maandag 25 maart 2019

Op leven en dood in het Hoge Noorden

De walvisvaart in de wateren rond de Noordpool, zoals die werd uitgeoefend tot het midden van de negentiende eeuw, heeft altijd tot de verbeelding gesproken. Het was iets voor stevige mannen. De relatief kleine houten zeilschepen boden weinig comfort, en je zat er dicht opeengepakt met je maten en een groeiende hoeveelheid walvisvlees, levertraan, baleinen en wat je zo verder van een walvis te gelde kon maken. De jacht zelf, het harpoeneren, werd gedaan vanuit roeiboten. Die willen op een onstuimige Atlantische Oceaan nog weleens omslaan. En dan stond er, ondanks de korte Arctische zomer, heel vaak een snijdend koude wind. Het was een omgeving om te mijden. Maar het was ook een plek die grootse literatuur heeft opgeleverd, waarvan Herman Melville’s Moby Dick het bekendst is. Om zijn roman meer impact te geven, monsterde Melville voor één seizoen aan op een ‘whaler’. Pas als je het hebt meegemaakt, weet je wat het is.

Ook de bemanning die is ingehuurd voor de Volunteer, het walvisschip waarop The North Water van Ian McGuire zich in 1859 afspeelt, is ruig. Al in het eerste hoofdstuk, dat zich afspeelt in Hull in de nacht voor vertrek, blijkt de meester-harpoenier een serial killer. En ook de rest van de bemanning is aan te zien dat de reder, ene Baxter, voor zo weinig mogelijk geld een bemanning heeft ingehuurd. Zelfs de scheepsarts, Patrick Sumner, kon hij voor een prikkie krijgen omdat deze oud-legerarts met oneervol ontslag is vertrokken uit het Britse leger in India en nu een half jaar moet wachten alvorens over een erfenis te kunnen beschikken van een familielid in Ierland en in de tussentijd toch ergens van moet leven. De kapitein, een oude rot, lijkt er niet mee te zitten.

McGuire weet de sfeer op zo’n walvisvaarder prima te treffen. Grote delen van de reis bestaan uit het eentonig wachten op de walvissen, waarbij de verveling wordt verdreven door onderhoudswerkzaamheden en andere klussen. De discipline daarin wordt strak gehandhaafd. Maar wanneer een van de scheepsjongens blijkt te zijn verdwenen, en later vermoord wordt teruggevonden in een ton, in de diepste laag van het ruim, verandert de stemming aan boord. Roddel en achterklap leiden tot het aanwijzen van een schuldige, maar is hij het wel? Tezelfdertijd laat McGuire doorschemeren dat het vangen van walvissen niet het eigenlijk doel is van de onderneming. Het incasseren van de verzekeringspremie voor een verloren gegaan schip is in deze jaren, waarin de vraag naar walvisolie vermindert, lucratiever. Mits professioneel en ‘onherkenbaar’ uitgevoerd. Daarvoor is de ervaren kapitein ingehuurd.

Vanaf dat moment raakt het verhaal in een stroomversnelling. McGuire doseert de spanning en de dramatische momenten heel subtiel, de laatste 150 bladzijden lees je als in een koorts. Van het schip waarop de bemanningsleden tot elkaar waren veroordeeld bevinden ze zich nu ineens in een uitgestrekt landschap van ijs en sneeuw waarin ze als nietige mensen zijn overgeleverd aan de meedogenloze natuur. Alleen degenen die de strijd daartegen aangaan, die een 'alles of niets' spel durven te spelen met de elementen, maken een kans.

Een boek dat ik met plezier heb gelezen. Het is onderhoudend, informatief en op veel momenten spannend. Je ziet waar McGuire zijn inspiratie heeft opgedaan. De scènes in Engeland kunnen zo uit een roman van Charles Dickens komen, die op het schip verraden de invloed van Joseph Conrad, voor die in de ijskoude witte wereld van het Noorden heeft hij waarschijnlijk veel ontleend aan negentiende-eeuwse verslagen van poolreizigers. Dat mag natuurlijk, zo lang je het gebruikt om er iets goeds van te maken. En dat is gelukt.

Ian McGuire
The North Water
Scribner
340 blz

[Nederlandse editie: Het Noordwater]