Een leven als dat van Bell leent zich bij uitstek voor een spetterende biografie of een spannende verfilming, zoals Lawrence die ten deel zijn gevallen. Die biografie van Bell verscheen zo’n twintig jaar geleden, onder de gloedvolle titel Queen of the Desert. Ik kocht die ooit bij een bezoek aan een van de voormalige landhuizen van de familie Bell in Yorkshire. Prima vertelling, zo’n lekker dikke pil waar zo ongeveer alles in staat. De film kwam tien jaar later, onder dezelfde titel. Met in de hoofdrol Nicole Kidman, The Queen of Cool. Niet de meest gelukkige casting. En nu is er dan Mesopotamië, van de Franse auteur Olivier Guez. Hij maakte zo’n acht jaar geleden furore met De verdwijning van Josef Mengele, een mooie mix van feiten en fictie. Datzelfde procédé past hij toe in Mesopotamië, waarin roman en biografie harmonieus versmelten.
Waar kwam Bell vandaan? Ze werd in 1868 geboren in Yorkshire, in een puissant rijke familie van staalfabrikanten. Op haar achttiende schreef ze zich in aan Oxford. Toen ze met lof afstudeerde was ze de eerste vrouw die een graad behaalde in de studie Modern History. In de jaren na haar afstuderen leidde ze het leven dat voor vrouwen in haar klasse gewoon was: ze ontwierp tuinen voor het landhuis van de familie, deed aan goede werken, bezocht feesten en maakte met haar broer in 1897 een cruise om de wereld. Opmerkelijk was haar verblijf in Perzië / Iran, vijf jaar eerder. Een vriend van de familie was daar benoemd tot ambassadeur en Gertrude rook haar kans. Ze nam lessen om de taal te leren, reisde naar Teheran en ontdekte een wereld waarin ze zich op haar plaats voelde. Zo simpel was het. Het landschap, de cultuur, de kleuren, de warmte en de schone lucht, het betoverde haar. Een mislukte affaire met een officier – haar ouders keurden hem af – deed de reis met een domper eindigen. Het zou niet de laatste keer zijn dat haar familie haar op deze manier ‘in bescherming’ zou nemen. Ze bleef haar hele leven ongetrouwd en kinderloos, wat ze betreurde.Een reis naar Jeruzalem en het Heilige Land in 1900 gaf een beslissende wending aan haar leven. Het was het begin van een periode waarin ze een handvol lange reizen door het Arabische schiereiland en de streek erboven maakte, het gebied dat nu ruwweg wordt gevormd door Iran, Irak, Syrië, Libanon, Jordanië en de Sinaï. Vooral de reizen naar de zuidelijker in Arabië gelegen plaatsen, waar soms in tientallen jaren geen westerse reiziger zich had laten zien, waren staaltjes van durf. De routes ernaar waren deels niet in kaart gebracht, waardoor het vinden van water soms een hachelijke zaak werd. Op deze reizen bracht ze steevast de oudheidkundige resten in kaart en, haast belangrijker, ze fotografeerde ze. Het fotoarchief dat ze vanuit haar grondige kennis van de lokale archeologie opbouwde, is voor onderzoekers nog steeds van onschatbare waarde. Op haar reizen stelde ze zich open op naar de lokale machthebbers. Vaak waren die verrast een vrouw aan te treffen aan het hoofd van haar soms omvangrijke karavaan, maar omdat ze de taal en vaak ook de dialecten beheerste wist ze hun vertrouwen meestal al snel te winnen.De Eerste Wereldoorlog gooide haar leven overhoop. Ze bracht maanden door in Noord-Frankrijk, waar ze als vrijwilliger een bureau aanstuurde dat was belast met de logistiek en administratie van gewonde en gesneuvelde soldaten. Dat waren er nogal wat.
Haar ‘redding’ kwam in 1915, nadat een voormalige Britse High Commissioner in Egypte aan Londen had laten weten dat ‘Miss Gertrude Bell knows more about the Arabs and Arabia than almost any other living Englishman and woman.’ Die kennis bracht haar de jaren erna interessante, spannende en vaak ook voldoening gevende posities bij de verschillende Britse Intelligence Bureaus in Caïro, New Delhi en Bagdad. Ze leerde er ook T.E. Lawrence kennen, die een goede vriend zou worden. En, zoals hierboven al genoemd, ze zou aan de wieg staan van de stichting van de staat Irak. Om dit project te doen slagen werd ze aangesteld als Oriental Secretary. Mede door haar goede banden met belangrijke stamleiders en sheiks, en met de machtige Aimir Faisal, die de eerste koning van Irak zou worden, wist ze deze klus, die velen beschouwden als niet-realiseerbaar, tot een goed einde te brengen. De laatste jaren van haar leven woonde ze in Bagdad. Volledig geassimileerd, zich vaak gelukkig voelend, was dat haar plek op de wereld. Een enkele keer reisde ze nog wel voor familiebezoek naar Engeland, maar haar hart lag daar niet meer.
En hoe is het nu met de erfenis van Gertrude Bell? In politiek opzicht niet best, hebben we de afgelopen decennia kunnen zien. Zelfs het door haar met veel inzet en liefde gestichte museum van oudheden in Bagdad, waar ook veel van haar eigen vondsten lagen, ontsnapte niet aan de algehele malaise en werd na de val van Saddam Hoessein geplunderd. Zelf heeft ze aan den lijve ervaren wat de problemen waren die dit gebied mogelijk zouden blijven teisteren. Zowel bij een conferentie in Parijs, in 1919, als bij de eerder genoemde conferentie in Caïro in 1921, bleek haar dat veel westerse leiders onwillig waren zich in te leven in de cultuur en denkwereld van de bewoners van dit gebied.
Guez gaf zijn boek de titel Mesopotamië. Is dat niet wat vreemd, omdat het in essentie toch een biografie van Gertrude Bell is? Dan zou je minstens een ondertitel aantreffen die dit verheldert. Maar met alle aandacht die Guez heeft voor de politieke ontwikkelingen – soms is Bell bladzijden lang afwezig – sloeg voor hem de balans blijkbaar naar die kant door. Dat dit ergens jammer is, blijkt na ruim honderd bladzijden, wanneer Guez een lange brief van Bell aan haar vader in z’n geheel opneemt. Prachtig! Ineens wordt het heel persoonlijk. Gelukkig komt die balans, naarmate het boek vordert, wat meer in evenwicht. Guez de historicus blijft aanwezig, maar Guez de romanschrijver breekt door. Wie stug is blijven doorlezen, wordt beloond.Olivier Guez / Mesopotamië / Vertaald uit het Frans door Tatjana Daan / 361 blz / Meulenhoff, 2025






















