zondag 20 oktober 2013

Jachtpartij

Ik ben geen liefhebber van al te veel geweld in romans en verhalen. Toch heb ik het afgelopen jaar met veel plezier drie romans van David Vann gelezen: Dirt, Caribou Island en nu Goat Mountain. In elk van die boeken speelt geweld een grote rol en alle drie hebben ze een ontknoping die eindigt met de dood van een of meer van de hoofdpersonen. Goat Mountain spant in dit opzicht de kroon. Het is het verhaal van een jachtpartij waarop een man, die deze als jongen meemaakte, dertig jaar later terugkijkt.
Het verhaal is uiterst simpel. Een jongen van elf gaat met zijn vader, grootvader en een vriend op hertenjacht. Het jaar is 1978, de plaats is hun ranch in het bergachtige noorden van Californië. De jachtpartij is een jaarlijks terugkerend ritueel, maar deze keer is bijzonder. De jongen mag - of liever: moet - ditmaal zijn eerste 'kill' maken. Maar het loopt anders. In plaats van een hert te doden schiet de jongen met het groot-kaliber jachtgeweer van zijn vader een stroper aan flarden. Vanaf dat moment krijgt het verhaal een andere lading. Terwijl de mannen de driedaagse jachtpartij gewoon voortzetten, gaat het niet langer om een mannelijk ritueel waarmee de jongen zijn volwassenheid aantoont. Het gaat nu ook om het doden, om schuld, om boete. En om de relatie tussen de mannen, die tot het uiterste op de proef wordt gesteld.
Na het doden van de stroper is deze door de jongen en zijn vader naar hun kampement gesleept. Daar hangt het zwaar verminkte lijk met een touw om de voeten ondersteboven aan een boomtak. De mannen zijn het niet eens wat te doen in deze situatie: naar de politie gaan en alles opbiechten of het lijk ergens begraven en er nooit meer over praten. Ze vinden elkaar wel in hun afgrijzen over de houding van de jongen. Deze toont geen berouw, hij ziet het overhalen van de trekker als iets dat nu eenmaal moest gebeuren, iets dat hijzelf niet bewust heeft gedaan. Ieder voor zich worstelen de volwassenen dan ook met de vraag of de jongen een monster is of niet, of je een kind inderdaad zo'n handeling volledig mag aanrekenen of hem toch moet ontzien.
De volgende dag doodt de jongen zijn eerste hert, iets wat op hem veel meer impact heeft dan het doden van de stroper. Hij doet dit echter onhandig, waardoor het dier een lange en gruwelijke doodsstrijd moet doormaken. Vann beschrijft die zo realistisch dat ik enkele keren overwoog maar even door te bladeren. Maar tegelijk is het zo knap gedaan dat je gefascineerd blijft doorlezen. Wanneer het hert eindelijk is gestorven snijdt de jongen het hart en lever eruit en eet die ter plekke op, zoals de traditie verlangt. Vervolgens springen de vader, grootvader en de vriend in de pick-up truck en rijden weg, hun zoon en kleinzoon achterlatend in de wildernis. De jongen besluit deze actie, die duidelijk is bedoeld als een straf, te pareren en sleept het karkas van het hert op eigen kracht naar het kamp. Hij doet daar de hele nacht over en gaat er bijna aan ten onder. De verhoudingen worden hiermee definitief op scherp gezet en als lezer voel je dat het verhaal niet in vreedzame harmonie zal eindigen.
Op de vraag naar het geweld in zijn boeken antwoord David Vann dat hij hiertoe is geïnspireerd door zijn eigen gewelddadige familiegeschiedenis en dat Goat Mountain het laatste boek is waarin hij die ervaringen van zich af schrijft. De gewelddadige gebeurtenissen dienen nadrukkelijk een doel. Vann gebruikt het verhaal om vragen te stellen over de mens als moordlustig beest, over schuld, boete en morele verantwoordelijkheid. Hij plaatst die vragen in de Christelijke traditie. Veel hoofdstukken beginnen met verwijzingen naar de Bijbel: de moord van Kaïn op Abel, het bloed van Christus en de praktische onmogelijkheid om naar Gods regels te leven. De jongen zelf vergelijkt het doden van de stroper met het doden van Goliath door David.  De ondersteboven opgehangen dode stroper zou je ook als een zinspeling op de gekruisigde Christus kunnen zien. En net zoals de eerste mensen op aarde - Adam en Eva, Kaïn en Abel - alleen waren in hun paradijselijke wereld, zo lijken de jongen en zijn jachtgenoten dat ook te zijn in het overweldigende en lege landschap. De overpeinzingen over schuld en boete worden daarmee als het ware naar een hoger, algemener plan getild. Het verhaal krijgt daarmee een tweede dimensie, het wordt ook een allegorie. Die twee lagen worden mooi weerspiegeld in de omslag van het boek, waarop zowel een hert als een duivel zijn afgebeeld.
Stilistisch is Vann een meester. Als lezer valt er in dat opzicht veel te genieten. De prachtige, haast poëtische beschrijvingen van de nog ongerepte natuur vormen verstilde momenten in het verhaal. Bij de lang uitgesponnen, bloedstollende jacht- en moordscènes stond het water in mijn handen. De thematiek van wapens, jacht en survival is typisch Amerikaans, maar Vann werkt het gegeven tijdloos en algemeen geldend uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten