft gekozen al die gereedstaande hulpverlening buiten haar verhaal te houden, om zo beter zichtbaar te krijgen hoe slopend zo’n depressie kan zijn, voor de vrouw zelf, maar ook voor haar kind en partner. Als dat zo is, is haar opzet meer dan geslaagd. Het is een gruwelijke aandoening, die je alle plezier in het leven kan ontnemen.

Naast het fragmentarische karakter van het verhaal heeft Mariën ook een vaststaande tekst ingebouwd, een duizenden jaren oude mythe uit Mesopotamië. Deze keert als een dunne rode draag meermaals terug. In De afdaling van Inanna, zoals ze heet, is sprake van een godin die onder andere de liefde, de vruchtbaarheid en de oorlog belichaamd. Om haar angsten te onderkennen én beteugelen ondernam zij een helletocht, daalde via zeven poorten af naar een onderwereld. Niet alleen de geschiedenis van Inanna is voor Mariën van betekenis, als een bedding voor haar eigen verhaal, aan haar roman gaf ze ook nog eens als motto een citaat mee van Dante, uit diens Inferno.  

Hoe diep ze zinkt, en hoe ver ze zich verwijdert van haar gezin, illustreert zomaar een passage. Midden in de nacht heeft ze zich aangekleed, haar kind in een draagzak gedaan en is de stad ingelopen. Zonder doel, zomaar. En zonder haar man in te lichten. Maar al snel wordt er naar haar gezocht. Een citaat: 

Ik geloof dat ik iemand mijn telefoon heb gegeven. Ik geloof dat ze vroegen waar mijn man was. Ik geloof dat ik heb gezegd dat zijn naam Hannes was en dat hij onbereikbaar ver weg was. Ik geloof dat Hannes desondanks niet veel later bij de bestelwagen aankwam waar ik, nog steeds vol afschuw, naar de gesloten deuren van de laadruimte stond te kijken. Ik geloof dat hij jou uit de draagzak op mijn buik wrikte en dat ik niet bewoog. Ik geloof dat hij over jouw rugje wreef en zijn jas om jouw lijfje sloot en ik geloof dat hij met toegeknepen keel tegen mij schreeuwde. Ik geloof …

Laat ik maar ophouden te doen alsof. Ik weet het nog messcherp, allemaal.

Dit is wat hij riep:

‘Ons kind kan toch niet opgroeien met zo’n moeder!

Tijdens het schrijven van haar eerste roman raakte Mariën in verwachting, kreeg een baby en belandde vervolgens in een postnatale depressie. Toen die achter de rug was, vormde haar eigen verhaal de basis voor haar debuut. 

Lieselot Mariën / Als de dieren / 308 blz / Das Mag Uitgevers, 2025