Germaine De Staël. Schrijver, balling en feminist avant la lettre is niet de eerste studie die Dijkgraaf wijdt aan een vrouwelijke auteur. Ze publiceerde meermaals over het werk én de persoon van Hella S. Haasse. En in 2020 verscheen Zij namen het woord. Rebelse schrijfsters in de Franse letteren. Die laatste titel zou je een aanloop kunnen noemen naar de biografie van Germaine De Staël. Er is vanzelfsprekend geen wet die voorschrijft dat een biografie ván een vrouw het best kan worden geschreven dóór een vrouw, maar in dit geval is het resultaat er wel naar. Je voelt het enthousiasme van Dijkgraaf voor de manier waarop De Staël zich als vrouw een plek in de wereld heeft weten te bemachtigen, zonder dat dit ten koste gaat van een heldere biografische analyse van De Staëls betekenis.
Germaine werd geboren in 1766. Haar ouders, Jacques en Suzanne Necker, namen een vooraanstaande plaats in de maatschappij in. Jacques Necker zou het in de jaren voorafgaand aan de Franse Revolutie brengen tot – een verlichte - Minister van Financiën onder Lodewijk XVI, Suzanne wist zich door haar Salon, die werd bezocht door mensen als Voltaire, Diderot en Rousseau, een machtspositie achter de schermen te verwerven. Haar dochter Germaine mocht al op heel jonge leeftijd mee naar die bijeenkomsten, het zou het fundament vormen voor haar eigen Salon, later, zowel in Parijs als in Chateau Coppet.In 1786 trad Germaine in het huwelijk met de Zweed Erik Magnus De Staël Holstein. Hij was bijna twintig jaar ouder dan zij en zou het brengen tot Zweeds ambassadeur in Parijs. Ze vond hem oninteressant en saai: ‘Van alle mannen van wie ik niet houd, geef ik nog de voorkeur aan mijn man.’ Maar hij bood haar door zijn netwerk, vermogen en adellijke titel een platform dat zij zou gebruiken om haar invloed te vergroten. En, niet onbelangrijk, hij bleek zo’n goeie sul dat hij zonder morren de vier kinderen echtte die zij van andere mannen kreeg.
Na het overlijden van haar moeder werden in Suzannes nalatenschap ettelijke essays en andere teksten aangetroffen. Die had zij nooit gepubliceerd, dat werd van een nette vrouw en echtgenote immers niet echt geaccepteerd. Germaine zou dat anders doen. Haar artikelen en romans bracht zij met veel bombarie in de openbaarheid. Het werden publieke discussiestukken. Haar roman in brieven Delphine, verschenen in 1802, over een vrouw die zich wil ontdoen van haar maatschappelijke ketenen, veroorzaakte een schandaal. Maar dat liet ze van zich afglijden, het ging haar erom met haar boodschap een groot publiek te bereiken. Dat dit met een roman eerder mogelijk was dan met didactische werken was een nieuw inzicht voor haar.Germaine streefde naar maatschappelijke hervormingen, naar vrijheid en gelijkheid, maar het proces van de Revolutie vond zij veel te radicaal. Het Engelse systeem, met een parlement én een koning, was voor haar en haar vrienden het voorbeeld. In haar Salon ontving zij dan ook politici die de monarchie wilden hervormen, die een systeem van Republikeins liberalisme aanhingen.
De Revolutie overleefden Germaine en haar familie. Maar Napoleon Bonaparte vormde voor haar op termijn een groter gevaar. Zijn bewind nam gaandeweg absolute trekken aan, waarin voor afwijkende meningen weinig ruimte meer was. Dus ook niet voor Germaine. Over hem schreef zij: ‘In zijn ziel heeft hij een koud en splijtend zwaard.’ Vanaf 1803 verbande hij haar, eerst uit Parijs, daarna uit Frankrijk. Haar opvattingen, zoals haar stelling dat de werkelijke macht in het politieke midden ligt – hoe actueel! - werden hem te scherp.
Hoe geef je als biograaf een leven weer dat zó vol is van gebeurtenissen en ideeën. Dijkgraaf bedacht een slimme oplossing. In de vroege zomer van 1812 verliet Germaine in het diepste geheim haar kasteeltje in Coppet, aan het Meer van Genève. Haar reisdoel was Londen. Ze reisde alleen, met een koetsier en de officier John Rocca, haar geliefde van dat moment. Die beschikte niet over de juiste papieren, dus reisde op enige afstand te paard mee. Het werd een helse tocht. Precies op dat moment trok Napoleon namelijk oostwaarts door Europa, met een immens leger, op weg naar Rusland. Die moesten ze beslist ontwijken, hij zou haar direct laten arresteren. Dus het werd een helse omweg: Coppet / Zürich / Wenen / Lviv / Brody / Moskou / Sint-Petersburg / Finland / Stockholm / Göteborg / Londen. Omdat Germaine en Rocca dus ‘op afstand’ samen reisden, schreven ze elkaar brieven. Die, en talloze andere die Germaine in die maanden schreef, doseert Dijkgraaf mondjesmaat tussen de hoofdstukken door. Een geweldige rode draad!Margot Dijkgraaf / Germaine De Staël. Schrijver, balling en feminist avant la lettre / 336 blz / Atlas Contact, 2026



