dinsdag 17 maart 2026

Nadia de Vries - SHORTLIST Libris Literatuurprijs 2026

Het totaal kunstmatige universum van Schelvis, vol tegenstellingen, overdrijvingen en verwijzingen naar schelmen- en arbeidersromans, is een ongelooflijk intelligente satire.’ [Uit het juryrapport]

´Mijn naam is Schelvis.

Aangenaam!

Het dorp waarin ik opgroeide telde tweeduizend inwoners in de winter. In de zomer kwamen daar nog eens vijfhonderd mensen bij. Deze mensen bezaten een huisje op ons strand, ze beschikten over dure honden en vakantiedagen. Wij, de dorpelingen, hadden weinig met deze mensen te maken. De meesten van ons werkten in de fabriek, die het hele jaar gruis en wolken over de kunstlijn uitspuwde. Het werk in de fabriek bezorgde ons rijbewijzen en gevulde koelkasten, we namen de wolken voor lief, alhoewel zij natuurlijk ook nadelen kenden. Dankzij de fabriek bezat geen van ons witte kleren.´ 

Blauwe haren

Nadia de Vries verliest in haar tweede roman, Overgave op commando, geen tijd aan nutteloos gedoe. Al op de tweede bladzijde presenteert haar hoofdpersoon zich aan de lezer, met de hierboven aangehaalde tekst. En ze gaat door, binnen vijf bladzijden weet je alles over haar en een soort IJmuiden, het stadje waar ze is opgegroeid. Heel vrolijk is dat relaas niet: ‘We kwamen allemaal uit gezinnen die bestierd werden door broze mensen, en het merendeel van onze opvoeding was aan toeval onderhevig.’ De werkgelegenheid in het plaatsje wordt aangeboden door de fabriek, en daarnaast door een distributiecentrum. Bij dat laatste werkt de moeder van Schelvis. In haar vrije uren ontvangt die in hun flatje mannen, niet voor het geld maar uit een behoefte aan bevestiging van haar vrouw-zijn. Schelvis vermaakt zich op die momenten op straat, of is met haar drie beste vrienden. Op de dag dat ze basisschool afrondt, verft ze haar haar. In de kleur Elektrisch Blauw. Als een vooraankondiging  van het zich losweken van een grauw bestaan?

Vrienden

De vrienden van Schelvis zijn Jeremy, Duncan en Celine. Twee jongens, een meisje, zoals de namen zeggen. Aan de naam Schelvis is weinig af te leiden. Dat hoeft ook niet, want Schelvis is man noch vrouw. De verwikkelingen waardoor Schelvis uiteindelijk het stadje de rug  zal toekeren beginnen met het plan van Jeremy om als groep iemand te vermoorden. Hij heeft ook al een slachtoffer op het oog, de man die hij schuldig acht aan het verkeersongeluk dat zijn oudere broer het leven kostte. Ietwat verblind door de plotselinge mogelijkheid eens een écht avontuur te beleven, gaan ze direct tot actie over. Ze ontvoeren de man en hun plan lijkt te lukken. Maar dan slaat de sfeer om en is het Schelvis die aan het kortste eind trekt. Gewond, op alle gebieden.

Op de rand van het bestaan

Ik ben dakloos, ik ben behoeftig, help mij alstublieft aan een huis.’ Een plakker met deze tekst laat Schelvis kort na haar aankomst in de stad achter op het prikbord van de supermarkt in een arm deel van de stad. Ene Ruud reageert. Hij verlangt geen geld, maar zou het fijn vinden wanneer hij ’s avonds, gezeten op de bank voor de televisie, haar mag bevoelen. Bijvoorbeeld in haar schoot. Schelvis gaat akkoord, zet gewoon haar gevoel uit. Want: alles beter dan het leven op straat, als dakloze.

Verloren zoon

Je kan Schelvis vanwege haar geaardheid moeilijk een verloren zoon noemen, maar haar belevenissen bevinden zich wel in dit spectrum. Met een hele trits aan klusjes verdient ze wat geld. Ze bedient op een terras, werkt als schoonmaker in een paardenslachterij en loopt een betaalde stage bij een journaliste die voor grote tijdschriften levensverhalen schrijft over mensen die zijn mislukt in het leven. Zelf voelt ze zich niet thuishoren in deze groep, ze red het immers toch? Maar steeds, meestal buiten haar schuld, is er een terugval. Haar omgeving neemt haar dan iets kwalijk. Meestal leidt dat slechts tot een deuk in haar gevoel, maar een enkele keer is de schade fysiek, en fors. De Vries schetst, soms met een lichte ironie, de lotgevallen van Schelvis. Ze velt geen oordeel, laat het aan de lezer over om er iets van te vinden. Haar taalgebruik is heel direct, verwacht geen lange bespiegelingen. Dat ze dingen open wrikt, Schelvis maar steeds opnieuw een paar stappen terugduwt zonder daarvoor een aanleiding of verklaring te geven, ging voor mij als lezer op den duur wringen. Is dat uit een soort vrijblijvendheid? Of beoogt ze juist dat, het creëren van een gevoel van ongemak? Misschien legt het juryrapport hier wel de vinger op de juiste plek: ‘Het totaal kunstmatige universum van Schelvis, vol tegenstellingen, overdrijvingen en verwijzingen naar schelmen- en arbeidersromans, is een ongelooflijk intelligente satire.’

Nadia de Vries / Overgave op commando / 160 blz / Uitgeverij Pluim, 2025