maandag 6 april 2026

Murakami on Jazz

Voor liefhebbers van het werk van de Japanse auteur Haruki Murakami zal de hiernavolgende scène heel vertrouwd voorkomen. Het is avond, een man komt na een dag lang werken thuis. Hij loopt door naar het keukentje, waar hij de boodschappen die hij onderweg heeft gekocht in de koelkast legt of, wanneer hij direct gaat koken, op het aanrecht. Hij trekt zijn jas uit, schakelt de sfeervolle verlichting van het eenpersoonsappartement in en gaat aan de slag. Binnen een half uurtje zit hij achter een eenvoudige, dampende schotel. Hij heeft zich dan al een stevig glas Japanse whisky ingeschonken. En, niet onbelangrijk, muziek aangezet. Meestal jazz, Gerry Mulligan of een rustige John Coltrane. 

Murakami geeft de mannelijke personages in zijn romans en verhalen veel van zichzelf mee. Zij houden van de dingen waar de auteur zich ook goed bij voelt. Die jazzmuziek bijvoorbeeld. Voordat hij schrijver werd, had Murakami samen met zijn vrouw een jazzcafé in het centrum van Tokio, genaamd Peter Cat. Avond aan avond ontvingen zij daar hun gasten, draaiden platen of organiseerden liveoptredens. In 1982 deed hij de bar van de hand om schrijver te worden, maar de liefde voor de jazz bleef. Evenals een immense collectie elpees. Hij zweert bij vinyl, en ook bij zijn ietwat gedateerde Back Loaded Horn unit van JBL. Moderne sets mogen een betere sound leveren, hij is nu eenmaal gewend aan de klankkleur waar hij zijn halve leven al naar luistert. 

Het nu in het Nederlands uitgebrachte Jazzportretten is eigenlijk al een ouder project. De kunstenaar Makoto Wada organiseerde in 1992 en in 1997 twee tentoonstellingen met door hem geschilderde portretten van jazz-artiesten, waarvoor Murakami begeleidende teksten schreef. Aangevuld met nieuw materiaal – het zijn in totaal 55 portretten – kan het nu in boekvorm de wereld rondgaan. 

Bijna alle groten van de jazz komen voorbij. Juist daardoor valt het op dat Keith Jarrett en John Coltrane (!) ontbreken. Terwijl de toch echt redelijk onbekende bandleider Jack Teagarden wel een plekje heeft gevonden, evenals de toch niet echt ‘jazzy’ Frank  Sinatra. Makoto Wada maakte de selectie, waarna Murakami steeds een stukje schreef. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de laatste in zijn bijdrage over Sinatra een scheutje ongenoegen van zich afschreef door de wereldberoemde zanger te omschrijven als ‘met de vaardige band van Nelson Riddle of Billy May achter zich zong hij, volkomen relaxed en heel spontaan, zijn dansbare, stijlvolle deuntjes.’

Murakami en de jazzmuziek lijken in zekere zin met elkaar vergroeid te zijn. Dat blijkt beslist uit de trefzekere manier waarop hij artiesten in woorden weet te karakteriseren, van heel onderkoeld tot heel intens. The Modern Jazz Quartet bijvoorbeeld, ‘vier keurige gekapte heren die strak in het pak het podium betraden en zich daar even beheerst gedroegen als professoren aan de universiteit’. Terwijl ze toch voortkwamen uit de best wel vrijgevochten ritmesectie van het orkest van Dizzy Gillespie – diens portret, een van de mooiste, siert de cover van het boek. Of Chet Baker, bij wie Murakami dichterlijke aspiraties lijkt te vertonen: ‘In Bakers muziek zit hartzeer, een innerlijk landschap, onmogelijk over te brengen zonder zijn kenmerkende klankkleur en frasering. Hij was in staat alles heel natuurlijk naar binnen te zuigen als lucht, en weer naar buiten als levensadem. Vrijwel niets eraan was kunstmatig in elkaar gestoken.’ 

Diepgaander dan tijdens het beluisteren van Miles Davis wordt het bij Murakami niet: ‘Het spel van Miles op Four & More grijpt je bij de keel. Het door hem bepaalde tempo is ongemeen snel, het is bijna vechtlustig te noemen. […] ... slaat Miles genadeloos zijn magische wig in alle kieren in de ruimte waar zijn oog op valt. Hij vraagt niets, hij geeft niets. […] Er is daar alleen een ‘daad’, in de zuivere zin van het woord.’

Is dit boek vooral een hebbeding voor de fans van Murakami of steek je er ook nog iets van op? Het eerste is het zeker, met de mooie kwaliteit van het papier, de uitgebalanceerde vormgeving en de prima kleurenafbeeldingen van de portretten van alle besproken musici. Maar met een hebbeding is toch niets mis? Wat mij bij lezing écht verraste was dat het ook een uiterst informatief boekje bleek te zijn. Murakami is heel persoonlijk in zijn voorkeuren, haalt veel herinneringen op aan jazzconcerten die hij bijwoonde en is heel open in het verschuiven van zijn waardering voor sommige musici naarmate hij zelf ouder wordt en meer heeft beluisterd. Af en toe overheerst de nostalgie, maar dat mag bij iemand van zijn leeftijd.

Ieder ‘portret’ bestaat uit het schilderij, de begeleidende tekst, een afbeelding van Murakami’s favoriete album van die musicus en een korte biografie. Die favoriete albums zijn achterin het boek nog eens opgenomen, als een soort playlist. Alsof Murakami zegt: ga naar Youtube en leef je uit. Playlists van de muziek in Murakami’s romans en verhalen circuleren al jaren op internet, ook ik luister er graag naar. Maar nu is er dan de door de Meester zelf opgestelde lijst van zijn voorkeuren. Alleen dat is al een reden om het boek aan te schaffen.

Haruki Murakami  / Jazzportretten /  Met illustraties van Makoto Wada / Vertaald uit het Japans door Luk van Haute /  240 blz / Uitgeverij Atlas Contact, 2025