zondag 27 januari 2013

Great American Novel

In haar roman May We Be Forgiven doet A.M. Homes precies wat je van haar verwacht: ze bouwt een verhaal op rond een stel doorsnee Amerikanen, gooit daarin hun leven overhoop, doorspekt het geheel met (zwarte) humor en absurde ontwikkelingen, handhaaft een hoog tempo en laat dit alles tegelijk een subtiel commentaar zijn op de huidige samenleving in de Verenigde Staten. In meerdere recensies heeft het boek dan ook het predicaat 'Great American Novel' gekregen.
Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Harold Silver, een historicus van middelbare leeftijd die doceert en daarnaast al jaren werkt aan een lijvige biografie van Richard Nixon. Hij heeft een broer, George, die geslaagd is in het leven: baas van een televisiestation, rijk, een prachtig huis, jonge kinderen en een heel mooie vrouw, Jane. Harold vindt hem een tiran, een snoever, een bullebak.
De roman begint tijdens het vieren van Thanksgiving in het huis van George en Jane. Daar wordt Harold tijdens de afwas onverwachts vol op de mond gekust door Jane, wat zijn gemoedsrust in de weken daarna danig aantast. Wanneer George enige tijd later een aanrijding veroorzaakt waarbij een echtpaar in de andere auto omkomt wordt hij, omdat hij verward lijkt, in een inrichting opgenomen  voor een psychiatrisch onderzoek. Harold, wiens echtgenote voor haar werk in het buitenland is, trekt tijdelijk bij Jane in om haar bij te staan. Al snel ontstaat een verhouding tussen hen twee. Op een nacht ontsnapt George uit de inrichting, betrapt Harold en Jane en slaat vervolgens zijn vrouw de schedel in met de schemerlamp naast haar bed. Jane overlijdt in het ziekenhuis, George belandt in de gevangenis en Harold wordt benoemd tot voogd over de kinderen van George en Jane. Als hij tegelijkertijd zijn baan verliest en zijn vrouw hem verlaat, besluit hij het huis van zijn broer en schoonzus te betrekken, daar voor de kinderen te zorgen en zijn biografie af te maken. Deze omwenteling in Harolds leven wordt door Homes in een flitsend tempo in nauwelijks veertig bladzijden verteld.
De rest van de roman gaat over de consequenties van Harolds besluit. De essentie daarvan is dat hij een completer mens wordt doordat hij zich bewuster wordt van zijn naasten, zich realiseert dat hij om hen geeft en met hen wil samenleven. Een gevoel dat haaks staat op de ontwikkeling in de maatschappij, waar mensen steeds vaker geen echt contact meer hebben met anderen, of hoogstens via vormen van pseudocontact als twitter en Facebook. Zo samengevat lijkt dit enigszins zoet of moralistisch, maar die valkuil weet Homes te vermijden. Ze schrijft zonder opsmuk. De handeling is belangrijk, ontwikkelingen gaan snel. Veel daarvan heeft te maken met de gezinssituatie, maar ook maatschappelijke onderwerpen als justitie, bureaucratie, de medische wereld, kostscholen, ouderenzorg en internetseks komen aan bod. De soms typisch Amerikaanse situaties beschrijft zij met ironie en humor. De dialogen zijn ijzersterk en vaak geestig. Kortom: als lezer krijg je een veelzijdig en glashelder beeld van het hedendaagse Amerika. Verpakt in een vlot verteld, soms een beetje sterk aangezet, maar meeslepend verhaal.


 

vrijdag 18 januari 2013

Literaire trucs

In 1972 ontwikkelt MI5, de Britse binnenlandse veiligheidsdienst, een project waarbij tien schrijvers en journalisten een beurs krijgen zodat ze vrijgesteld zijn om boeken of artikelen te schrijven. Het geld wordt verstrekt via een keurig fonds, de auteurs weten niet dat MI5 hen betaalt. De toon van de publicaties moet positief zijn over de Westerse politiek, negatief over het communisme. Negen auteurs schrijven nonfictie, de tiende is een jonge schrijver van korte verhalen. De operatie krijgt de codenaam Sweet Tooth.
Ian McEwan's hoofdpersoon is Serena Frome: jong, blond, dochter van een Anglicaanse bisschop. Ze studeert wiskunde in Cambridge, maar eigenlijk was ze liever Engelse literatuur gaan studeren aan een minder prestigieuze universiteit. Ze is verslingerd aan romans waarin herkenbare gevoelens worden beschreven en die bovendien een happy end moeten hebben. Haar favoriete slotzin is Marry me. Tijdens haar laatste studiejaar heeft ze een relatie met een oudere professor die haar introduceert bij MI5. Daar krijgt ze ook een baan. Eerst is dit een onbeduidende functie, maar al snel krijgt ze de opdracht die tiende schrijver te benaderen, hem aan het project te verbinden en hem verder te begeleiden. Ter voorbereiding leest ze al het werk van deze schrijver, Tom Haley. Bij hun eerste ontmoeting maakt hij iets bij haar los, waarna ze al snel verliefd op hem wordt. Niet een heel professionele benadering voor iemand die inmiddels is gepromoveerd tot 'assistent desk officer' bij MI5. Maar ze geeft toe aan haar gevoelens - die wederzijds zijn - en brengt al haar weekeinden bij Haley door in Brighton. Voor haar bazen houdt ze dit geheim.
Op dit punt aangekomen - ongeveer halverwege de roman - gaat McEwan als een schaker de vruchten plukken van zijn lange voorbereiding. De stukken zijn neergezet, de achtergrondinformatie over MI5 en de politieke en sociale onrust in Engeland heb je als lezer braaf tot je genomen, het eindspel kan beginnen. En dat eindspel blijkt één lange opeenvolging van verrassingen en dubbele bodems te zijn. Spannend maar licht van toon, haast speels. Had ik in het eerste deel van het boek nog de indruk dat dit vooral een verhaal was over spionage, gaandeweg blijkt dat het eigenlijk gaat over het lezen van literatuur, over de liefde, over literaire trucs. De ontknoping is een juweel. Ik heb niet eerder een roman van McEwan gelezen die me met zo'n voldaan maar ook blij gevoel achterliet.

vrijdag 11 januari 2013

San Miguel

In San Miguel gaat T.C. Boyle terug naar de Californische Channel Islands, de eilanden die zo'n vijftig kilometer uit de kust bij Santa Barbara liggen. In zijn vorige roman, When The Killing's Done, was het onderwerp het natuurbeheer van deze eilanden en de controverse daarover. Nu gaat hij verder terug in de tijd. Hij beschrijft de lotgevallen van twee familie's die op het kleine eiland San Miguel een bestaan proberen op te bouwen. De eerste familie arriveert in 1888, de tweede in 1930. Zij zijn de enige bewoners van het eiland. Het leven is eentonig, het weer is een groot deel van het jaar koud, nat en winderig. Het eiland wordt begraasd door schapen, waardoor het in de loop van de tijd een barre woestenij zonder bomen en struiken is geworden. Bij harde wind is er sprake van heuse zandstormen. De komst twee keer per jaar van de schapenscheerders is het sociale hoogtepunt.
Ondanks het monotone leven op het eiland weet Boyle van San Miguel een meeslepende roman te maken.Hij vertelt het verhaal in beide families vanuit de vrouw. Daardoor ontstaat een eenheid, je hebt het gevoel dat het om één doorlopend verhaal gaat in plaats van twee afzonderlijke geschiedenissen. De personages en hun drijfveren zijn overtuigend neergezet, maar de echte hoofdrol is voor de natuur. Die natuur biedt de bewoners een kans op een beter bestaan, maar vormt ook een voortdurende bedreiging. Boyle laat mooi zien hoe sommigen daar lichamelijk en geestelijk - en slepend langzaam - aan onderdoor gaan.