vrijdag 12 februari 2016

Dichterliefde

De Britse dichter Ted Hughes (1930-1998) creëerde een indrukwekkend oeuvre. Dat bracht hem in 1984 de benoeming tot Poet Laureate, een functie die vergelijkbaar is met onze Dichter des Vaderlands maar die in Engeland een benoeming is voor het leven. Behalve gedichten schreef Hughes ook populaire kinderboeken. Dit creatieve en maatschappelijke succes dreigt soms te worden overschaduwd door de zelfmoord van zijn echtgenote Sylvia Plath, waarmee veel mensen hem in de eerste plaats associëren. Hem wordt wel verweten dat hij haar tot die zelfmoord gedreven zou hebben. Hughes is nooit op die beschuldigingen ingegaan. Connie Palmen nam dit gegeven als uitgangspunt voor haar roman Jij zegt het.

Ted Hughes en Sylvia Plath ontmoetten elkaar voor het eerst vroeg in 1956. Hij had gestudeerd in Cambridge, bleef in leven door allerlei baantjes en deed verwoede pogingen zijn eerste gedichten gepubliceerd te krijgen. Zij, Amerikaanse,  verbleef in Cambridge met een Fulbright Scholarship. Zij had al wel gedichten gepubliceerd. Dat hun beider leven geheel in het teken stond van hun literaire ambities blijkt ook uit de keuze van de datum waarop zij nog in hetzelfde jaar trouwden: 16 juni. In Ierland, Engeland en elders is dat Bloomsday, de dag waarop de schrijver James Joyce wordt herdacht. Diens roman Ulysses speelt zich af op die dag.

Palmen koos ervoor om in Jij zegt het Ted Hughes aan het woord te laten. Daarmee heeft de roman een verteller én een duider: ’Zij was het. Wie haar alleen oppervlakkig kende kon niet vermoeden dat er een krijger in haar schuil ging, dat ze androgyner was dan het keurige meisje met de paardenstaart deed vermoeden. Ze wilde haar krachten met iemand meten, ze wilde vechten, en daarvoor had ze de grootste en sterkste man uitgezocht die ze kon vinden. Mij dus.’

De relatie tussen Hughes en Plath is een hartstochtelijke, op ieder vlak. Dat geldt ook voor de onzekerheid die inherent is aan het zoeken naar een bestaan, naar literaire erkenning. Plath spoort haar man voortdurend aan zijn gedichten in te sturen naar dichtwedstrijden en uitgevers. Hun vreugde is groot wanneer dit leidt tot prijzen en publicatie, maar haar stemming slaat even sterk om naar wanhoop wanneer haar eigen gedichten niet dat succes hebben, of het haar zelfs enige tijd niet meer lukt onbevangen te dichten. Wanneer Hughes een buitenechtelijke affaire begint met een gezamenlijke vriendin is dat voor Plath te veel. In het najaar van 1962 verlaat ze hem en neemt haar twee kinderen mee. Enkele maanden later stopt ze haar hoofd in de gasoven.

Ted Hughes heeft altijd geweigerd openheid van zaken te geven over zijn rol in deze gebeurtenissen. Plath’s dagboeken uit de maanden voor haar dood vernietigde hij: ‘Het verbrande dagboek was een verraad van ons huwelijk, een droevige tirade waarin geen ruimte was voor anderen, voor de kinderen, voor onze liefde. Alles wat haar zachtmoedig en prachtig maakte – haar humor, verlegenheid, doorzettingsvermogen, zorgzaamheid en toewijding – ontbrak.’ Daarmee plaatste hij zichzelf in een lastige situatie, werd hij kwetsbaar. Pas in de dichtbundel Birthday Letters, die verscheen 1998, wijdt hij enkele gedichten aan de dood van Plath.

Plath komt er bij Palmen niet onverdeeld positief vanaf. Hughes houdt zielsveel van zijn vrouw, die hij consequent en heel dichterlijk ‘mijn bruid’ noemt. Maar hij ziet ook haar rusteloosheid, onzekerheid en jaloezie. Of die zo sterk waren en zulke uitschieters kenden als Hughes ons wil doen geloven is natuurlijk de vraag. Maar die vraag is hier niet relevant, want Jij zegt het is geen biografie maar een roman. Een sterke roman, bovendien. Palmen zet Hughes overtuigend neer. Hij kijkt terug vanuit 1998, het jaar van zijn dood. Het stof is neergedaald, het is tijd voor een verslag, voor reflectie, voor duiding én voor het weerleggen van de vele roddels, valse getuigenissen en beschuldigingen. Dat doet hij in één doorlopend betoog, zonder hoofdstukindeling, meeslepend en krachtig. 

Als liefhebber van biografieën blijft de vraag hoe de relatie tussen die twee nu ‘echt’ was mij wel bezighouden. Daarom heb ik om te beginnen Sylvia Plath. De dagboeken 1950-1962 maar aangeschaft. Zo’n mooie uitgave in de reeks privé-domein. Voor het evenwicht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten