donderdag 2 april 2026

Parijs' dagboek

Fotograaf Paul Huf verstond zijn vak. Het portret dat hij maakte van Hugo Claus en Sylvia Kristel en dat nu de cover siert van Minnaar tegen elke prijs is ronduit verleidelijk. Zij heeft zich gedrapeerd op een luxe bank, hij zit op de rand ervan en lijkt zich beschermend over haar heen te buigen. Beide kijken strak in de lens. Het ideale paar, denk je dan, ondanks het feit dat zij op het moment dat Huf aan het werk toog pas begin twintig zal zijn geweest, hij een generatie ouder. Het is een portret dat je, zeker als liefhebber van het werk van Claus, het boek doet kopen. Je nog onbewust van het feit dat de inhoud een koude douche zal zijn. Maar wel een koude douche die tegelijk ontluisterend én fascinerend is.

Claus en Kristel ontmoetten elkaar in 1972 in Amsterdam. Hij was in 1970 vanuit België naar de Nederlandse hoofdstad verhuisd, zij enkele jaren later vanuit Utrecht. Claus had net een stormachtige relatie met de actrice Kitty Courbois achter de rug, die hij van zich had afgeschreven in de roman Het jaar van de kreeft. Een zuivere karaktermoord. Kristel zocht een niet al te duur kamertje, veel kon ze als beginnende actrice niet betalen. Claus, succesvol, bewoonde een ruim huis aan de Raamgracht. En een kamertje voor een mooie jonge vrouw wilde hij wel ter beschikking stellen, liet hij een gezamenlijke vriendin weten. Van het een kwam het ander, en in de loop van 1973 werden ze een paar.

De carrière van Kristel verliep voorspoedig. Ze mocht dan geen al te groot acteertalent zijn – in tegenstelling tot Courbois – maar ze was beslist mooi. Straalde daarbij ook een zekere onschuld uit. De filmrollen die ze wist te bemachtigen lagen in het verlengde daarvan. Met als eerste grote succes in 1975 de erotische film Emmanuelle. Die een jaar later werd gevolgd door Emmanuelle II. Claus, zelf toneelschrijver en regisseur, hielp haar bij die rollen. Vervulde de rol van coach. Omdat het geld binnenstroomde kochten ze samen een grote, chique etage in het centrum van Parijs. Met het hippe Saint-Germain-des-Prés op loopafstand. En ze kregen een kind. Het leek niet op te kunnen. Maar toen biechtte Kristel op dat ze tijdens de opnamen van Emmanuelle II een affaire had gehad met haar tegenspeler, de Italiaan Umberto Orsini. Claus was in de war, geschokt, boos. En begon enkele dagen later een dagboek bij te houden. Dat zijn de notities die nu, integraal, zijn uitgegeven.

Waarom Claus dit dagboek begon? Zeker weten we het niet, maar het zou zomaar voor zichzelf kunnen zijn, een exercitie om de dingen in hun juiste verband te kunnen plaatsen. Of waren het aantekeningen om later een manuscript uit te kunnen destilleren? Een herhaling van zijn afscheid aan Courbois? Hoe dan ook, zo’n roman is er nooit gekomen, het dagboek staat daarmee op zichzelf binnen Claus’ oeuvre. 

Het dagboek beslaat de periode oktober 1975 tot en met augustus 1976. Van enkele dagen na Kristels bekentenis tot het moment dat ze hebben besloten uit elkaar te gaan. Als ik het in één woord moet omschrijven, zou dat ‘eerlijk’ zijn. Claus lijkt niets te verbloemen. Of het nu gaat over zijn gevoelens, zijn mening over het gedrag en karakter van Kristel, hun seksleven, en het leven in het algemeen, hij neemt geen blad voor de mond. Dat hij klagerig kan overkomen, realiseert hij zich: ‘Dit wordt het verhaal van een onredelijke, pietepeuterige, weke jaloezie.’ Of: ‘Meer en meer de rol van een vitter, een verongelijkte. Zonder enige charme is dit.’ Kristel ontmoet door haar werk veel mannen uit de filmwereld, laat zich fêteren en geniet daarvan. Komt dan midden in de nacht thuis, straalbezopen. Claus: ‘Aan haar – als je de uiterlijkheden: schoonheid, roem, vriendelijk en toch speels amusant gedrag wegdenkt - heb ik niks. Geen reet warmte, geen reet begrip. Haar liefde voor mij is een spel, zoals alles wat zij onderneemt’. Naarmate de maanden voorbijgaan en Kristel affaires aangaat met vermoedelijk meerdere filmheren – de componist Francis Lai is haar lieveling – wordt Claus onverzoenlijker in zijn oordeel. Hij legt lijstjes aan van Kristels tekortkomingen, analyseert haar ‘keukenmeidenziel’ en stoomt langzaam maar zeker af op hun scheiding. 

Ik lees graag egodocumenten. Die zijn in de Nederlandstalige literatuur in overvloed aanwezig in de vorm van dagboeken en briefwisselingen. Denk aan de onvolprezen reeks privé-domein. Dergelijke teksten, die vaak niet bewust zijn geschreven met het oog op publicatie, kunnen daardoor iets puurs, iets authentieks hebben. De kans bestaat dat je je favoriete schrijver ineens op een heel andere manier leest. 

Hebben de Parijse dagboekaantekeningen van Claus ook dat effect? Ja en nee. De al genoemde eerlijkheid maakte ze zeker de moeite waard om te lezen. De sterkste passages zijn indrukwekkend, en vormen een toevoeging aan zijn oeuvre. Maar op andere momenten ontstaat er een zekere achteloosheid, zo’n aantekening hangt dan als los zand aan elkaar. Dat illustreert, denk ik dan maar, dat de situatie hem vermoedelijk zo aangreep dat zijn schrijverij er onder ging lijden.

Hugo Claus / Minnaar tegen elke prijs. Parijs’ dagboek / xx blz / Prometheus, 2026